woensdag 23 november 2022

Victory Boogie Woogie

We zijn een lang weekend weg geweest en hebben daarin drie musea bezocht. Tikje veel misschien voor een weekend, maar het weer was niet best: het was koud, het waaide, het regende en we verbleven aan de kust. Dus het strand en de duinen moesten maar wachten tot de zomer.

En omdat we mens zijn, hebben we ook de Ethiopiër, de Thai, de Libanees de Indonesiër aangedaan, maar dat terzijde. Alhoewel, dat Indonesisch restaurant speelt nog een kleine rol in dit verhaal. Ik kom daar nog op terug.Dus je bent een weekend weg en je bezoekt drie musea, met daarin de vaste collecties en verschillende nieuwe tentoonstellingen wat levert dat dan op om over naar huis te schrijven? Wat, een stukje over maar één schilderij? Ja, maar wel voor een schilderij dat uit dat 574 vlakjes bestaat.

Ik heb het uiteraard over de Victory Boogie Woogie van Piet Mondriaan. Dat schilderij waar 25 jaar geleden zoveel gedoe over was. De Nederlandse staat had het aangeschaft voor 82 miljoen gulden. En de staatsecretaris van cultuur, Rick van der Ploeg, kon nog zo blij roepen dat het De Nachtwacht van de twintigste eeuw was,   men vond toen dat toch wel erg veel geld voor een onaf schilderij.

Ik volgde destijds het tumult, de ophef, de rel vanuit de verte. Ik ben een fan van Mondriaan, vreemd genoeg vind ik hem nog altijd modern en fris, en dat kan ik van een boel andere vroegere kunstvernieuwers niet zeggen. Ik houd van die rechtlijnigheid van De Stijl. Ik houd van die doeken die bestaan uit die primaire vrolijke kleuren: blauw, rood, en geel. Geen verdere opsmuk, Ornament ist ein Verbrechen, mag ik graag voor me uit mompelen.

Het lijkt zo weinig, maar het is erg effectief en subtiel in balans. Toen een vriend ooit een nieuw huis betrok, hebben we een Mondriaan op zijn muur in de woonkamer geschilderd, met hoogglans verf, strak. Je zag gelijk: hier woont iemand met oog voor esthetiek, met een geest die waait.

Maar een ontmoeting tussen de Victory Boogie Woogie en mij kwam er maar niet van. Tot zondag 20 november jl. En mijn verwachtingen waren, hoe kon het ook anders, hoog gespannen: eindelijk zou ik oog in oog staan met dat iconische doek. We zouden elkaar in het echt zien, want dat het schilderij een ziel had, dat had ik wel begrepen uit de diverse publicaties.

De tram stopte voor het Kunstmuseum Den Haag, ontworpen door H. C. Berlage in art deco, een gebouw van intimiderende schoonheid. Hup, jas en tas in locker en de gang door met al die geglazuurde tegeltjes. Zou hier iemand ooit wel ‘ns spontaan een psychose hebben gekregen, vanwege het teveel aan prikkels in dit Gesammtkunstwerk? Teveel schoonheid in één keer, dat het brein het niet verwerken kan? Ik heb wel ‘ns over zulk gevallen in Florence gelezen. Mijn hart begon al wat sneller te kloppen, mijn ogen gingen al sneller van links naar rechts: waar hangt tie?

En daar, hoekie om, daar hing de Victory Boogie Woogie. In z’n eentje aan de muur. Achter glas, achter een koord zodat je afstand moest houden. Er was een bankje aanwezig in de zaal, daar ben ik even op gaan zitten, om het allemaal even te verwerken.

Want: allemachtig, wat viel me dat ding tegen. Was dit het nou? Was dit nou dat meesterwerk? Mondriaan, wat heb je gedaan? Wat flik je me nu?

 In 1938 vertrok Piet Mondriaan naar Londen, en in 1940 ging hij naar Amerika, naar New York. Daar schilderde hij verder, letterlijk: hij liet de knellende voorschriften van De Stijl iets los. En de stad, de straten van New York kwamen zijn schilderijen binnen, tot leven. Er was de dynamiek van de muziek. De dynamiek van de auto’s: als je in een New Yorkse flat naar beneden keek, dan zag je de auto’s als gekleurde blokjes tussen de lijnen. De gele blokjes waren de taxi’s.

Enfin, zo lyrisch werd dit doek geïnterpreteerd.

Zoekend was hij, hij experimenteerde met tape, met plakband op zijn schilderijen, hij zocht naar vernieuwing. Er moest veranderd, er moest verbeterd,  Hij was nog lang niet klaar met de schilderkunst.

Helaas werd hij getroffen door een longontsteking, en hij overleed in een New Yorks ziekenhuis op 71-jarige leeftijd. Hij liet zijn laatste schilderij, de Victory Boogie Woogie, onvoltooid achter.

