zaterdag 6 juni 2026

Toespraakje met headset in De Hereeniging


Goedemiddag, welkom bij de presentatie van de bundel: Reis naar het einde van de Deventer Boekenmarkt.

Het voorstelrondje houden we kort: dit is Maria Willems en ik ben Michiel van Hunenstijn.

En dit is de bundel waarom we vandaag  allemaal hier zijn.

Ik had bedacht voor deze middag, om het openingsvers van de bundel voor te lezen, en daarna een toespraakje, en daarna geef ik het woord aan Maria.

Want zij heeft wat praktische zaken te vertellen. En voor praktische zaken moet je mij niet hebben. (Ik zie een heleboel mensen nu knikken: nee, Michiel moet je niet hebben voor de zakelijke dingen).

En was plots een boek aan je verschenen
als in een visioen met een duiding.
Je zocht gejaagd naar titel en auteur
maar mist en licht ontnamen je het zicht. 

Was dit een boodschap, en aan jou gericht?
De mist en het licht waren weg, het boek ook.
Je vroeg je af wat de bedoeling was
moest jij nou op zoek naar de bedoeling, 

dus dat boek, of was dat boek op zoek naar jou?
Je dronk een fles en deed je ogen dicht:
je zag een kast waarin een boek ontbrak
er daalde een urgentie in je neer.

Toen ik op de, toen nog, lagere school, zat, kreeg ik van mijn moeder het boek ‘De reizen en avonturen van Mijnheer Prikkebeen’  Het is een verhalend, episodisch gedicht met op elke bladzijde plaatjes. Ik weet niet wat er toen meer indruk op mij maakte: de plaatjes of de gedichten. Maar wat hield ik van die personages,

Is er toen de kiem gelegd voor gedichten met een episch karakter, een roman in verzen? Ik word er altijd door aangetrokken. Ik laat me altijd graag door de poëzie het verhaal in trekken.

Door Faust van Gerrit Komrij, Goede Manieren, van Robert Anker, De Vlek van Willem Jan Otten, Bittergarnituur van Arthur Wevers, De rotonde van Mark Boog, natuurlijk Jevgeni Onegin van Poesjkin, Roeshoofd Hemelt van Joost Zwagerman en Awater van Martinus Nijhoff, en ik had hier ook graag De Goddelijke Komedie van Dante omhoog gehouden - maar die heb ik niet gelezen.

Er is nog een boek uit mijn jeugd dat een indruk heeft nagelaten: Alice in Wonderland. Dat is een roman, geen dichtbundel. Maar op de eerste bladzijde van Alice in Wonderland, staat: Eén of twee keer had Alice een blik geworpen in het boek dat haar zus las, maar er stonden geen plaatjes in, en wat heb je aan een boek, dacht Alice, zonder plaatjes?

En daar was ik het toen heel erg mee eens. Nu nog steeds. Boeken moeten niet saai zijn, er moeten plaatjes in.

Maria en ik hebben elkaar leren kennen, ik had hier eerst staan: ontmoet, maar leren kennen is beter, in 1985 op de Taal- en Drukwerkplaats, Polstraat 48, hier in Deventer, waar het licht door het gezaagtande glazen dak scheen op de Multilith, de Gestetner en op ons.

Op de eerste edities van de Deventer Boekenmarkt was de Taal - en Drukwerkplaats, en wij dus ook, aanwezig met een kraampje: op het nu bebouwde (en dus verdwenen) schoolplein in de Polstraat, en aan de Welle.

Maria en ik proberen altijd de Deventer Boekenmarkt in te passen in onze agenda. Ik denk niet wat wij een editie gemist hebben: we beginnen de zomervakantie ermee of we zijn net op tijd terug.

Dus, toen ik in augustus 2025, het idee kreeg om ook een episodisch gedicht te maken, en ik een situatie, een kader zocht waarin een strevend personage zich kon bewegen, personages  moeten altijd strevend zijn nietwaar, toen dacht ik: De Deventer Boekenmarkt, tuurlijk.

Maar, dacht ik, wat heb je aan een boek zonder plaatjes? Er moeten plaatjes in. Zonder plaatjes gaat het niet.

Maria maakt collages, van papier, die knip en plak je. En dan gaat het om vorm, kleur, analogie en ritme, om samenstellen, herkennen wat mooi is.
En vinden dat dingen bij en naast elkaar horen. (ik zou hier zo een metafoor van kunnen maken)
En liefde voor het toeval helpt. Je voegt samen. Je herkent en assembleert
. En dat heeft geresulteerd in hele mooie combinaties.

Het was alleen niet de afspraak dat de collages van Maria beter zouden worden dan mijn gedicht…..

 Ik wens u veel lees – en kijkplezier. En tot zondag 2 augustus!

 

vrijdag 5 juni 2026

Lieke Marsman en haar eerste twee bundels


Lieke Marsman, voormalig dichter des Vaderlands, tegenwoordig: der Nederlanden, is overleden. Tragisch, ze was nog maar 35 jaar.

Ik kocht haar eerste twee bundels toen ze uitkwamen, want ik las haar bijdragen op tirade.nu altijd. Eerlijk gezegd weet ik niet wat ik over haar overlijden zeggen moet. Ik ben geschokt.

Ik ben niet van het E-book. Boeken lees ik van papier. Dus de bundels Wat ik mezelf graag voorhoud en De eerste letter, staan hier in de kast. 

Maar.

Op mijn telefoon staan, tussen heel veel zakelijke- en onzin shit, twee dichtbundels: de verzamelde gedichten van Alfred Schaffer, en de bundel De volgende scan duurt vijf minuten van Lieke Marsman. Als ik 's nachts werk, en alles stil is is, dan lees ik die gedichten. 

