Goedemiddag, welkom bij de presentatie van de bundel: Reis naar het einde van de Deventer Boekenmarkt.
Het voorstelrondje houden we kort: dit is Maria Willems en ik ben Michiel van Hunenstijn.
En dit is de bundel waarom we vandaag allemaal hier zijn.
Ik had bedacht voor deze middag, om het openingsvers van de bundel voor te lezen, en daarna een toespraakje, en daarna geef ik het woord aan Maria.
Want zij heeft wat praktische zaken te vertellen. En voor praktische zaken moet je mij niet hebben. (Ik zie een heleboel mensen nu knikken: nee, Michiel moet je niet hebben voor de zakelijke dingen).
En was plots een boek aan je verschenen
als in een visioen met een duiding.
Je zocht gejaagd naar titel en auteur
maar mist en licht ontnamen je het zicht.
Was dit een boodschap, en aan jou gericht?
De mist en het licht waren weg, het boek ook.
Je vroeg je af wat de bedoeling was
moest jij nou op zoek naar de bedoeling,
dus dat boek, of was dat boek op zoek naar jou?
Je dronk een fles en deed je ogen dicht:
je zag een kast waarin een boek ontbrak
er daalde een urgentie in je neer.
Toen ik op de, toen nog, lagere school, zat, kreeg ik van mijn moeder het boek ‘De reizen en avonturen van Mijnheer Prikkebeen’ Het is een verhalend, episodisch gedicht met op elke bladzijde plaatjes. Ik weet niet wat er toen meer indruk op mij maakte: de plaatjes of de gedichten. Maar wat hield ik van die personages,
Is er toen de kiem gelegd voor gedichten met een episch karakter, een roman in verzen? Ik word er altijd door aangetrokken. Ik laat me altijd graag door de poëzie het verhaal in trekken.
Door Faust van Gerrit Komrij, Goede Manieren, van Robert Anker, De Vlek van Willem Jan Otten, Bittergarnituur van Arthur Wevers, De rotonde van Mark Boog, natuurlijk Jevgeni Onegin van Poesjkin, Roeshoofd Hemelt van Joost Zwagerman en Awater van Martinus Nijhoff, en ik had hier ook graag De Goddelijke Komedie van Dante omhoog gehouden - maar die heb ik niet gelezen.
Er is nog een boek uit mijn jeugd dat een indruk heeft nagelaten: Alice in Wonderland. Dat is een roman, geen dichtbundel. Maar op de eerste bladzijde van Alice in Wonderland, staat: Eén of twee keer had Alice een blik geworpen in het boek dat haar zus las, maar er stonden geen plaatjes in, en wat heb je aan een boek, dacht Alice, zonder plaatjes?
En daar was ik het toen heel erg mee eens. Nu nog steeds. Boeken moeten niet saai zijn, er moeten plaatjes in.
Maria en ik hebben elkaar leren kennen, ik had hier eerst staan: ontmoet, maar leren kennen is beter, in 1985 op de Taal- en Drukwerkplaats, Polstraat 48, hier in Deventer, waar het licht door het gezaagtande glazen dak scheen op de Multilith, de Gestetner en op ons.
Op de eerste edities van de Deventer Boekenmarkt was de Taal - en Drukwerkplaats, en wij dus ook, aanwezig met een kraampje: op het nu bebouwde (en dus verdwenen) schoolplein in de Polstraat, en aan de Welle.
Maria en ik proberen altijd de Deventer Boekenmarkt in te passen in onze agenda. Ik denk niet wat wij een editie gemist hebben: we beginnen de zomervakantie ermee of we zijn net op tijd terug.
Dus, toen ik in augustus 2025, het idee kreeg om ook een episodisch gedicht te maken, en ik een situatie, een kader zocht waarin een strevend personage zich kon bewegen, personages moeten altijd strevend zijn nietwaar, toen dacht ik: De Deventer Boekenmarkt, tuurlijk.
Maar, dacht ik, wat heb je aan een boek zonder plaatjes? Er moeten plaatjes in. Zonder plaatjes gaat het niet.
Maria maakt collages,
van papier, die knip en plak je. En dan gaat het om vorm, kleur, analogie en ritme,
om samenstellen, herkennen wat mooi is.
En vinden dat dingen bij en naast elkaar horen. (ik zou hier zo een metafoor
van kunnen maken)
En liefde voor het toeval helpt. Je voegt samen. Je herkent en assembleert. En dat heeft geresulteerd in hele mooie combinaties.
Het was alleen niet de afspraak dat de collages van Maria beter zouden worden dan mijn gedicht…..
Ik wens u veel lees – en kijkplezier. En tot zondag 2 augustus!










