zaterdag 2 mei 2026

Akata Sun Dunchi

 



‘Heb je ‘m op repeat staan?’ klonk er uit de keuken.

En ja, ik had ‘m op repeat staan. En gisteren ook al. Ik kon er niet genoeg van krijgen. Van Akata Sun Dunchi, uitgevoerd door Takachi Hirayasu en Bob Brozman.

Wat een aanstekelijk en fijn liedje was dat, ik kende het nog maar sinds gisteren, en nu al hooked.

Gisteren luisterde ik naar Pinguinradio, sectie world, dan hoor je nog ‘ns een keer iets anders, iets buiten je bubble.
En gisteren was het raak, toen zeilde het liedje Akata Sun Dunchi ineens mijn hoofd binnen. Of was het andersom, dat ik dat liedje inzeilde? We hadden elkaar beet, dat liedje en ik, en we lieten mekaar niet los.

En waar kwam dat door? Waar kwam dat door dat ik zo gegrepen was door een song in een taal die ik niet verstond? Ik was zowaar ontroerd door dat liedje, en ik wist niet eens waar het over ging.

Was het door dat optimistische, positieve geluid, dat Lebensbejahende, dat ritme dat je naar voren leidde, de weg wees naar het licht, de luchtigheid, de vrolijkheid – je was toch steeds haast aan het dansen elke keer als je dit liedje hoorde? De klanken hadden je haast bedwelmd, ingepakt, dat kwam natuurlijk door die herhaling, dat werkte hypnotiserend. Er waren meerdere gevoelige snaren geraakt. Hier kon je geen weerstand aan bieden.

Dit had je nodig. En je drukte nog een keer op repeat.

 

Glimlachje du jour, in Trouw

 



zondag 26 april 2026

Nachttrottoir, variant nummer hoeveel?


Nacht, de drogist is een Kruidvat.
Hel verlicht de plastic frutsels
uit China, geef dit nog tien jaren:
geen perspectief, dit gaat kapot.

Na jou herhaalt de dood zich niet:
je mist kinderen, de nacht is eindeloos,
de rivier raakt nooit meer bevrozen.
Je plakt een sticker op de straatlantaarn.

Heden tomaat, morgen gij


 Jammer, het waren biologische tomaten ook nog.

woensdag 22 april 2026

Wat je zag op het platteland

 


Over het schouwpad langs de Schipbeek kwam de stoet trekkers dichterbij. Je hoorde hun motoren, van intimiderend grommend tot pruttelend hakkepuf. Bij de brug, waar jij stond, sloeg de stoet rechtsaf de Oude Borculoseweg in. Je zag en hoorde een:

Ursus
John Deere
New Holland
Porsche
Lamborghini
Fendt
Case
Massey Ferguson
Massey Harris
Deutz Fahr
Claas Valtra
Steyr
Same
Claas
Kubota
Landini
Hanomag
Ferrari
Schlüter
Fiat
Fordson Dextra
Leyland
Güldner
en tot slot 
een Ford


maandag 20 april 2026

Diepenheim Kunstmoment 20ste editie

 


We gingen naar Diepenheim om daar het jaarlijkse Kunstmoment bij te wonen, de route te fietsen, de kunst te bekijken. En dus huurden we een huisje in het buitengebied, tussen Diepenheim en Gelselaar, en sjorden we de fietsen op de auto.

‘s Ochtends bij het vertrek was ik niet op mijn best: ik zat te veel in mijn hoofd en was veel te vroeg wakker, wat voor een nachtportier altijd een klein rampje is. Dus ik was niet in de meest relaxte chille mood toen we vertrokken.

Enfin. We kochten een gidsje van de expositie, haalden de fietsen van de auto en gingen over de lange oprijlaan naar kasteel Het Nijenhuis, om daar gelijk verrast te worden door misschien wel het beste wat op er op deze editie van Kunstmoment te zien is: de foto’s en werken van Jasper Abels in het Koetshuis.

Jasper Abels had met hulp van de Amersfoortse handwerkmeisjes, een complete set, een interieur, ingepakt in borduurwerk: een bijl, een hobbelpaard, een vaas, een etalagepop, een tafel met serviesgoed, de stoelen, de kopjes, de borden, de glazen, de muis op de vensterbank – alles. Het was adembenemend.

Op de tweede locatie op het kasteelterrein, de timmerwerkplaats, kocht ik een porseleinen maskertje. Ik werd aangestaard door een gezicht zonder ogen van kunstenares Winneth Sala. Het werkje moet nog z’n plek krijgen in mijn huis: waar moet die blik naar toe?

Het Kunstmoment van Diepenheim had dit jaar 48 locaties. Toen we maandag weer vertrokken, had ik er 47 van bezocht. (En nummer 48 zag ik via een schermpje).

Had ik al verteld dat ik deze kunstroute aflegde op mijn nieuwe (tweedehands) fiets, een steenrode Santos? En dat fietste heerlijk (sorry, goeie ouwe Giant Expedition, nu te koop bij De Lepra Stichting in Deventer). En, het is een fiets zonder batterij, ik vermeld het er maar bij.