Vaarwel Lieke, we zagen en hoorden je hier nog verleden jaar juni je gedichten voorlezen, tussen de ritselende populieren, het ruisen van de wind, het gekabbel van de IJssel en het geschetter van de scholeksters.

Goede reis en bedankt. 

zondag 31 mei 2026

Na meer dan een halve eeuw moest tie kapot

In de jaren zestig kon je bij het magarinemerk Leeuwenzegel 'punten' sparen. Op elk pakje margarine zat een punt. En een bepaald aantal punten was goed voor een folklore, klederdracht bordje. Er waren er zes: Nunspeet, Volendam, Staphorst, Middelburg, Marken en Spakenburg. Wij waren met onze zessen thuis, en Middelburg was mijn favoriet, nog steeds.

Vandaag brak Volendam in de afwas. Maar ik was voorbereid, ik had een reseve Volendam. Op naar de volgende vijftig jaar.

vrijdag 29 mei 2026

Hallucinante dichtbundel gelezen

Gisteren ontving ik de bundel, lag tie in de bus, een mooi, ongelezen denk ik zelfs, tweedehands exemplaar van ERRATAPEDIA van Erik Bindervoet, of zoals het op het voorplat, rug en achterzijde staat: Eric.

Het is een uh, dichtbundel geloof ik, maar wel een die voor de helft gevuld is met voetnoten, errata en verwijzingen.

Ik heb de bundel nog maar één keer doorgenomen, dus ik heb nog lang niet alle geestige verwijzingen en grapjes ontdekt, maar vandaag neem ik weer plaats onder de parasol, met mijn voeten in het gras, koel biertje erbij, en ga ik nog een keer diep het universum van de ERRATAPEDIA in - tot het onweer boven mijn hoofd losbarst.

 

                     



dinsdag 26 mei 2026

Israël, China, Servië, Ethiopië en Zuid-Afrika - wat er nog meer te zien was op de Biënnale

 

En dan was de kunst uit Israël niet eens slecht
 
 De Chinese robot kalligrafeert
 
  
Het Servisch paviljoen 
 
Ethiopisch geel
 
De elegie op video, uit Zuid-Afrika, in de Sant Antonin kerk

maandag 25 mei 2026

Aandoenlijk wezentje met speldenkussen


 

We hebben enkele dagen in Venetië besteed aan de Biënnale, de paviljoens in de Gardini natuurlijk en het Arsenale, plus wat her en der in de stad te vinden, en soms ook niet te vinden was. En aan het eind komt dan altijd de vraag: wat zal hiervan beklijven, wat heeft indruk gemaakt, wat heeft je het meest geraakt, wat vond je het beste? En dat is een lastige, want het zijn verschillende categorieën, disciplines die het dan tegen elkaar moeten opnemen: schilderijen, foto’s, sculpturen, een performance, video’s, tekeningen humor, ernst – eigenlijk is het niet te doen.

Maar toch.

De miniatuur schuurtjes, huisjes van Beverly Buchanan van hout, stalen gelijk mijn hart. Ik kreeg gelijk zin om, als ik weer thuis was, ook zoiets te gaan proberen te maken, een schuurtje, van latjes, balkjes, van sloophout. Ze waren fijn om naar te kijken. De art brut was niet ver weg.

Het Spaans paviljoen. Het Spaans paviljoen was van links naar rechts, van onder tot boven, volgeplakt met ansichtkaarten. Maar heel strak en mathematisch, alle ansichten hingen op gelijke afstand van elkaar, en ze hingen allemaal portrait. Duizenden ansichten. Overal waar je keek, ansichten. Het was betoverend, overdonderend, je was omsingeld door ansichten, ingepakt. En de ansichten waren per thema geselecteerd: kerken, dieren, bergen, zonsondergangen, museumstukken – alles. Het was ondoenlijk om ze allemaal te bekijken, zeker de ansichten die boven de twee meter hoog hingen (en het plafond was zeker twee meter verder).
Een kunstwerk van Oriol Vilanova.

Het Pools paviljoen had een nevenvangst, een onbedoelde publiekstrekker: een, aan de poten te zien, zilvermeeuw, had voor de opening van de Biënnale besloten dat die plek daar in het gras, voor de ingang van het Paviljoen, een geschikte locatie zou zijn voor haar nest. Dus maakte ze een nest, en legde daar haar eieren. Lekker rustig plekkie, niemand te zien, mooi zo. 

 

Maar toen begon de Biënnale. Had ze de hele dag die kijkers die haar filmden en foto’s van haar maakten. Terwijl zij niets anders wilde dan gewoon rustig broeden. Wist zij veel dat het Pools paviljoen zo veel bezoekers zou trekken? De organisatie zorgde haastig voor een nestomheining, Toen wij er waren, waren er drie kuikens.

In het Turks Paviljoen is de kunst, de installatie A Kiss on the Eyes van Nilbar Güreş te zien. Mixed media, heet dat dan, in haar sculpturen komt er in ieder geval een boel textiel aan te pas. Vrolijk, geheimzinnig, raadselachtig, en daar was dat figuurtje. Een lappenpop, zonder ogen, die met zijn hoofd een levensgroot speldenkussen achter zich aan sleepte.

Wat was dit? Wat werd hier verbeeld? Wat was dat speldenkussen, en waarom was dat verbonden met zijn hoofd? Waren dat soms, metaforisch, zijn gedachten? Ik heb daar ook wel ’n last van. Gedachten als spelden, of als een speldenkussen. Ik ken dat. Maar dat wezentje zag er zo hulpeloos uit, met zijn gesleep, hij had toch geen benen? Ach, wat een aandoenlijkheid.