dinsdag 26 mei 2026
Israël, China, Servië, Ethiopië en Zuid-Afrika - wat er nog meer te zien was op de Biënnale
maandag 25 mei 2026
Aandoenlijk wezentje met speldenkussen
We hebben enkele dagen in Venetië besteed aan de Biënnale, de paviljoens in de Gardini natuurlijk en het Arsenale, plus wat her en der in de stad te vinden, en soms ook niet te vinden was. En aan het eind komt dan altijd de vraag: wat zal hiervan beklijven, wat heeft indruk gemaakt, wat heeft je het meest geraakt, wat vond je het beste? En dat is een lastige, want het zijn verschillende categorieën, disciplines die het dan tegen elkaar moeten opnemen: schilderijen, foto’s, sculpturen, een performance, video’s, tekeningen humor, ernst – eigenlijk is het niet te doen.
Maar toch.
De miniatuur schuurtjes, huisjes van Beverly Buchanan van hout, stalen gelijk mijn hart. Ik kreeg gelijk zin om, als ik weer thuis was, ook zoiets te gaan proberen te maken, een schuurtje, van latjes, balkjes, van sloophout. Ze waren fijn om naar te kijken. De art brut was niet ver weg.
Het Spaans paviljoen.
Het Spaans paviljoen was van links naar rechts, van onder tot boven, volgeplakt
met ansichtkaarten. Maar heel strak en mathematisch, alle ansichten hingen op
gelijke afstand van elkaar, en ze hingen allemaal portrait. Duizenden
ansichten. Overal waar je keek, ansichten. Het was betoverend, overdonderend, je
was omsingeld door ansichten, ingepakt. En de ansichten waren per thema geselecteerd:
kerken, dieren, bergen, zonsondergangen, museumstukken – alles. Het was
ondoenlijk om ze allemaal te bekijken, zeker de ansichten die boven de twee
meter hoog hingen (en het plafond was zeker twee meter verder).
Een kunstwerk van Oriol
Vilanova.
Het Pools paviljoen had een nevenvangst, een onbedoelde publiekstrekker: een zeemeeuw had, voor de opening van de Biënnale, besloten dat die plek daar in het gras, voor de ingang van het Paviljoen, een geschikte locatie zou zijn voor haar nest. Dus maakte ze een nest, en legde daar haar eieren. Lekker rustig plekkie, niemand te zien, mooi zo.
Maar toen begon de Biënnale. Had ze de hele dag die kijkers die haar filmden en foto’s van haar maakten. Terwijl zij niets anders wilde dan gewoon rustig broeden. Wist zij veel dat het Pools paviljoen zo veel bezoekers zou trekken? De organisatie zorgde haastig voor een nestomheining, Toen wij er waren, waren er drie kuikens.
In het Turks Paviljoen is de kunst, de installatie A Kiss on the Eyes van Nilbar Güreş te zien. Mixed media, heet dat dan, in haar sculpturen komt er in ieder geval een boel textiel aan te pas. Vrolijk, geheimzinnig, raadselachtig, en daar was dat figuurtje. Een lappenpop, zonder ogen, die met zijn hoofd een levensgroot speldenkussen achter zich aan sleepte.
Wat was dit? Wat werd hier verbeeld? Wat was dat speldenkussen, en waarom was dat verbonden met zijn hoofd? Waren dat soms, metaforisch, zijn gedachten? Ik heb daar ook wel ’n last van. Gedachten als spelden, of als een speldenkussen. Ik ken dat. Maar dat wezentje zag er zo hulpeloos uit, met zijn gesleep, hij had toch geen benen? Ach, wat een aandoenlijkheid.
Bij het graf van Joseph Brodsky op het eiland San Michele
Op maandag is de Biënnale gesloten, heeft dan een rustdag. En dan kan de bezoeker dus ergens anders heen. Wij besloten naar het begraafplaats eiland San Michele te gaan, lekker rustig, en ook: lekker schoon. Want Venetië mag dan wel een mooie stad zijn, goeie genade, wat kan zij stinken. De Vaporetti’s met hun dieseldampen, de rokers in de steegjes (echt, die Italianen paffen er op los, en in zo’n steegje kan de rook nergens heen), plus de cosmetica walmen die de bezoekers verspreiden. Veel is goed, schijnt het adagium te zijn. Misschien staat dat in Italië wel op de flesjes van de deodoranten, de parfums, de aftershaves: breng overvloedig aan. En dan zijn er natuurlijk nog de mensen die geen deodorant gebruiken, en zichzelf en hun kleren niet wassen, die wringen zich ook in diezelfde stegen langs je heen – godallemachtig.
Vandaar dus de keus voor SanMichele, een eilandje in de lagune. Hier is het graf van Ezra Pound te vinden en dat van Joseph Brodsky, Nobelprijswinnaar van de literatuur in 1987.
Ik heb enkele bundels van Brodsky in huis, uiteraard, maar toch heb ik sinds een aantal jaar enige reserve jegens deze van oorsprong Russische dichter. En dat is vanwege zijn gedicht over deonafhankelijkheid van Oekraïne. En dat is geen fijn gedicht. Dat is een pijnlijk gedicht, iets wat je liever niet had gelezen. Iets wat beter niet geschreven had moeten worden.
Dus ja, dit uitstapje was ook niet helemaal fris.
zaterdag 23 mei 2026
Performance van Melyn Chow in het Nederlands paviljoen, Biënnale Venetië
Help
help yourself
Smile
Engage
Embrace
Rage
Engage
Rage
Do it
do it
You are great
You do what you can
Take care
Enjoy
Play music
Paint landscapes
Paint flowers
Do it
Do it
Gedicht voorgelezen bij het Russisch paviljoen op de Biënnale van Venetië
Russen, scheer je weg, dit is
niet jullie festival.
