Gehoord:
‘Hij drinkt niet, maar hij drinkt niet problematisch niet.’
Komt uit zijn woorden (dichter voor halve dagen)
Je omschreef het toen zo Menno,
ieder z’n eigen hel:
door de week het werk, dat je inmiddels wel wist.
En dan zondag naar dat
tuincentrum rijden, Osdorp
om daar met een winkelkar
tussen de gieters,
de stenen tuinbeelden, de
vazen die op urnen leken,
de kikkers, de flamingo’s en
eenden van plastic,
de zakken grind, de
regentonnen, de tuinafscheidingen,
bloempotten, barbecues, de
zakjes zaad, de lampen,
lifestyle-artikelen, parasols
en tuingereedschap,
naar de geraniums, de vaste
planten en de heesters
te gaan, waarbij onderweg de
lucht van de frituur,
vet de ramen van de kas
bedroop, je zat hier precies
in het vacuüm tussen
Kerstshow en Paasversiering.
Was het hier dat je zag dat
er een plant bevoeld werd?
De troosteloosheid benam je
als een warme damp
haast de adem in deze hof van
heden, de tuinslang
wachtte opgerold aan de wand.
De terugreis naar
huis wachtte, benevens morgen
de werkweek, maar
eerst moest je langs de
kassa, niets was gratis hier
in dit leven, een verhuizing
loste niets op, volgend
jaar stond je met je kar op
het nieuwe adres,
of anders had je, misschien, een
rouwboeket op je buik.
Ik schudde vandaag een pak volkoren tarwebloem, biologisch, houdbaarheidsdatum 07-08-2018, leeg in de groenbak.
Het knaagt toch wel erg aan
je zelfvertrouwen
En het is toch ook best wel
wat confronterend
om in de
kringloopwinkel, die waar je altijd kwam,
je spullen aan te treffen,
die je drie maanden
geleden had gedoneerd: je
fiets, Worldtraveller,
Waar waren jullie samen wel
niet geweest,
de afgelopen decennia, berg
op, grens over,
vliegtuig in, moesson
getrotseerd, steenslag,
zandwegen, vlaktes,
onbetrouwbare bruggetjes,
rivieren, ondergelopen wegen,
bevroren vlaktes,
zinderende hitte,
onbetrouwbare monteurs.
En daar hingen nog steeds je favoriete blouses,
(je zag gelijk het feest en
festival erbij).
En daar, de boeken, de dikke
Lucebert.
Het knaagde, waarom zag
niemand de waarde?
Waarom ontfermde zich niemand
zich hierover?
Waar had jij je aandacht op
gericht? Of had je
toch een afslag gemist? Je
wist, dit is de weg
van spullen als jij er niet
meer bent, kringloop,
en als je pech hebt, de stort, vuur. Einde verhaal.
Journalist en schrijver Lofti
El Hamidi, was, met zijn poes, de gast deze week van de interviewreeks De
Tien Geboden in Trouw.
Lofti El Hamidi is behalve journalist
en schrijver, ook moslim. En dat moet de lezer weten. Hij heeft geconstateerd
dat er nooit een Marokkaan of Turk tegen de komst van asielzoekers in Nederland protesteert.
Dus.
En hij noemt de moordenaars, ontvoerders en verkrachters van 7 oktober ‘Hamasstrijders’ en, iets verderop:’ Als alle middelen zijn opgeraakt, blijft alleen gewelddadig verzet nog over en is doden niet alleen geoorloofd, maar ook een noodzakelijkheid geworden.’
Tsja, daarna ben ik maar gestopt met lezen, ieder z’n mening niet waar, en heb ik Lofti met zijn poes alleen gelaten.
En dat klopt. Daarmee wil ik ook niemand mee vervelen, maar er was die muziek die bleef hangen van die avond, Spirit, en Robert Wyatt.
En nu ga ik naar de dag erna. Er is gestofzuigd, er is gedweild, de gang naar de flesjesautomaat in de supermarkt is gemaakt de sporen zijn opgeruimd, het hoofd is weer helder. Er zou wel weer een muziekje kunnen klinken, en waarom niet de live cd van Robert Wyatt & Friends in Concert at Theatre Royal Dury Lane.
Een heel fijne live plaat waar Rock Bottom integraal wordt uitgevoerd op het podium – je moet maar durven. Maar dat durfde Robert Wyatt wel. Voor de zekerheid nam hij wat muzikanten van ongekende klasse mee: Fred Frith, Mike Olfield, Nick Mason, Dave Stewart, Ivor Cutler, Laurie Aleen, Julie Tippets, en de blazers, saxofoon Gary Windo en de trompetist Mongezi Feza..