 En zo zag ik dat schilderij, op een zondag in november in Den Haag.

Vanaf mijn bankje liet ik het allemaal even goed bij me binnenkomen. De onaffe gedeeltes, de niet rechte lijnen, de slordige vlakjes, de tape, de tape die over mekaar geplakt was, de tape die slordig over mekaar geplakt was, de niet dekkende verf. Het duizelde voor m’n ogen,

Want al die publicaties, al die duidingen, al die praatjes: uiteindelijk gaat het om het schilderij. En dat viel tegen. En dan was het ook nog ‘ns geëxposeerd in een altaar- opstelling, alsof het een heilige schrijn was.

Toen Piet Mondriaan overleed ging het schilderij Victory Boogie Woogie naar de kunsthandelaar en galeriehouder Francis Valentine Dudensing. Die verkocht het in 1944 voor 8000 dollar aan de kunstverzamelaar  Emily Tremaine. Het was in haar bezit van 1944 tot 1988. Toen verkocht zij het op haar beurt aan mediamagnaat en uitgever Samuel Irving Woodhouse, (Samuel Woodhouse was puissant rijk. Hij was uitgever en mediamagnaat en was eigenaar van The Vanity Fair en Vogue: ze wilde een tijdschrift op haar verjaardag, dus ik kocht The Vogue) die het aan zijn vrouw Victoria schonk.

 Schonk.

 Schat, kom ‘ns, ik heb een cadeautje voor je
-Ah, wat, lief, wat is het?
Pak maar uit, daar staat het.

Rits, scheur, schroejts, sjrits
-Euh, dankjewel schat. Maar wat is het?
Het is een echte Mondrian, Pete Mondrian
-Maar hij is niet af
Ja, dat hoort zo, Pete is dood, hij schildert niet meer
-En zit allemaal plakband op schat. En het is slordig, hoe moet dit aan de muur in de living?
Het is jouw schilderij nu, je mag ‘m hangen waar je wilt honey.
-Dan hang ik ‘m in de slaapkamer
Uh, en je houdt ‘m niet goed, je moet ‘m op z’n punt houden.
-Ik moet ‘m scheef ophangen?
Ja, dat was het idee van Pete. De punt moet naar beneden. Voel je die vibe van New York niet, schatje?
-Ik weet niet. Had Mondrian niet wat schilderijen die af waren, en misschien ook niet zo groot?  Het zijn ook wel heel erg veel vlakjes. Had je je liefde aan mij niet met een ander schilderij kunnen betuigen? Met eentje die wel af was?

In 1994 had het Kunstmuseum Den Haag een tentoonstelling over Piet Mondriaan. De Victory Boogie Woogie ontbrak alleen, want Samuel Woodhouse was bang voor schade tijdens het transport. Maar bij gelegenheid werd er toch geïnformeerd wat de prijs zou zijn als hij het wilde verkopen. Dat was 14 miljoen dollar. Later werd die vraagprijs opgeschroefd naar 16 miljoen dollar.

Maar Nederland reageerde al niet meer, laat maar. Weer wat later werd het contact weer vernieuwd, en kwam er een nieuwe vraagprijs Samuel had kennelijk in de gaten dat Nederland maar wat graag dat onaffe schilderij, dat bij de Woodhousjes in de slaapkamer hing, in bezit wilde hebben, en verhoogde de prijs weer, tot 30 miljoen, en hup, daarna, haha, Spielerei, tot 40 miljoen dollar, ze happen wel. En, hatseflats, het was een deal, 82 miljoen gulden.

In Indonesisch restaurant Seinpost dineerden minister van Financiën Gerrit Zalm en directeur van De Nederlandse Bank, Nout Wellink. Lekker en tevens een mooi uitzicht over de Noordzee, maar het treffen had ook een zakelijk karakter. Nout stelde voor dat zijn bank een gift van 82 miljoen wilde doneren om de aanschaf van de Boogiewoogie te bekostigen. Dit om het nakende afscheid van de Nederlandse Gulden, en de entree van de Euro te vieren.

Dit samenzijn en dit besluit van deze twee heren, ging allemaal een beetje buiten de Tweede Kamer om, daar was niet iedereen blij mee. Dus nu was er en een schilderij van dubieuze kwaliteit (waar uiteindelijk veel en  veel te veel voor is betaald, in kringen van kunsthandelaren in New York lachen ze er nu nog om: die Nederlanders onderhandelden niet eens, ze betaalden gelijk de vraagprijs), plus een besluitvorming waar wel het een en ander op aan viel te merken. Zucht. En uitgerekend daar hebben we, weliswaar 25 jaar later, in de stoelen van Zalm en Wellink gezeten. Dat voelt, achteraf bekeken, toch wat ongemakkelijk.

