Posts tonen met het label dode dichters. Alle posts tonen
Posts tonen met het label dode dichters. Alle posts tonen

maandag 8 augustus 2016

Zij mijmeren over vroeger

Ach zie die trage oude dichters
genoegzaam mijmeren in de avondzon
over hoe vroeger alles beter was.
Die goeie ouwe tijd! Niks fuck de koning,
toen men nog boog voor de majesteit,
en haar eerde met een verzenreeks.
Ach ja, die goeie ouwe tijd.

Ach zie die oude trage dichters,
monumenten uit een voorbije tijd,
relicten, artefacten, dinosaurussen,
wachtend op de taxidermist, wachtend
op de vitrine, het archief, het graf.

Niemand kan hen nog iets leren.
Hun visie is gebeiteld in graniet.
Zij houden enkel van gedane zaken,
zij zijn gepensioneerd, ontslagen van
verantwoordelijkheid, zij hebben alle tijd.
Zij kijken genoegzaam over hun buikje rond
en mijmeren, belegen baasjes, wie doet hen wat?

Zij hebben de kennis en de wijsheid in pacht –
nee, in eigendom. Zij houden niet van
nieuwigheden. Zij houden enkel
van voorgoed morsdode dichters.
Ach die trage, oude dichters,
zij mijmeren enkel over het verleden,
over majesteit en die goeie ouwe tijd.

donderdag 18 februari 2016

Het had zoveel erger kunnen zijn

Nijhoff, Vasalis, Gorter,
Achterberg, Bloem, Verwey,
Dante, Den Brabander, Bloem,
Hamsun, Shakespeare, Rilke,
Bomans, Vondel, Hooft, Gezelle,
Poesjkin, Villon, Van Eeden,
Rimbaud, Drs. P, Van Ostaijen,
Kloos, Dickens, Slauerhoff,
Gerhardt en Elsschot. Ziehier,
de leveranciers, de bezielers
van het Deventer Dichterscafe.

Waar blijft de eerste nog levende dichter,
eentje geboren na pakweg 1985,
in dit café waar de tijd is stil blijven staan.
In dit museum waar de suppoost allang
de lichten heeft uitgedaan.

Ik krijg wat van al die dooien,
hun knekelmars krijgt geen einde
Hun stoffelijk overschotten worden
keer op keer gereanimeerd.
Mausoleum, verstofte woorden,
muffe verzen – daarna de spruitjes met jus
en een dichtgebakken oubol toe.
Het is niet wat je noemt: vers.
Ik wil niet op tijd naar bed met een fijne
bundel van Jacqueline van der Waals.
Ik wil een dichteres met warm bloed,
eentje die nog leeft en ademt. Ik wil
een dichter met een kloppend hart.

Het lustrum wordt gevierd, (maar de bloemetjes
worden niet buiten gezet) in een crypte, in de tombe,
de luiken gesloten, de blik op het verleden. Na afloop 
kunnen de leden desgewenst worden bijgezet.

Maar het had zoveel erger kunnen zijn:
een voordracht van Michiel van Hunenstijn.