Vroeger kon een vulpen je
betoveren
Scheaffer, en ook de kleur inkt deed er toe,
bruin. En als je toch bezig bent:
schemering.
En je had je deurbel en
mobiel uitgezet.
En dan moest er drank,
kringen op papier.
Er was een vrouw, tuurlijk,
die was ver weg,
en jij had pijn. Waar was nu Arthur
Rimbaud?
Zat je daar, gevangen in het
lamplicht,
een rouwrand Côtes du Rhône, je doopte
je pen in het glas. En je wilde nog zo veel.
Je stond op de foto bij het graf van Rimbaud,
waar was hij, zij, je moest alleen die nacht door.