donderdag 30 juli 2026

Zondag 2 augustus, kraam 214, Deventer Boekenmarkt

 

Zondag 2 augustus, staan Maria en ik van 09.00 tot 17.30 uur op de Deventer Boekenmarkt met een kraam om onze bundel Reis naar het einde van de Deventer Boekenmarkt te promoten, en te verkopen natuurlijk.

We hebben kraam 214, en die bevindt zich aan de kant van de IJssel, vlakbij de spoorbrug, zie kaartje hierboven, bij de penpunt.

We vinden het heel leuk dat we een kraam hebben op deze boekenmarktmarkt, ook omdat we bij de eerste twee edities, 1989 en 1990, aanwezig waren met een kraam van De Taal- en Drukwerkplaats, toen nog gevestigd aan Polstraat 48, bovenste verdieping.

Op onze kraam is de bundel te koop, maar ook originele collages, gemaakt en ingelijst door Maria.

Graag tot dan, tot daar.

woensdag 29 juli 2026

Dus, wat is het?

De dood waarde rond, hield huis in je kennissen-
en vriendenkring, buurtgenoten incluis, plus
collega’s. Kanker, kanker, kanker (hoofd, darm, long)
en ongeval, de vrachtwagen had het eind van de file
niet opgemerkt, want mobiel. En suĆÆcide, daar had de
tv zelfs nog aandacht aan besteed, want ggz
en vermoeden van nalatigheid, plus verwijt dit en dat.
Maar dood is dood en dus verdriet met tranen. Wat
doe je eraan? Een ontroerende dichtbundel lezen?
Nog een keer, nostalgisch, die zelfde oude route fietsen,
maar dan alleen?
Je maakt je druk om een woord, een schreefloze
letter, een werkwoord dat niet wederkerend gebruikt
wordt. Je houdt stand. Ergens verderop is het oorlog.
Wat? Je had pijn aan je voet? Daar wenst iemand
dat die een voet had, om pijn aan te hebben.
Biertje dan maar? Je leeft man. Dus, wat is het?

 

woensdag 15 juli 2026

Kröller-Müller en de wolf


 

Het museum bood je bij de ingang
een folder aan: hoe om te gaan met de wolf?
Dus trapte je harder op je rode fiets. 

Je kwam voor De Kleine ArlƩsienne,
Van Gogh, met haar gezicht van groene verf.
En Joseph Michel-Ginoux, de kroegbaas 

Heerlijk hoofd, in een heerlijke houding,
de gasverlichting zorgde voor het groen
je voelde zijn blik hautain op jou gericht. 

Zijn vrouw, Madame Ginoux, daarentegen
was de gezelligheid en liefde zelve,
interpreteerde je, niemand sprak je tegen

Je hield nog even stil bij Fernand LĆ©ger
Kaartspelende Soldaten, starstruck was je
hierdoor als scholier, nu zag je het niet zo. 

In de beeldentuin zag je een salamander
in de vijver van Sculpture flottante,
geen wolf, maar dit was een goede tweede.

 

zondag 12 juli 2026

Schokkerig als een oude super 8 film

Ze had gejokt over haar leeftijd, een handvol jaren, eraf natuurlijk,
Want ijdel bleek ze wel. Op foto’s kon ze ook niet meer aanwijzen
Waar het was: Frankrijk, Zweden, Duitsland, Engeland of Letland,
Ze had zo haar gedachten over haar afkomst en haar toekomst.
Op een station had ze iemand zien lopen die al jaren dood was.
En in haar dromen zag ze soms haar oma, volledig ingeteerd
In haar bed liggen in haar laatste uren. Maar ook zag ze,
Schokkerig als een oude super 8 film haar lopen over dat
Tuinpaadje, ze droeg een doos met schelpen, vakantie, voorzichtig
In haar handen. Zo was je kind, en zo een opgedroogde frommel.
Het ging je, als je het zo bekeek, naar omstandigheden slecht.

 


woensdag 8 juli 2026

Fietstvakantie

De wereld is om je heen
En toch ben je alleen
Je fietst door de nacht
Er is een schijnsel voor je
Dat de boel een beetje verlicht
Thuis wacht de inkt op je
In je hoofd is het verhaal
Je draait de trappers door
Je  bent zo onderdeel van het geheel
De cadans, dit mag van je
Eeuwig duren, dit gesuis,
Dit geruis, dit getik en geratel
Van versnelling en ketting
De fietscomputer is op zwart
Je weet niet waar, hoe ver
En hoe snel. De bidon is leeg
Je gedachten malen rond
En dat doen ze al een tijdje
Bergop - en bergafwaarts
Er was geen verkeer buiten jou
Je zingt, niemand die je hoort
Het zweet trekt witte sporen
Over je gezicht. Alles bestaat
Omdat het bestaat, dat was de zin
Van je tocht, de tube solutie bestaat
Bij de gratie van het lek
Je denkt wat af, je ziet de boeren
En hun landarbeid, je heft je arm, groet
Je ontwijkt een dode egel, die ene wandelaar
Die je ziet, je verzint er een verhaal omheen
Uit een tuin klinkt gelach. De wind trekt aan,
Dat kun je nu niet gebruiken
Je denkt aan thuis, een douche, je vrouw
Het koude drankje, je spieren gloeien
In het donker. Als je afstapt, voel je de pijn,
Je wankelt op je voeten. Het licht gaat uit.