maandag 13 april 2026

De ondraaglijke zwaarte van het bestaan


Je las enkele gedichten van wat jonge dichters.
Hun onderwerpen waren zwaar. Je las over Stalin,
Oekraïne, Gaza, hongersnood, wreedheid en
dat alles opraakt en dat iedereen dood gaat.

Nou leeft een dichter natuurlijk van vergeefsheid,
het leed van de wereld en verbroken liefdes.
Maar je gunde en wenste ze toch wat lichtheid:
liep er niet net nog een Downie met een medaille
door de straat die een liedje zong? Nou dan.

zondag 12 april 2026

Pover en schamel

 


We hebben gisteren de Kunstwandelroute Kunst buiten Huis Bergh te ‘s-Heerenberg gelopen. Verleden jaar hebben we deze kunstroute ook bezocht, en misschien moet ik niet te snel oordelen, maar ik denk niet dat we een derde keer de kunst op dit landgoed gaan bekijken.

En datzelfde geldt dan ook voor het Rondje Kunst in Hummelo, dat we aansluitend liepen, net als verleden jaar, ook dit evenement zullen we niet meer opnemen in onze agenda.

En dat is eigenlijk wel jammer, want we besloten gisteren de dag wel met een erg goede maaltijd (ik had de eend) in De Gouden Karper. Ik zal dat restaurant, en dat terras wel gaan missen.

Om even met de goede dingen te beginnen: het was droog gisteren, voor een wandeling in het bos en dorp altijd prettig als het niet regent. En de schildpadden Kiki en haar maatje, lagen nog steeds in de zon aan de oever van de slotgracht van Huis Bergh. En wat waren er een boel bloemen te zien in het bos: Pinksterbloem, Paardenbloem, gele en witte Dovenetel en niet te vergeten de Bosanemoon.

En de wal die zich om het Huis Bergh heen buigt, is toch wel een van de meest schilderachtige dijkjes waar ik ooit overheen gelopen ben: gespleten bomen, holle bomen, kromgetrokken van geschiedenis.

Maar dan de kunst. Op de route in het park waren op 31 locaties kunstwerken te zien. En eigenlijk vond ik er maar twee of vooruit, drie de moeite waard.

En ik ga hier nu ook niet zeggen welke kunstwerken dat dan waren, dat vind dan weer zo sneu voor die andere 29 kunstenaars,

En het Rondje Kunst van Hummelo? Daar is het woord ‘pover’ precies op zijn plek. Men wil wat, dat is mooi natuurlijk, maar wat er aangeboden wordt, dat is wel erg schamel. 

Maar zoals gezegd, wat een heerlijke plek is De Gouden Karper

  

zaterdag 11 april 2026

De beheerder van de fietsenstalling aan het Lamme van Dieseplein keek niet op

 


De beheerder van de fietsenstalling aan het Lamme van Dieseplein keek niet op toen ik met mijn fiets langs kwam. Toen ik later mijn fiets weer kwam ophalen, gaf hij nog steeds geen sjoege, geen groet, geen blik, niets. Hij had zijn blik naar beneden gericht: hij las. Ik groette wel, hij keek op, en ik vroeg wat hij las. Hij hield het boek omhoog. Ik kende dat boek, De grote zwaaier van Marten Heijs. Er stond een opdracht voorin. ‘Ja, ik ken dat boek’, zei ik, 'goed boek, wel vind ik de regelafstand wat groot. Maar wat schijft hij mooi ?’

De beheerder had zijn blik alweer naar het boek gericht. Ik deed mijn fiets van het slot, dat ging zoals altijd gepaard met een harde metalen, zwiepende knal, maar de beheerder hoorde het niet, hij keek niet op.

