woensdag 14 oktober 2026

Ben Hoogeboom, niet vergeten

 Het was 14, veertien oktober in Dirkswoud. Het was nu, bijna overal, 14 oktober op de wereld, maar voor de inwoners van het Noord-Hollandse dorpje Dirkswoud, had deze dag een speciale betekenis: het was de overlijdensdatum van hun stichter, hun bedenker: Ben Hoogeboom,14 oktober 2012.

Zonder Ben Hoogeboom was er geen Dirkswoud geweest. Geen Nellie Daas, Fournituren, Kleinvak & Huishoudelijk Gemak, geen Sint Clara Kerk, geen pastoor Engelbertus de Zeeuw, geen Noordervaart, geen Zuidzijde en ook geen Cafe Amperzat, ook al is dit etablissement op het moment van schrijven, net even gesloten vanwege een schimmig Bibob dingetje. (Ben had daar vast het fijne van geweten, en over geschreven). Maar wel jammer, want de Ben Hoogeboom Pubquiz over oude obscure muziek, met pertinente meningen daarover, gaat dus nu ook niet door. Ook het geplande optreden van Dirkswouds experimentele theatergezelschap Aanhangend Water, dat een selectie stukjes van Ben op de planken, eigenlijk het biljart, wilde brengen, is helaas daardoor komen te vervallen.

Wat zouden we veel gemist hebben. Ik was weg van deze vondst, dat verzonnen dorpje, en vol bewondering voor deze vondst, bedenk maar ‘ns een dorp, een geschiedenis, markante inwoners en wat er verder allemaal aan Bens brein ontsproot.

En toen Nurksmagazine blogger Spencer Brandsen had gevraagd aan Ben Hoogeboom, of het okay was als hij ook ‘ns een keer een Dirkswoudje mocht doen, en dat Ben daarop, heel fijn, met ‘ja’ had geantwoord, toen begon er bij mij ook iets te borrelen: ik zou ook een Dirkswoudje kunnen maken. En dat deed ik, ik maakte er een stuk of vijf.

Ik weet niet wat Ben Hoogeboom er van gevonden zou hebben, hij schreef veel beter dan ik, had een wijdere fantasie. Maar Ben was dood, en ik wilde dat Dirkswoud door zou leven. Dus dat probeerde ik.

                                                * * * 

Het was 14 oktober 2026, en als je over de Noordzij en de Zuidzijde liep, of de Robert Anker brug passeerde, dan moest het toch wel opvallen: de afbeeldingen van Ben Hoogeboom in de voortuinen, achter de ramen, in de etalages, en dus ook aan de onderkant van de Robert Ankerbrug. Het was de Ben Hoogeboomdag

Ja, dat is best een imposant, uh, gezicht, het portret van Ben Hoogeboom metershoog op de onderkant van de brug. En dus alleen te zien wanneer de brug omhoog gaat. Maar als dat zover is, dan verzamelt zich elke keer een groepje Dirkswouders om dat te kunnen zien.

De schilder kennen we, Gekke Henk, bekend van de collages. Hem werd de opdracht gegund. Er was alleen één maar aan de opdracht verbonden: de schildering, het portret moest op de onderzijde van de brug geschilderd worden terwijl die dicht was. Dat was wel een uitdaging.

Dus lag Henk dagenlang op z’n rug in de platbodem onder de brug, terwijl de verf in zijn gezicht spatte. Maar daar hoorde je Henk niet over, hij veegde en likte de spatters verf van zijn gezicht, ‘ik proef Ben’, had hij gezegd, als er een boot passeerde, ’ik heb hem bijna’. En daarna daalde de brug weer.

Maar vandaag, 14 oktober, staat de Robert Ankerbrug in Dirkswoud de hele dag open, zodat elke Dirkswoudenaar het portret van hun stichter en bedenker Ben Hoogeboom, met zijn baard, bril en zijn milde en melancholieke oogopslag kan zien.

Ben, bedankt.

Ben Hoogeboom schreef voor Sargasso, nurksmagazine en voor zichzelf. Hij had het dorp Dirkswoud bedacht. Hij had de geschiedenis van Dirkswoud bedacht, hij had het dorp een stratenplan gegegeven,  een pastoor, markante middenstanders, een voetbalclub – wat je maar kon bedenken. En dat alles in een jaloersmakende, puntgave stijl. En ik hield zo van dat dorp. Van de Noordzijde, de Fourniturenzaak van Nellie Daas. En ik kon er slecht tegen dat met Ben ook Dirkswoud zou verdwijnen. Dus af en toe dwaal ik nog even langs de Noordzijde, de Zuidzijde en breng een bezoek aan de St. Clara Kerk.