En nu gaan we naar nummer 6 op deze live plaat: Litte Red Riding Hood Hit The Road – godallemachtig, wat we daar allemaal niet mee maken op muzikaal gebied. Die bas van Hugh Hopper, de zang van Wyatt (natuurlijk) maar dan is er die trompet van Mongezi Feza. Buitenaards. Andere orde. Ik weet nog steeds niet wat ik gehoord heb: wat een gejubel, wat een extase, wat een plezier, wat een vrijheid, wat een ruimte, wat een expressie, wat een soepelheid, wat een precisie, en voel die dans van de bas en trompet samen, wat een swing, wat een soul (ik zit hier niet ver van mijn tranen), wat een melancholisch getoeter, wat een meesterschap, wat een overrompeling, wat een leven.
En als je dan toch aan het luisteren bent naar Robert Wyatt, en in het bijzonder de blazers, het aansluitende liedje nummer 7, Alife is ook erg de moeite waard. De toetertjes grommen, huilen en blazen in de song.
Waarom liet zo’n talent zo vroeg het leven?
Mongezi Feza werd in 1945 geboren in Zuid-Afrika. Op 8 jarige leeftijd kreeg hij zijn eerste trompet van zijn ouders, en voordat hij twintig was, speelde hij in professionele muzikale gezelschappen.
In 1962 sloot hij zich aan bij Chris McGregor en de Blue Notes, die werden gehonoreerd als de beste band op een Zuid-Afrikaans jazzfestival in 1963, maar vanwege de apartheid wetten weinig kans hadden om samen op te treden. In 1964 emigreerde hij met de Blue Notes naar Europa en speelde aanvankelijk in Frankrijk en Zwitserland, voordat hij naar het Verenigd Koninkrijk verhuisde.
En toen kwam hij bij Robert Wyatt op het podium.
Maar waarom kent de wereld hem niet als groot talent. Door iedereen gewild en beroemd? Dat komt omdat Mongezi Feza op jonge leeftijd stierf. Een tragedie, zowel op menselijk als op artistiek niveau. Wat een verlies voor de muziek. En dat allemaal door een onbehandelde longontsteking. Mongezi Feza werd nog geen 30 jaar.
Wat een fenomeen hebben we gemist
Een dagje in de stad waar je ooit
gewoond hebt,
drie hoog, in de buitenste
buitenwijk, je was student,
sociale academie, maar echt
je best deed je toen niet.
Je droomde dag, je week uit,
je vluchtte in dit en dat,
je bond je niet, je deed maar
wat, er was een meisje,
uit je klas, maar dat werd
ook niks, wat had ze verwacht?
Je fiets kende alleen de
route naar de super,
de school, de kroeg en disco
op donderdag.
Wat wist je nou van de stad?
De historie,
de architectuur, het
stratenplan? Helemaal niets.
In het weekend ging je naar
je ouders.
Vandaag wist je beter. Je had
een plattegrond,
een wandelroute. Wat had je
veel gemist:
een Tuindorp van jewelste,
zonder gelijke.
Daar ging je heen, maar eerst
de lunch in
het eclectische Wapen van
Hengelo,
waar je vandaag de enige gast
was.
In de industriebuurt liep je
een straat in
waar een klasgenote woonde
waarmee je
hebt gezoend, maar daarna
werd het warrig
Haar huisnummer had je niet
gelijk paraat.
In de vintage hal kocht je
een Afrikaans masker,
knal oranje, je werd er
vrolijk van, en nu op naar,
dat Tuindorp, waar je je
reserves helemaal liet varen,
wat een paradijsje was dit,
behouden uit vroeger tijd.
Waarom wist je dit adres toen
niet? Maar waarschijnlijk
Had je het toen niet gewaardeerd.
Voor alles is een tijd.
De harmonie, de pastorale, het landleven, de rust,
dat was toen niets voor jou,
deze nette burgerstolp
waarin de tijd is stopgezet,
maar affiches van FvD
zag je nergens voor de ramen,
ook waren er geen
vuilcontainers in de
voortuinen. De associatie met
The Truman Show, drong
zich aan je op.
De zwemvijver in het hart,
omringd door acacia’s
of wat waren het, klassieke
bomen, maakten het
plaatje af, je dacht, waar
vind je zoiets nog?
Was het Zocher of Springer? Het was Springer.
Het was tijd voor koffie, dus
hup, naar Hotel
't Lansink, waar je wederom, de enige gast was.
De tekst in de wandeling
loofde het plaveisel.
Je wandelde het tuindorp uit,
door afbraak,
nieuwbouw, de match was
niet altijd gelukkig,
maar wat lag hier een machtig
verleden,
hier was een gieterij, daar
de brandweer,
de watertoren, de machines, maar nu
naar het centrum, waar Bombay Spice je wachtte,
en de trein huiswaarts, naar het heden,
je bent, beetje laat, wel wakker weer.