Michiel van Hunenstijn
Komt uit zijn woorden (dichter voor halve dagen)
vrijdag 31 juli 2026
donderdag 30 juli 2026
Zondag 2 augustus, kraam 214, Deventer Boekenmarkt
Zondag 2 augustus, staan Maria en ik van 09.00 tot 17.30 uur op de Deventer Boekenmarkt met een kraam om onze bundel Reis naar het einde van de Deventer Boekenmarkt te promoten, en te verkopen natuurlijk.
We hebben kraam 214, en die bevindt zich aan de kant van de IJssel, vlakbij de spoorbrug, zie kaartje hierboven, bij de penpunt.
We vinden het heel leuk dat we een kraam hebben op deze boekenmarktmarkt, ook omdat we bij de eerste twee edities, 1989 en 1990, aanwezig waren met een kraam van De Taal- en Drukwerkplaats, toen nog gevestigd aan Polstraat 48, bovenste verdieping.
Op onze kraam is de bundel te koop, maar ook originele collages, gemaakt en ingelijst door Maria.
Graag tot dan, tot daar.
woensdag 29 juli 2026
Dus, wat is het?
De dood waarde rond, hield
huis in je kennissen-
en vriendenkring, buurtgenoten incluis, plus
collega’s. Kanker, kanker,
kanker (hoofd, darm, long)
en ongeval, de vrachtwagen
had het eind van de file
niet opgemerkt, want mobiel.
En suĆÆcide, daar had de
tv zelfs nog aandacht aan
besteed, want ggz
en vermoeden van nalatigheid,
plus verwijt dit en dat.
Maar dood is dood en dus
verdriet met tranen. Wat
doe je eraan? Een ontroerende
dichtbundel lezen?
Nog een keer, nostalgisch, die zelfde oude route fietsen,
maar dan alleen?
Je maakt je druk om een
woord, een schreefloze
letter, een werkwoord dat
niet wederkerend gebruikt
wordt. Je houdt stand. Ergens
verderop is het oorlog.
Wat? Je had pijn aan je voet?
Daar wenst iemand
dat die een voet had,
om pijn aan te hebben.
Biertje dan maar? Je leeft
man. Dus, wat is het?
woensdag 15 juli 2026
Kröller-Müller en de wolf
Het museum bood je bij de
ingang
een folder aan: hoe om te
gaan met de wolf?
Dus trapte je harder op je rode
fiets.
Je kwam voor De Kleine
ArlƩsienne,
Van Gogh, met haar gezicht van groene verf.
En Joseph Michel-Ginoux,
de kroegbaas
Heerlijk hoofd, in een
heerlijke houding,
de gasverlichting zorgde voor
het groen
je voelde zijn blik hautain
op jou gericht.
Zijn vrouw, Madame Ginoux,
daarentegen
was de gezelligheid en liefde
zelve,
interpreteerde je, niemand
sprak je tegen
Je hield nog even stil bij Fernand LƩger
Kaartspelende Soldaten,
starstruck was je
hierdoor als scholier, nu zag
je het niet zo.
In de beeldentuin zag je een
salamander
in de vijver van Sculpture
flottante,
geen wolf, maar dit was een
goede tweede.
zondag 12 juli 2026
Schokkerig als een oude super 8 film
Ze had gejokt over haar
leeftijd, een handvol jaren, eraf
natuurlijk,
Want ijdel bleek ze wel. Op
foto’s kon ze ook niet meer aanwijzen
Waar het was: Frankrijk,
Zweden, Duitsland, Engeland of Letland,
Ze had zo haar gedachten over
haar afkomst en haar toekomst.
Op een station had ze iemand
zien lopen die al jaren dood was.
En in haar dromen zag ze soms
haar oma, volledig ingeteerd
In haar bed liggen in haar
laatste uren. Maar ook zag ze,
Schokkerig als een oude super
8 film haar lopen over dat
Tuinpaadje, ze droeg een doos
met schelpen, vakantie, voorzichtig
In haar handen. Zo was je
kind, en zo een opgedroogde frommel.
Het ging je, als je het zo
bekeek, naar omstandigheden slecht.
donderdag 9 juli 2026
woensdag 8 juli 2026
Fietstvakantie
De wereld is om je heen
En toch ben je alleen
Je fietst door de nacht
Er is een schijnsel voor je
Dat de boel een beetje
verlicht
Thuis wacht de inkt op je
In je hoofd is het verhaal
Je draait de trappers door
Je bent zo onderdeel van het geheel
De cadans, dit mag van je
Eeuwig duren, dit gesuis,
Dit geruis, dit getik en
geratel
Van versnelling en ketting
De fietscomputer is op zwart
Je weet niet waar, hoe ver
En hoe snel. De bidon is leeg
Je gedachten malen rond
En dat doen ze al een tijdje
Bergop - en bergafwaarts
Er was geen verkeer buiten
jou
Je zingt, niemand die je
hoort
Het zweet trekt witte sporen
Over je gezicht. Alles
bestaat
Omdat het bestaat, dat was de
zin
Van je tocht, de tube solutie
bestaat
Bij de gratie van het lek
Je denkt wat af, je ziet de
boeren
En hun landarbeid, je heft je
arm, groet
Je ontwijkt een dode egel, die
ene wandelaar
Die je ziet, je verzint er
een verhaal omheen
Uit een tuin klinkt gelach.
De wind trekt aan,
Dat kun je nu niet gebruiken
Je denkt aan thuis, een
douche, je vrouw
Het koude drankje, je spieren
gloeien
In het donker. Als je
afstapt, voel je de pijn,
Je wankelt op je voeten. Het licht
gaat uit.