In de zaal waar de Victory Boogie Woogie hing, waren we de enige bezoekers die middag. Vanuit het zaaltje verderop, waar je jezelf met een iPad  interactief kon omkleden in iets buitennissigs, iets hips, klonk een aanstekelijk gelach.

zondag 13 november 2022

Half november

Ik zag vandaag, we deden een zondagmiddag wandeling,
langs het landgoed, over de dijk, door de uiterwaarden:

een man liep met ontbloot bovenlijf, zijn trui

droeg hij in zijn hand, hij zag er bleek uit.
In de bocht van de landweg zat een lezer
op een uitklapstoel, zijn fiets ernaast gestald.

Een hond holde door de wei, de bloemen

bloeiden in de berm, ingezaaid, dat wel.

Iemand lag op zijn rug op de vissteiger,
niets aan de hand, krant naast zich.
De runderen graasden verderop, de molen

wiekte niet, (was voor het beeld mooier
geweest van wel). Een roeiboot, vier roeiers,

zonder stuurman, ging tegen de stroom in.

Hoog boven ons ging een luchtbrommer over,

ik kneep mijn ogen dicht tegen de zon.

En uitgewandeld stonden we bij de oliebollenkraam,

het bleef tenslotte wel half november natuurlijk.

 

Een wagon vol duivels - zoals de recensie op Sargasso verscheen

Recensie van Een wagon vol duivels 

vrijdag 11 november 2022

Recensie | Een wagon vol duivels van Anton Valens

Er is een nieuw boek van Anton Valens, zijn laatste, het verscheen postuum, Anton Valens overleed verleden jaar november. Hij werd maar 57 jaar oud, kanker.

En Anton Valens was een goede schrijver, die een bijzondere plek had in de Nederlandse letteren, En hij liet een fijn oeuvre achter na, waar nu nog een nieuwe titel aan is toegevoegd. Dat was zijn wens: publiceren na mijn overlijden.

 Anton Valens was een erg veelzijdig mens, en dat las je terug in zijn boeken. Hij was kunstenaar en docent, hij had gewerkt in de thuiszorg (Meester in de hygiëne) en hij had de volkstuin verzorgd en onderhouden van een bevriend stel (Het Compost circulatieplan) hij had gewerkt op een kotter (Vis).

 En met Het boek Ont, schreef hij een van de meest geestige boeken die ik gelezen heb. En dat terwijl het thema, het onderwerp zo treurig is: de hoofdpersoon, zelf niet de meest maatschappelijk geslaagde persoon, richt een zelfhulpgroep op Man&Post, waarin deelnemers elkaars post openmaken. ‘gedeelde post is halve post’. En er zitten wat pijnlijke brieven tussen.

 Valens heeft een bijzondere stijl die de zon kan laten schijnen over deze treurigheid. Hij kan mededogen oproepen, en hij beschikt over subtiele humor. Er zijn typische Valens’ zinnen: beetje ouderwets Nederlands, veel oog voor details.

De personages die de romans van Valens bevolken zijn vaak anti-helden: krabbelaars, sociaal onhandigen, verlegen types, mensen rommelend in de marge, worstelend met geld, relaties en zichzelf.

 De hoofdpersoon in de novelle Een wagon vol duivels, heet Stanley. En Stanley rommelt zich ook door het leven heen. Hij woont in een kraakpand in Amsterdam, ergens achter de Warmoesstraat. Het boek handelt over de periode Stanley, van origine danser en bewegingskunstenaar, die het plan heeft opgevat om met chansons enkele optredens te gaan verzorgen in zijn eigen De Broedplaats.

Een vriend van Stanley had over zijn dansoptredens gezegd: ‘Kaal, streng, volkomen onbegrijpelijke dus saai en zonder amusement. Het moet vooral heel moeilijk zijn. Kunst dus.’

 Dus ja. Wie zit hier op te wachten? En wie vertelt dat Stanley?

Stanley die, geen relatie had, omdat hij bang was dat hij zijn geliefde iets aan zou doen of erger: om zou brengen. Stanley die geen baan had omdat hij vreesde dat hij zijn werkgever naar de keel zou vliegen. Stanley, die altijd bang was voor opname in Castricum (GGZ).

 Bij een optreden zijn er twee zaken belangrijk: de artiest en het publiek. Stanley was alleen niet het meest heldere licht  en professionele geest wat het uitnodigen en de publiciteit betreft. De eerste avond bestond zijn publiek maar uit twee vrouwen.

Stanley had voorzien dat zijn zaaltje niet helemaal zou vollopen, en had dus zijn vriend, de verteller van het verhaal, verzocht om op elke lege stoel een foto van een pissebed te plaatsen, formaat 30x35 cm. Typisch heerlijk Valens detail.