Op de zolderverdieping van de Timmerwerkplaats, exposeerde Hugo Vernhout. Hij had zijn sup geëxposeerd. Waarmee hij al jarenlang vaart. En niet alleen zijn sup, maar ook de vaargeschiedenis bracht hij mee: hier lagen de ballen, groot, klein, oud, nieuw, vergaan, die hij al peddelende uit het water had gevist. Een waanzinnig gezicht. Het was moeilijk om hier je aandacht rustig te verdelen over wat je zag: tennisballen, voetballen, pingpongballen, volleyballen, basketbalballen, en dat in alle kleuren – alles kleefde om de sup heen.

Deze middag zagen we nog mooie kunst van Lotje de Lussanet, Judith Veldhoen, Floor Spigt, Daisy Kimman, Yolanda van Dongen, Nelleke Huissen, Richard van der Galien, Leontien Kurpershoek en Ruud Koenders.

‘s Avonds aten we in het restaurant bij de watermolen: Den Haller. En de ontspanning daalde langzaam in mij neer en nam bezit van mij. En hoorde ik daar ook niet de heggemus?

Terug bij het natuurhuisje, hoorde je de eenden kwaken en plonzen, de vogels twitteren en de zon scheen.

(Wat je wel een beetje zorgen baarde: in het weiland, en het was nogal een groot grasland, tegenover het huisje, zat in z’n eentje een zwaan. Zonder zijn of haar partner, metgezel? Dit ene witte watje in het weiland deed haast pijn, want eenzaamheid werd zelden prangender verbeeld).

Op dag twee zagen we collages in een serre, een paard in een huiskamer, en de schepping in een schuur. En we fietsten heerlijk over de onverharde wegen. Maar, even onder ons, de sensatie van de eerste dag, het gevoel van verrukking van gisteren, nee, dat was afwezig en liet zich deze dag niet mee zien.

Lag dat aan ons, of lag dat aan de kunstwerken?

Bij restaurant De Viersprong at ik deze avond de forel, net als verleden jaar. En dat gaat hier dus in alle rust: er klinkt geen muziek door de ruimte.

En de zwaan lichtte wit op in het weiland.

Op dag drie, de laatste dag kwamen we nog een aangename verrassing tegen: klei, gebakken klei. Dat was het werk van Cecil Kemperink. Het leuke is: haar werk siert de voorkant van het gidsje, maar ik had eigenlijk geen idee wat ik daar zag. Dat blijken dus gebakken ringen van klei te zijn. Met bewonderingswaardig geduld en precisie door Cecile in elkaar gezet te zijn. Kettingen van klei, hangers van klei, gordijntjes van klei. En, weer wat geleerd die dag: klei is helemaal niet zo kwetsbaar. Je kunt zo’n ketting van klei gewoon oppakken en laten ritselen, rammelen en ruisen. Geen paniek, er gebeurt niets mee, ik hoef niet steeds te denken, pas op nou, zo meteen gaat het stuk, het blijft intact.

Joep van Lieshout was deze editie vertegenwoordigd met drie ruimtelijke werken, allemaal van polyester: de haan bij kasteel Westerflier, de industriële hamer bij kasteel Nijenhuis en de darm, waar je in kon, bij Herberg de Pol.

Nou wil het dat wij, het was 13 maart 2020, overnacht hebben in een kunstwerk, in een grote polyester darm van Van Lieshout. En dat was op het terrein van de Verbeke Foundation, Vlaanderen. Ik weet dat nog zo precies, omdat de dag erna de Corona restricties in gingen. Net op tijd uit de darm weg. 

Maar hier, in Diepenheim, kwamen de beelden me nogal lomp over, weinig finesses, niet echt mooie kleuren, geen aantrekkelijk materiaal. Beetje goedkoop ook.

In de kelder van BasementPress had ik haast nog een print van een uitgebloeide paardenbloem gekocht. De eindigheid in zwart wit verbeeld. Prachtig werk. En er was een indringende prent die een vluchtelingenkamp verbeeldde die mijn aandacht trok. Maar ik heb ze beiden laten liggen, sorry. Krijg ik vast spijt van.

Diepenheim sloten we af met asperges bij Irma’s tegenover het pand van Janna.

De zwaan zat toen we ’s avonds afsloegen naar ons huisje, als een witte stip alleen in het weiland.

 

maandag 13 april 2026

De ondraaglijke zwaarte van het bestaan


Je las enkele gedichten van wat jonge dichters.
Hun onderwerpen waren zwaar. Je las over Stalin,
Oekraïne, Gaza, hongersnood, wreedheid en
dat alles opraakt en dat iedereen dood gaat.

Nou leeft een dichter natuurlijk van vergeefsheid,
het leed van de wereld en verbroken liefdes.
Maar je gunde en wenste ze toch wat lichtheid:
liep er niet net nog een Downie met een medaille
door de straat die een liedje zong? Nou dan.