woensdag 8 juli 2026

Fietstvakantie

De wereld is om je heen
En toch ben je alleen
Je fietst door de nacht
Er is een schijnsel voor je
Dat de boel een beetje verlicht
Thuis wacht de inkt op je
In je hoofd is het verhaal
Je draait de trappers door
Je  bent zo onderdeel van het geheel
De cadans, dit mag van je
Eeuwig duren, dit gesuis,
Dit geruis, dit getik en geratel
Van versnelling en ketting
De fietscomputer is op zwart
Je weet niet waar, hoe ver
En hoe snel. De bidon is leeg
Je gedachten malen rond
En dat doen ze al een tijdje
Bergop - en bergafwaarts
Er was geen verkeer buiten jou|
Je zingt, niemand die je hoort
Het zweet trekt witte sporen
Over je gezicht. Alles bestaat
Omdat het bestaat, dat was de zin
Van je tocht, de tube solutie bestaat
Bij de gratie van het lek
Je denkt wat af, je ziet de boeren
En hun landarbeid, je heft je arm, groet
Je ontwijkt een dode egel, die ene wandelaar
Die je ziet, je verzint er een verhaal omheen
Uit een tuin klinkt gelach. De wind trekt aan,
Dat kun je nu niet gebruiken
Je denkt aan thuis, een douche, je vrouw
Het koude drankje, je spieren gloeien
In het donker. Als je afstapt, voel je de pijn,
Je wankelt op je voeten. Het licht gaat uit.

 


Geen opmerkingen:

Een reactie posten