Vanmiddag was ik bij De Perifeer
voor een optreden van de klankdichter Jaap Blonk. Ik zie dat ik gelijk een aantal
dingen moet uitleggen.
Wat is De Perifeer? De
Perifeer is eigenlijk het atelier van de Deventer kunstenaar Harco Rutgers. En
dat bevindt zich aan de M.H.F. de Boerlaan
151, Deventer, begane grond.
En De Perifeer
organiseert kleine evenementen: kunst, muziek, theater, performance experiment,
en nieuwe talenten. Het podium is klein, en de publieksruimte dus ook. Met wat
passen, meten en inschikkelijkheid, kunnen er zo’n 40 bezoekers aanwezig zijn
bij een optreden.
Vanmiddag was ik hier vanwege
Jaap Blonk dus. Die ken ik eigenlijk vooral van zijn optredens op de VPRO radio,
de literaire programma’s, die had je toen nog, beste jonge lezertjes, ’s
middags en ’s avonds op de radio, in de jaren tachtig en negentig. Daar las Jaap Blonk dan zijn klankgedichten
voor, tussen de voordrachten van Remco Campert, Maarten Biesheuvel en Johnny
van Doorn.
En een klankdichter herken je
dus niet aan sonnetten. Een klankdichter maakt geluiden waarvan je denkt, wat
zou dat kunnen beteken, ik begrijp er niets van.
Jaap blonk spreekt in
klanken. Niet in een Scandinavische taal, of Hongaars, Swahili, maar in
klanken. Bedenk er maar wat bij, als je wilt.
Jaap Blonk komt natuurlijk
niet uit het niets. Bij zijn kraampje kocht ik de cd met zijn versie van de Ursonate
van Kurt Schwitters, van Dada, weetuwel, heerlijk onzin. Ik
hou daar wel van.
Maar vanmiddag in De
Perifeer stond Jaap Blonk als duo op
het podium, samen met Terrie Ex, gitarist van de anarcho punkband The Ex.
Dus lak aan muziekconventies. Een gitaar kun je gerust bespelen met een
koffiekopje, of met een drumstokje, dat soort werk dus. Alles mag. Alles ligt
open, alles is vrij.
Leuk, maar ik had toch liever
wat gedichten gehoord. Er zitten grenzen aan gekkigheid.
Maar er was niet alleen Jaap
Blonk & Terrie Ex in de Perifeer vanmiddag, er trad nog een fascinerend duo
op. En dat was erg interessant, want waar zat ik hier naar te kijken en
te luisteren, een muziekduo, een kunst performance, een ongeorganiseerde bak
herrie? Want wat gingen ze tekeer op die kleine ruimte.
Reona
& Grgur Savić. Reona, dat is de dame dus, Japans, had metalen
plaatjes onder haar schoenen, en daar tapdanste ze mee: op de betonnen vloer
van het atelier, op de aluminium platen die op de vloer lagen, op metalen
deksels, op alles wat er voor haar voeten kwam.
En daarnaast sloeg ze ook op
alles wat er in haar buurt lag, met rammelaars, op blikjes, en dat alles in een
fanatiek tempo.
Grgur
Savić blies op een klarinet en een saxofoon, en maltraiteerde die
instrumenten ook met alles wat hij gedurende het optreden vond. Ik wist niet
hoeveel er van dit concert was ingestudeerd, en hoeveel ervan improvisatie was.
Deden ze maar wat, of voerden ze een strakke compositie uit? En hoeveel was er
toeval? Trash Trance, heb ik als genrenaam bedacht, want ze gingen maar door.
Enfin, het concert had een hoog amusement waarde, wanneer
zie en hoor je nou tapdansen?