We hebben enkele dagen in Venetië
besteed aan de Biënnale, de paviljoens in de Gardini natuurlijk en het Arsenale,
plus wat her en der in de stad te vinden, en soms ook niet te vinden was.
En aan het eind komt dan altijd de vraag: wat zal hiervan beklijven, wat heeft
indruk gemaakt, wat heeft je het meest geraakt, wat vond je het beste? En dat
is een lastige, want het zijn verschillende categorieën, disciplines die het
dan tegen elkaar moeten opnemen: schilderijen, foto’s, sculpturen, een
performance, video’s, tekeningen humor, ernst – eigenlijk is het niet te doen.
Maar toch.
De miniatuur
schuurtjes, huisjes van Beverly Buchanan van hout, stalen gelijk
mijn hart. Ik kreeg gelijk zin om, als ik weer thuis was, ook zoiets te gaan
proberen te maken, een schuurtje, van latjes, balkjes, van sloophout. Ze waren
fijn om naar te kijken. De art brut was niet ver weg.
Het Spaans paviljoen.
Het Spaans paviljoen was van links naar rechts, van onder tot boven, volgeplakt
met ansichtkaarten. Maar heel strak en mathematisch, alle ansichten hingen op
gelijke afstand van elkaar, en ze hingen allemaal portrait. Duizenden
ansichten. Overal waar je keek, ansichten. Het was betoverend, overdonderend, je
was omsingeld door ansichten, ingepakt. En de ansichten waren per thema geselecteerd:
kerken, dieren, bergen, zonsondergangen, museumstukken – alles. Het was
ondoenlijk om ze allemaal te bekijken, zeker de ansichten die boven de twee
meter hoog hingen (en het plafond was zeker twee meter verder).
Een kunstwerk van Oriol
Vilanova.
Het Pools paviljoen had
een nevenvangst, een onbedoelde publiekstrekker: een zeemeeuw had, voor de
opening van de Biënnale, besloten dat die plek daar in het gras, voor de ingang
van het Paviljoen, een geschikte locatie zou zijn voor haar nest. Dus maakte ze
een nest, en legde daar haar eieren. Lekker rustig plekkie, niemand te zien,
mooi zo.
Maar toen begon de Biënnale.
Had ze de hele dag die kijkers die haar filmden en foto’s van haar maakten. Terwijl
zij niets anders wilde dan gewoon rustig broeden. Wist zij veel dat het Pools
paviljoen zo veel bezoekers zou trekken? De organisatie zorgde haastig voor een nestomheining, Toen wij er waren, waren er
drie kuikens.
In het Turks Paviljoen is de
kunst, de installatie A Kiss on the Eyes van Nilbar Güreş te
zien. Mixed media, heet dat dan, in haar sculpturen komt er in ieder
geval een boel textiel aan te pas. Vrolijk, geheimzinnig, raadselachtig, en daar
was dat figuurtje. Een lappenpop, zonder ogen, die met zijn hoofd een levensgroot
speldenkussen achter zich aan sleepte.
Wat was dit? Wat werd hier
verbeeld? Wat was dat speldenkussen, en waarom was dat verbonden met zijn
hoofd? Waren dat soms, metaforisch, zijn gedachten? Ik heb daar ook wel ’n last
van. Gedachten als spelden, of als een speldenkussen. Ik ken dat. Maar dat wezentje zag er
zo hulpeloos uit, met zijn gesleep, hij had toch geen benen? Ach, wat een aandoenlijkheid.