Ik verheug me er nu al op, op het bezoek aan de Biënnale van Venetië. De lange gangen en grote koele zalen van Arsenale en lekker van paviljoen naar paviljoen flaneren in Giardini.
Maar er is iets. Er is iets rots aan deze editie van de Biënnale, en dat is geen kunstwerk dat ophef veroorzaakt, of een schandaal of een rel of een controverse. Was dat maar zo, dan kon je er nog lekker over in discussie, of genieten van de discussie die anderen voeren – want een relletje schudt de boel toch altijd lekker op, maakt het minder saai, houdt kunst levendig.
Wat is er aan de hand? Na vier jaar afwezigheid maakt Rusland zijn rentree op de Biënnale. Op de editie van 2022 en 2024 was Rusland niet vertegenwoordigd. (In 2024 was het Rusland Paviljoen gevuld met kunst uit Bolivia).
Even ter herinnering: Rusland werd natuurlijk geweerd vanwege de inval en de oorlog in Oekraïne. Dan kun je natuurlijk tegelijk geen mooie sier gaan lopen maken met kunst in Venetië. Ik denk dat iedereen dat wel begreep. En ik denk dat ook iedereen het daar wel mee eens was.
Maar.
De organisatie van de Biënnale heeft ineens een andere mening:
De organisatie van de Biënnale zegt open te willen zijn en „wijst iedere vorm van uitsluiting of censuur van cultuur en kunst af”.
Tja, dat is natuurlijk een nobel iets. Wie is er immers voor uitsluiting en censuur van kunst?
Maar.
‘Cultuur en geopolitiek gaan niet samen.’ Aldus de directeur van de Biënnale
Ah, cultuur en oorlog gaan kennelijk wel goed samen.
Gelukkig ben ik niet de enige die de Russische deelname op dit prestigieuze kunstfestival onaanvaardbaar vindt, want:
De Europese Unie wil dat de Biënnale van Venetië het besluit terugdraait om Rusland weer toe te laten tot de internationale kunsttentoonstelling. Als de organisatie dit niet doet, zal de EU sancties opleggen.
Enfin. Als ik op de Biënnale ben, en het Russisch paviljoen is geopend, dan zal ik daar zeker niet binnen gaan.