  

dinsdag 13 oktober 2026

Voor de boekenverzamelaar

Het werkt toch bitter, wrang en hard ontgoochelend
als je in een grote stad, groter dan de jouwe,
(er is een universiteit, een luchthaven, een weetikveel)
een antiquariaat binnengaat en daar jouw collectie,
jouw bibliotheek aantreft: zorgvuldig samengesteld
gedurende enkele decennia, zeldzame uitgaven,
obscure deeltjes, het stond hier allemaal, klaar
om in één keer op te halen - en je bibliotheek
was klaar. Al je moeite en blijdschap na een vondst,
je weet nog waar en wanneer, je schatten,
je dierbaarheden, de tijd die het had gekost,
je had een band met die boeken, maar
hier, je voelde de waarde waar je bij stond dalen,
stelde dat allemaal, pffff, niets meer voor.

Dat voelt toch best wel lullig.

maandag 12 oktober 2026

Chrétien Breukers signeert

 

Gisteren waren we op, of eigenlijk onder, historische grond in Nijmegen, we waren in de kelder van Boekhandel Roelants (vijf generaties in boeken). En vroeger heette dit literatuur paradijs Boekhandel De Oude Mol, en tegen de achtergrond van dat fraaie gestileerde logo, een mol met een brilletje die een boek in zijn klauwtjes houdt, werd het nieuwe boek, Bevalt deze persoonlijkheid je, (Uitgeverij Vleugels) van Chrétien Breukers gepresenteerd.

En de kelder was vol, als er nog een geïnteresseerde meer was bijgekomen, had de brandweer vast bezwaar gemaakt.

Ik ben inmiddels op twee derde van het boek, en het boek bevalt me tot nu toe.

Wat me ook beviel, is dat ik van Boekhandel Roelants, gratis, zomaar, het boekje Een nacht in De Oude Mol erbij kreeg.

Het is een cyclus, Chrétrien Breukers werkt aan een cyclus, In de Plooi, getiteld, en Een nacht in De Oude Mol, is de proloog daarvan, vandaar.

Ik zie nu al uit naar de volgende delen, dan ga ik, als oud-Arnhemmer, weer naar Nijmegen, naar de kelder.

 

zondag 4 oktober 2026

De IJssel, Deventer, Wilhelminabrug, 4 oktober 2026


De waterstandmeter,
daar bij die molen,
staat droog.
Meet van arremoede,
zand, gras en stenen,
waar eeuwen het water 
stroomde.

 

vrijdag 2 oktober 2026

Bril op lijk

Je wilde dat als je opgebaard
in je kist, voor ieder te kijk,
ooit, triest ja, en wie regelt dat,
dat men je dan geen bril op zet. 

Geen bril, want je bent dood immers,
er is hier niets te zien mensen,
niet met eeuwig gesloten ogen
ver en bij zijn niet meer te zien. 

Over je graf kun je niet kijken,
die steen staat hinderlijk in de weg,
en wat is het donker beneden. 

Je hoeft niet je gedichten bij je voet
(die helpen echt niet als je opstaan moet)
Maar zorg dat die bril van mijn neus is.

 

Alles en niks

Je agenda bleek leeg, geen punt
dus geen afspraak, de dag was wit.
Je hoofd was bezig, dit en dat,
met het volgende, dus geen rust.

Je had het gras gemaaid, nagedacht
over je naderend  pensioen.
Dagen van krant en bijlagen,
bij de super kocht je een rolmops. 

Je harkte het gras, en deed de was
Je appte een berichtje of twee
en repareerde de tuinlamp. 

De dag had je geen zin gebracht
dacht je, geen inzicht, wel verlichting
dit was het, ja dit was alles.

 

dinsdag 22 september 2026

Rups ree

Ging ik een keer mijn huis uit, de natuur in,
plette ik gelijk een overstekende rups
onder mijn fietswiel. Het was een fors
exemplaar, de helft van mijn voet (zie foto),
maar wel dood dus, door mijn schuld.
De dag erna knalde er een ree
tegen het rechter spatbord, portier
hoe heet het, van mijn auto.
Beste deuk, bloed, maar van ree
geen spoor. Ik dacht: die moet
nu toch wel ergens dood liggen?
Of minstens erge koppijn hebben?
Misschien had die ree wel jongen.
Jongen, wat een ellende, en dus geen vlinder ook.
En dan nog die kosten voor het uitdeuken.
Dus nee, voor mij was het ook geen feest.