Schurken, schobbejakken,
schorriemorrie,
scheer je weg, ga weg van
hier, niemand
wil jullie hier, en neem die
curator, ik heb
de antecedenten van die feeks
gezien, OMG,
en die hele valse vertoning van
haar ook mee terug,
Ga toch ‘ns weg, klootzak,
had Johnny
van Doorn kunnen zeggen, Ga
toch ‘ns weg,
Klootzak, over deze kwaadaardigheid
voortkomende uit dat
schrikbewind.
Wat moet dat geziek van
jullie hier,
flikker een eind op, naar je
eigen land,
scheer je weg, bezoedel deze
plek niet
met pr waar bloed aan
kleeft, bezoedel
dit paviljoen niet met
leugens en haat:
we weten hoe jullie zijn, ga
weg, weg.
We spugen op je kunst, we
willen jullie niet,
Niet hier, en ook niet in
Oekraïne,
Ga ook daar weg, stop met dat
gemoord.
Jullie zijn hier niet welkom.
Niet gewenst.
Was dat nog niet duidelijk ?
Probeer hier niet met kunst te
shinen
Maar sluit de gordijnen, neem
je boeltje
mee en vertrek: ga weg, ga
weg, ga weg.
zaterdag 16 mei 2026
donderdag 14 mei 2026
Het is juni en ik verlang naar shoppen en de dood
Was ik vandaag even op dig, oftewel de-internet-gids, een literaire site, hij staat in mijn lijstje bookmarks, en ik klikte de bovenste, nieuwste bijdrage aan, van Anne Ballon. Ik kende haar niet, maar de eerste zin vond intrigerend, dus ik begon met lezen.
Nou heb ik ooit een blauwe maandag, of eigenlijk twee blauwe maandagen verbleven op een Pedagogische Academie, en daarvan is mij bijgebleven, dat als je een les geeft aan scholieren, dat het begin, de opening pakkend moet zijn.
En dat doet Anne Ballon perfect. Haar openingszin is erg compact, en bevat gelijk een tegenstelling die triggert: Het is juni en ik verlang naar shoppen en de dood.
Nou staat er in de verantwoording dat er in dit stuk meerdere zinnen staan die zijn overgenomen uit de dagboeken van Anaïs Nin. En boven het stuk wordt nog verwezen naar Virginia Woolf, dus ik dacht, wie komen die credits voor die puike beginzin toe, Anaïs Nin, Viginia Woolf of toch Anne Ballon zelf?
Vanwege dat ‘shoppen’ dacht ik wel gelijk dat het van Anne Ballon zou zijn, Virginia en Anaïs deden daar nog niet aan in hun tijd, maar controle is altijd beter, nietwaar? Dus ik voerde dat zinnetje aan AI.
Dit kreeg ik als reactie:
Dat klinkt als een zware en emotionele uitspraak, en ik wil je laten weten dat ik dit serieus neem. Het lijkt erop dat je door een erg moeilijke periode gaat als je zulke intense gevoelens ervaart.
Als je merkt dat deze gedachten aan de dood (suïcidale gedachten) te zwaar worden, weet dan dat er mensen zijn die met je willen praten en je kunnen helpen. Je hoeft dit niet alleen te dragen.
Zoek alsjeblieft hulp:
- 113 Zelfmoordpreventie: Bel gratis 0800-0113 of chat via 113.nl. Ze zijn 24/7 bereikbaar en anoniem.
- Huisarts: Neem contact op met je huisarts voor een doorverwijzing naar professionele hulp.
Ik heb het maar weer snel weggeklikt, dit was niet wat ik zocht. Ik las het verhaal, tot de slotzin. Het verhaal wordt net zo intrigerend afgesloten als het begon.
Ik ben in het alledaagse, maar het alledaagse is slechts gering in mij.
maandag 11 mei 2026
Van de kelder in de drup
Twee weken geleden kocht ik bij een antiquariaat, dat zich daar al jaren bleek te bevinden, maar ik had het nooit opgemerkt, en hoe kan dat, ik heb een neus voor tweedehands boeken, het boek Kurt Schwitters. Het is een forse uitgave: 29x23x3 cm met een harde kaft. Het boek is in 1986 uitgegeven, ter gelegenheid van een Kurt Schwitters tentoonstelling in Hannover. Het boek is derhalve in het Duits. Maar dat was voor mij geen reden om het niet te kopen, twintig euro, want het ging mij toch vooral om de plaatjes.
Kurt Schwitters was Dada, Kurt Schwitters maakte collages, Kurt Schwitters maakte gedichten, Kurt Schwitters maakte Merzbau – en dat is dus allemaal in dit boek te zien. En dat vind ik waanzinnig interessant, daarom kocht ik het ook.
Maar, het boek had waarschijnlijk tussen 1986 en nu, voornamelijk in een kelder geleefd. Dus ik had nu een mooi boek voor me, opgeslagen op tafel, dat een verschrikkelijke muffe kelderlucht verspreidde. Zo was grasduinen door het leven en werk van Kurt Schwitters geen pretje.
Dus, wat deed ik? Ik zette het boek buiten, opengeslagen op de tuinbank, kon het lekker luchten. Ging ik ondertussen naar de winkel.
Maar. Ging het ondertussen regenen. Waarom had ik ook niet even op buienradar gekeken? Ik haastte me naar huis. Te laat. Ik pakte Kurt Schwitters op van de tuinbank, en hield hem scheef, het water stroomde eraf.
En dus staat het boek nu te drogen in de vensterbank, met z’n gegolfde, kromgetrokken bladzijdes. Nu nog kijken hoe we de boel nog enigszins kunnen redden. Enfin, die muffe kelderlucht is er nu wel uitgespoeld, hoop ik. Sorry Kurt.