 

donderdag 9 april 2026

Grote vlucht

Daar stond je dan, op de luchthaven, vertrektijd,
Gate zoveel, maar niet de A-pier, want die zou teveel
op de E-pier lijken, tenminste, alstie uitgesproken
zou worden. Er was wel meer gaande, en omdat
je hoofd toch omliep: de I en de J en de K en L gate
vond je hier ook nog niet, je hyperventileerde
net niet, maar ondanks je vakantie die in de lucht hing,
had je een angst voor alles, het leven,
de letters van het alfabet, je zekerheden,
je kende jezelf, die Boeing, Airbus daar, je toekomst,
alles dat een grote vlucht kon nemen,

maandag 6 april 2026

De Donkere Kant van de Maan

  

And if the dam breaks open many years too soon
And if there is no room upon the hill
And if your head explodes with dark forbiddings too
I’ll see you on the dark side of the moon

Fagment uit Braindamagekant twee, een-na-laatste nummer. 

zondag 5 april 2026

Paasbrocante bezocht, Jezus gekocht

 

 

Een wat aandoelijk werkje, (17 centimeter hoog, tien euro, de naam van de maker ontbreekt), de spijkers zitten naast de handen en voeten, en Christus lijkt het zelf ook allemaal even niet te weten.

zaterdag 4 april 2026

Pinguin radio world, voor de variatie

Als je een beetje vast zit in je dagelijkse, wekelijkse routine, ook qua muziek, en het is allemaal een beetje vlak om je heen, beetje grijs, weinig vrolijkheid te bekennen, en steeds begint alles om je heen met diezelfde vierkwartsmaat, en, bovendien, je kent de meeste nummers al die je hoort, been there, heard it, dan is het misschien een idee om af en toe ‘ns een middagje, of avondje te luisteren naar pinquinradio/world, om daar verrast te worden door muziek uit Japan, Afrika, Zuid - Amerika, CaraïbenBalkan, Baltisch of Iers – en dan vrolijk en opgefrist door nieuwe ritmes, door onbekende zang, de dag, of de nacht in te gaan.

vrijdag 3 april 2026

donderdag 2 april 2026

Tuincentrum Osdorp verhuist

  


Je omschreef het toen zo Menno, ieder z’n eigen hel:
door de week  het werk, dat je inmiddels wel wist.
En dan zondag naar dat tuincentrum rijden, Osdorp
om daar met een winkelkar tussen de gieters,
de stenen tuinbeelden, de vazen die op urnen leken,
de kikkers, de flamingo’s en eenden van plastic,
de zakken grind, de regentonnen, de tuinafscheidingen,
bloempotten, barbecues, de zakjes zaad, de lampen,
lifestyle-artikelen, parasols en tuingereedschap,
naar de geraniums, de vaste planten en de heesters
te gaan, waarbij onderweg de lucht van de frituur,
vet de ramen van de kas bedroop, je zat hier precies
in het vacuüm tussen Kerstshow en Paasversiering.
Was het hier dat je zag dat er een plant bevoeld werd?
De troosteloosheid benam je als een warme damp
haast de adem in deze hof van heden, de tuinslang
wachtte opgerold aan de wand. De terugreis naar
huis wachtte, benevens morgen de werkweek, maar
eerst moest je langs de kassa, niets was gratis hier
in dit leven, een verhuizing loste niets op, volgend
jaar stond je met je kar op het nieuwe adres,
of anders had je, misschien, een rouwboeket op je buik.

 

woensdag 1 april 2026

Houdbaar tot 7 augustus 2018

 

Ik schudde vandaag een pak volkoren tarwebloem, biologisch, houdbaarheidsdatum 07-08-2018, oeps, leeg in de groenbak.


zondag 29 maart 2026

Spullen naar de kringloop

Het knaagt toch wel erg aan je zelfvertrouwen
En het is toch ook best wel wat confronterend
om in de kringloopwinkel, die waar je altijd kwam,
je spullen aan te treffen, die je drie maanden
geleden had gedoneerd: je fiets, Worldtraveller,
Waar waren jullie samen wel niet geweest,
de afgelopen decennia, berg op, grens over,
vliegtuig in, moesson getrotseerd, steenslag,
zandwegen, vlaktes, onbetrouwbare bruggetjes,
rivieren, ondergelopen wegen, bevroren vlaktes,
zinderende hitte, onbetrouwbare monteurs.
En daar hingen nog steeds je favoriete blouses,
(je zag gelijk het feest en festival erbij).
En daar, de boeken, de dikke Lucebert.
Het knaagde, waarom zag niemand de waarde?
Waarom ontfermde zich niemand zich hierover?
Waar had jij je aandacht op gericht? Of had je
toch een afslag gemist? Je wist, dit is de weg
van spullen als jij er niet meer bent, kringloop,
en als je pech hebt, de stort, vuur. Einde verhaal.

