We zijn weer in Watou
geweest, en we zijn weer thuis. We hebben het kunstenfestival bezocht, De tent ligt nog in de gang maar de slaapzakken
hangen al gewassen over de waslijn.
Watou en wij gaan al een hele
tijd terug. De eerste kennismaking met dat West- Vlaamse grensdorp dateert uit
1998. En dat komt gewoon doordat ik toen in mijn ochtendkrant, Trouw,
een recensie las over dat curieuze festival dat kunst en poëzie verbond. Ik zag
een foto van een levensgroot houten kruis, fraai uitgelicht in een
boerenschuur, maar het kruis was
gebroken. En dat gaf een dramatisch effect aan die foto, aan die locatie. Ik
moest daar heen, naar dat kunstwerk van Mariusz Kruk. Ik legde de krant neer, en besefte dat ik dat beeld zelf moest
zien, in het echt moest zien. Dat gebroken kruis in die schuur. En dat gedicht
erbij horen.
Dus wij hebben toen die zomer
Watou bezocht. Het gebroken kruis in De Douviehoeve bekeken, toen had ik
waarschijnlijk geschreven dat we er ons aan vergaapt hadden, want dat
deden we, mysterieuze kunst in een zeer tot de verbeelding sprekende omgeving,
een hoeve, net buiten het dorp.
Waar hebben allemaal
overnacht sindsdien? Even uit mijn hoofd? Camping Bosjesveld in Westouter,
Hotel Palace in Poperinge, Talbot House, Poperinge, Hotel Belvedere, Rodeberg, Hotel
Het Wethuys Watou, camping De Nachtegaal, Camping Les Houblonnières, Boeschepe en hotel Amfora, Poperinge,The Little
White House, in de Woestenhof, ’t Hoog Huys, Westouter, Vitsemolenhoeve, huisje de
Cayenne, Capelaniehof, Dranouter, 't Hennekot in Sint Jan-ter-Biezen en vakantiewoning
op de Baneberg.
Dus, routiniers qua bezoek kunnen we ons wel noemen. Toch was dit
de eerste keer dat we een kunstwerk kochten. Of eigenlijk twee. We kochten twee
poppen gemaakt door Michel Bonefaes, kunstenaar en bewoner, (in
willekeurige volgorde) van De Lovie.
En die zitten dus nu samen, in al hun aandoenlijkheid bij ons thuis in de vensterbank. En we zijn erg blij met hun komst
en aanwezigheid.