De wereld is om je heen
En toch ben je alleen
Je fietst door de nacht
Er is een schijnsel voor je
Dat de boel een beetje
verlicht
Thuis wacht de inkt op je
In je hoofd is het verhaal
Je draait de trappers door
Je bent zo onderdeel van het geheel
De cadans, dit mag van je
Eeuwig duren, dit gesuis,
Dit geruis, dit getik en
geratel
Van versnelling en ketting
De fietscomputer is op zwart
Je weet niet waar, hoe ver
En hoe snel. De bidon is leeg
Je gedachten malen rond
En dat doen ze al een tijdje
Bergop - en bergafwaarts
Er was geen verkeer buiten
jou|
Je zingt, niemand die je
hoort
Het zweet trekt witte sporen
Over je gezicht. Alles
bestaat
Omdat het bestaat, dat was de
zin
Van je tocht, de tube solutie
bestaat
Bij de gratie van het lek
Je denkt wat af, je ziet de
boeren
En hun landarbeid, je heft je
arm, groet
Je ontwijkt een dode egel, die
ene wandelaar
Die je ziet, je verzint er
een verhaal omheen
Uit een tuin klinkt gelach.
De wind trekt aan,
Dat kun je nu niet gebruiken
Je denkt aan thuis, een
douche, je vrouw
Het koude drankje, je spieren
gloeien
In het donker. Als je
afstapt, voel je de pijn,
Je wankelt op je voeten. Het licht
gaat uit.