 

 

zaterdag 28 maart 2026

Ieder z'n mening

 


Journalist en schrijver Lofti El Hamidi, was, met zijn poes, de gast deze week van de interviewreeks De Tien Geboden in Trouw.
Lofti El Hamidi is behalve journalist en schrijver, ook moslim. En dat moet de lezer weten. Hij heeft geconstateerd dat er nooit een Marokkaan of Turk tegen de komst van asielzoekers in Nederland protesteert.

Dus. 

En hij noemt de moordenaars, ontvoerders en verkrachters van 7 oktoberHamasstrijders’ en, iets verderop:’ Als alle middelen zijn opgeraakt, blijft alleen gewelddadig verzet nog over en is doden niet alleen geoorloofd, maar ook een noodzakelijkheid geworden.’

Tsja, daarna ben ik maar gestopt met lezen, ieder z’n mening niet waar, en heb ik Lofti met zijn poes alleen gelaten.

vrijdag 27 maart 2026

De trompet van Mongezi Feza

 


Waar kwam het door, wat was de aanleiding, wat ontstak het vuurtje, waarom schrijf ik dit? Kwam het door het bezoek van een vriend, wij gaan decennia lang terug, (denk 1980) en dat levert elke keer makkelijk gesprekstof op voor uren. En er was natuurlijk een soundtrack bij het bezoek. Elpees en Spotify. Hartstikke leuk natuurlijk voor de twee betrokkenen, die nostalgie, maar wat heeft de buitenwereld daarmee te maken? Beetje particulier allemaal.

En dat klopt. Daarmee wil ik ook niemand mee vervelen, maar er was die muziek die bleef hangen van die avond, Spirit, en Robert Wyatt.

En nu ga ik naar de dag erna. Er is gestofzuigd, er is gedweild, de gang naar de flesjesautomaat in de supermarkt is gemaakt de sporen zijn opgeruimd, het hoofd is weer helder. Er zou wel weer een muziekje kunnen klinken, en waarom niet de live cd van Robert Wyatt & Friends in Concert at Theatre Royal Dury Lane.

Een heel fijne live plaat waar Rock Bottom integraal wordt uitgevoerd op het podium – je moet maar durven.  Maar dat durfde Robert Wyatt wel. Voor de zekerheid nam hij wat muzikanten van ongekende klasse  mee: Fred Frith, Mike Olfield, Nick Mason, Dave Stewart, Ivor Cutler, Laurie Aleen, Julie Tippets, en de blazers, saxofoon Gary Windo en de trompetist  Mongezi Feza..

En nu gaan we naar nummer 6 op deze live plaat: Litte Red Riding Hood Hit The Road – godallemachtig, wat we daar allemaal niet mee maken op muzikaal gebied. Die bas van Hugh Hopper, de zang van Wyatt (natuurlijk) maar dan is er die trompet van Mongezi Feza. Buitenaards. Andere orde. Ik weet nog steeds niet wat ik gehoord heb: wat een gejubel, wat een extase, wat een plezier, wat een vrijheid, wat een ruimte, wat een expressie, wat een soepelheid, wat een precisie, en voel die dans van de bas en trompet samen, wat een swing, wat een soul (ik zit hier niet ver van mijn tranen), wat een melancholisch getoeter, wat een meesterschap, wat een overrompeling, wat een leven.

En als je dan toch aan het luisteren bent naar Robert Wyatt, en in het bijzonder de blazers, het aansluitende liedje nummer 7, Alife is ook erg de moeite waard. De toetertjes grommen, huilen en blazen in de song.