 Hoe was dat optreden van Stanley? ‘Als Stanley zong, bolden zijn wangen, bracht diepe tonen uit, daarna weer hoge, gromde, bewoog zijn lichaam met rukken en stoten en je verstond er niets van. Zijn hoofd hing bij het zingen ter hoogte van zijn maag. De tempi wisselden, zijn lichaam vertoonde spasmen, het was haast krankzinnig.’ De verteller van het verhaal ervaart het optreden als rijden in een trein waarin een wagon vol duivels meerijdt.

 ‘Apart, heel bijzonder, een Geheimtip’ oordeelden de twee bezoeksters.

Moet u dit boek nu lezen? Dat mag altijd natuurlijk, maar als u echt een piek Valens ervaring wilt: lees dan Het boek Ont. (En wat ben ik jaloers op u als u dit nog niet gelezen heeft).

 

donderdag 3 november 2022

Dirkswoud en de glanzende eikel

 

‘Valt u niets op? Ik heb de David van Michelangelo verbeterd, vervolmaakt.’ Beeldhouwer, kunstenaar Yne van Engelen, gevestigd in de voormalige smederij aan de Oosterzijde, heeft net een laken wegtrokken waardoor de David in zijn volle glorie voor ons staat. ‘U denkt dat ik een grapje maak, dat u naar een kopie zit te kijken. Maar er is een verschil. U kent het origineel toch? U ziet het niet? Ik zal u een eindje op weg helpen. Wie was David? Hij vocht tegen de reus Goliath en hij was Koning van Israel, we worden al warm. Dus wat was David? Ja. Koning, maar ik bedoelde dat andere, juist, jood. En wat kenmerkt joodse mannen? Ze zijn besneden. En nou is het typische dat Michelangelo zijn David niet besneden had, hij heeft een  voorhuid van massief marmer. En mijn David heeft dus geen voorhuid. Je kijkt gewoon naar de eikel, daar kun je de hand op leggen. Maar daar kom ik zo meteen op. En ik heb het nieuwe geslacht van David royaal gemodelleerd naar mijn eigen, uh, deel, want Michelangelo was wel erg zuinig.’

Yne van Engelen is kunstenaar, maar ook vader van een puberdochter die een opvallende verschijning is in Dirkswoud met haar paars en roze geverfd haar. ‘Sanne is een schat met een goed geweten maar ook zo ijzerenheinig als wat. Er bestaat alleen wit of zwart voor haar, niets er tussenin. Nu heeft ze dat klimaatgedoe in haar kop, ze zit helemaal vast, haha, vast, aan haar standpunt. En ze is allergisch voor hypocrisie. Neem nou de D66 wethouder Van Ginkel. Die heeft een affiche van de Klimaatmars voor haar raam aan de Noordervaart hangen, maar ondertussen vliegt mevrouw wel doodleuk naar Florida en Japan, en weer terug natuurlijk. Ik heb Sanne met moeite kunnen weerhouden van een vastlijmactie aan de Tesla van mevrouw Van Ginkel. 'Een Tesla heeft wel een uitlaat, die bevindt zich alleen ergens anders', is haar argument dan.  Het klimaat en de acties geven nogal wat spanningen in huis, zult u begrijpen. En daarom ben ik op mijn beurt bezig met een actie die moet leiden tot ontspanning, thuis en in de maatschappij, nou vooruit, te beginnen in Dirkswoud.’

‘Weet u wat er gebeurt met brons wanneer dat vaak aangeraakt wordt door mensenhanden? Precies, dat gaat glanzen. En mijn David-zonder-voorhuid, wordt geplaatst bij de Robert Ankerbrug, het drukste punt van het dorp. Daar mag men naar hem kijken en hem aanraken. En ik kan u wel voorspellen welk gedeelte van David zal gaan glanzen. En nu kom ik op mijn actie: op het moment zijn er een heleboel warhoofdige heethoofdjes, zoals mijn lieve Sanne, bezig met plannen om zich vast te lijmen aan kunst. Maar nu bied ik hen een alternatief: ‘zonder wrijving geen glans’. Daar komt geen lijm aan te pas, alleen menselijke aanraking en warmte.’

****

Ben Hoogeboom schreef voor Sargasso, nurksmagazine en voor zichzelf. Hij had het dorp Dirkswoud bedacht. Hij had de geschiedenis van Dirkswoud bedacht, hij had het dorp een stratenplan gegegeven,  een pastoor, markante middenstanders, een voetbalclub – wat je maar kon bedenken. En dat alles in een jaloersmakende, puntgave stijl. En ik hield zo van dat dorp. Van de Noordzijde, de Fourniturenzaak van Nellie Daas. En ik kon er slecht tegen dat met Ben ook Dirkswoud zou verdwijnen. Dus af en toe dwaal ik nog even langs de Noordzijde, de Zuidzijde en breng een bezoek aan  de St. Clara Kerk.