Er hing een foto van LiekeMarsman op het festivalterrein van Zondvloed, en er werd een gedicht uit haar laatste
bundel voorgelezen door presentator G.W. Sok – zo was ze er toch nog een beetje
bij, en dat is goed, want haar gemis doet pijn.Voor de tweede keer werd hier,
op dit idyllische terrein, tussen de voormalige Gasfabriek en de IJssel, onder
de lichtjes en de platanen, het Zondvloed festival gehouden.
Maar waar de editie
van verleden jaar gedoopt was in gouden zonlicht, en bijbehorende warme temperaturen,
en de daarbij passende kleding, was het nu koud, kil en de westenwind waaide
over de IJssel, door het publiek naar het podium.
En dat was jammer. Want de line-up
was erg interessant. Maar om het kleumend te bekijken, met jas en wollen das, en
opgestoken kraag, was niet een goede combinatie. En normaal is een koud biertje
op een festival lekker, maar nu was tie vooral koud.
Xillian stond in ’n eentje op
het podium, muziek makend, zingend, gedichten en proza lezend. Uit een autobiogedicht
van hem over zijn vader noteerde ik: Ik ben boos omdat ik zoveel op hem
lijk.
Aan een eerder gezien concert
van Vera Bon bewaar ik goede herinneringen. Vera en haar band traden
toen op in het Rijsterborgherpark. En wat vond ik ze goed. En dat heb ik
toen nog tegen haar gezegd. Dat weet ik nog, want Spinvis had in die tijd net
een nieuwe plaat uit, en die vond ik niet goed. En dat was wel pijnlijk, want
ik ben wel een Spinvisfan. En nu hoorde ik daar in het park iets, in hetzelfde
genre, wat veel beter was.
Maar Vera Bon trad bij
Zondvloed niet op met band. Ze stond op het podium met banjospeler en zelf
speelde ze gitaar. En dat was, hoe zal ik het zeggen, meer kleinkunst, en geen
popmuziek meer. En allemaal zeer mellow, netjes en verzorgd, maar
ingetogen. Naast het podium stond een brandblusser, maar je vroeg je af waarom,
want vonken zag je niet.
Van Idwer de la Parra,
heb ik thuis twee bundels, Grond en Vlerk. Twee heel prettige,
rustige bundels van een dichter die ook buiten werkt, als tuinman, en
kruidenteler. En dat schept een band, want ook ik heb op een boerderij en
vervolgens op een kwekerij gewerkt. Dus ik weet ook van grond. Maar een goede,
prijswinnende bundel (de Awater Poëzieprijs) hebben en een aantrekkelijk
optreden verzorgen, dat blijken soms toch twee verschillende zaken te zijn.
Idwer bleek verkouden, dat
kan, maar neem dan een zakdoek mee en snuit je neus, in plaats van dat gesnuif steeds
voor de microfoon. En even het publiek begroeten met een simpel goedenavond
kan ook geen kwaad.
Ook hier bleef de
brandblusser naast het podium ongemoeid.
Had ik al vermeld dat het
publiek zo gemêleerd was? Ja, voor 99% wit, dat wel, maar er waren veel
jongeren, eigenzinnige jongeren, als ik op het uiterlijk, kleding, kapsel, uiterlijkheden,
af ga.
Spoken word dichter Rihab el Majdoubi trad op met een
gitarist. En ik vond het optreden, tot mijn verassing, eigenlijk best wel goed.
Mijn reserve zat er in dat ik spoken word dichters, of ze nu uit Engeland,
Vlaanderen of Nederland komen, zo op elkaar vind lijken in hun voordracht:
allemaal dezelfde stembuigingen, pauzes. Maar dat was hier niet het geval. Ik
moest zelfs aan Lou Reed denken, met zijn praatzang in Coney Island Baby.
Mooi.
De boodschappen over Gaza
dit, en genocide dat en Free Palestine, free de buurt (waarvan, van
wie, vraag ik mij dan af) hadden voor mij dan weer niet gehoeven. Boodschappen haal
ik wel bij Dirk.
Bijzonderheid, hoogtepuntje
was het optreden van dichter en auteur Meindert Talma, die hiervoor een compleet eigen
niche had uitgevonden. Wat was dit? Celluloid Illusies. Meindert behandelde,
als was het een openlucht college, de autobio’s van de Nederlandse cinema o.a.
Sylvia Kristel, Rutger Hauer, Monique van der Ven, Paul Verhoeven, Andy Vrielink (uit Hengelo, Andy, bloed en blond haar) en Hans van Tongeren.
Geschiedschrijving, terugblikken op de jaren tachtig en eerder. Er komt wat
drama voorbij. Wat een idee, waanzinnig interessant, zeker voor de wat
ouder wordende filmliefhebber, en met beeld. Erg origineel en erg goed
gebracht.
Bij dit festival Zondvloed,
heb ik iets gedaan wat ik normaal nooit doe. Ik ben daar niet trots op, maar
voor de draad ermee dan maar: ik ben voor het einde weggegaan. En dat
hoort niet. Je moet tot het einde blijven bij een festival. En dat heb ik deze
keer niet gedaan. Sorry. Maar ik had het kil, ik had het koud, ik rilde. Mijn
schoenen waren nat.
Spinvis trad op, dat wil zeggen, Erik de Jong samen met celliste
Saartje van Camp. De band had even vrij. Maar het Spinvisrepertoire was wel te
horen, maar nu alleen op gitaar en cello. De setting mag dan wel intiemer zijn,
maar ik hoor toch liever Spinvis als band. En de keuze van songs vond ik ook niet
helemaal gelukkig: dan heb je zoveel prachtige liedjes, en dan kies je juist deze?
Op een ochtend in het heelal heb ik helaas niet gehoord. En, eerlijk gezegd:
de gitaar klonk niet echt, en de zang van Saartje van Camp was deze avond wel
erg dun, maar dat kan ook aan de westenwind gelegen hebben.
Sorry Joke van Leeuwen, excuses Maria Barnas, we kleumden, we gingen naar huis.
(Volgend jaar zijn we hier weer, maar dan met zon, afgesproken).