Waarom liet zo’n talent zo vroeg het leven?

Mongezi Feza werd in 1945 geboren in Zuid-Afrika. Op 8 jarige leeftijd kreeg hij zijn eerste trompet van zijn ouders, en voordat hij twintig was, speelde hij in professionele muzikale gezelschappen.

In 1962 sloot hij zich aan bij Chris McGregor en de Blue Notes, die werden gehonoreerd als de beste band op een Zuid-Afrikaans jazzfestival in 1963, maar vanwege de apartheid wetten weinig kans hadden om samen op te treden. In 1964 emigreerde hij met de Blue Notes naar Europa en speelde aanvankelijk in Frankrijk en Zwitserland, voordat hij naar het Verenigd Koninkrijk verhuisde.

En toen kwam hij bij Robert Wyatt op het podium.

Maar waarom kent de wereld hem niet als groot talent. Door iedereen gewild en beroemd?  Dat komt omdat Mongezi Feza op jonge leeftijd stierf. Een tragedie, zowel op menselijk als op artistiek niveau. Wat een verlies voor de muziek. En dat allemaal door een onbehandelde longontsteking. Mongezi Feza werd nog geen 30 jaar.

Wat een fenomeen hebben we gemist

zondag 22 maart 2026

Een dagje in de stad waar je ooit gewoond hebt


Een dagje in de stad waar je ooit gewoond hebt,
drie hoog, in de buitenste buitenwijk, je was student,
sociale academie, maar echt je best deed je toen niet.
Je droomde dag, je week uit, je vluchtte in dit en dat,
je bond je niet, je deed maar wat, er was een meisje,
uit je klas, maar dat werd ook niks, wat had ze verwacht?

Je fiets kende alleen de route naar de super,
de school, de kroeg en disco op donderdag.
Wat wist je nou van de stad? De historie,
de architectuur, het stratenplan? Helemaal niets.
In het weekend ging je naar je ouders. 

Vandaag wist je beter. Je had een plattegrond,
een wandelroute. Wat had je veel gemist:
een Tuindorp van jewelste, zonder gelijke.
Daar ging je heen, maar eerst de lunch in
het eclectische Wapen van Hengelo,
waar je vandaag de enige gast was. 

In de industriebuurt liep je een straat in
waar een klasgenote woonde waarmee je
hebt gezoend, maar daarna werd het warrig
Haar huisnummer had je niet gelijk paraat. 

In de vintage hal kocht je een Afrikaans masker,
knal oranje, je werd er vrolijk van, en nu op naar,
dat Tuindorp, waar je je reserves helemaal liet varen,
wat een paradijsje was dit, behouden uit vroeger tijd. 

Waarom wist je dit adres toen niet? Maar waarschijnlijk
Had je het toen niet gewaardeerd. Voor alles is een tijd.
De harmonie, de pastorale, het landleven, de rust,
dat was toen niets voor jou, deze nette burgerstolp
waarin de tijd is stopgezet, maar affiches van FvD
zag je nergens voor de ramen, ook waren er geen
vuilcontainers in de voortuinen. De associatie met
The Truman Show, drong zich aan je op. 

De zwemvijver in het hart, omringd door acacia’s
of wat waren het, klassieke bomen, maakten het
plaatje af, je dacht, waar vind je zoiets nog?
Was het Zocher of Springer? Het was Springer.
Het was tijd voor koffie, dus hup, naar Hotel
 
't Lansink, waar je wederom, de enige gast was.
De tekst in de wandeling loofde het plaveisel. 

Je wandelde het tuindorp uit, door afbraak,
nieuwbouw, de match was niet altijd gelukkig,
maar wat lag hier een machtig verleden,
hier was een gieterij, daar de brandweer,
de watertoren, de machines, maar nu
naar het centrum, waar Bombay Spice je wachtte,
en de trein huiswaarts, naar het heden,
 je bent, beetje laat, wel wakker weer.