De Amerikaans-Britse Olympische skiër Gus Kenworthy schreef zijn tekst in de sneeuw. (Netjes uitgevoerd, vooral de punt op de i moet een uitdaging zijn geweest).
Michiel van Hunenstijn
Komt uit zijn woorden (dichter voor halve dagen)
maandag 9 februari 2026
zaterdag 7 februari 2026
Soldaat – Hovenier
(Dus niet: strip of,
goeie god, graphic novel, maar beeldroman.)
Afgelopen week las ik Soldaat – Hovenier, Een liefde tussen hemel en hel, de beeldroman van Joris Vermassen, die speelt tegen het decor van de Eerste Wereld Oorlog. En ik las, denk ik, het enige tweedehandse exemplaar dat in Nederland voorhanden was. Maar het boek maakt een ongelezen indruk, de vorige eigenaar was een nette lezer.
Soldaat – Hovenier is geen beeldromannetje dat je zomaar even tussendoor leest, het boek is 460 bladzijdes dik. En het onderwerp is ook niet luchtig: oorlog. Maar er zijn meer onderwerpen: liefde, dood, natuur, kunst en vriendschap. Het is een boek dat je na lezing niet onberoerd achterlaat. Je leeft mee met het hoofdpersonage Alois en zijn liefde voor zijn Clothilde, die hem brieven schrijft. En hij schrijft terug, Die brieven staan ook in deze beeldroman, maar, spoiler, de brieven zijn niet echt. Het boek is fictie. Het verhaal is losjes gebaseerd op de grootvader van Joris Vermassen, hij was hovenier, hij ging in de oorlog. Maar de geschiedenis van de ontmoeting met de schilder Monet, en de verliefdheid op Marie, en haar dood, ja sorry, ze gaat dood, zijn dan weer verzonnen.
Het boek is mooi uitgegeven, en is mooi getekend en gekleurd/ ge-inkt. En wil je het beste album van 2025 lezen, lees dan Soldaat – Hovenier.
Is er dan niets aan te merken op deze sublieme uitgave? Ja, dat is er wel. Het viel mij op dat op diverse afbeeldingen in het boek, personages ‘verkeerd’ lopen.
Als een mens loopt, dan beweegt hij/zij het rechterbeen naar voren, samen met de linkerarm. Zijn/haar linkerbeen gaat naar voren samen met de rechterarm. Maar in dit boek bewegen zich enkele telgangers: rechterarm samen naar voren met rechterbeen, en zo bewegen mensen zich niet.
Soldaat-Hovenier is geen grafisch pamflet, geen oorlogsepos, geen liefdestragedie – en toch is het dat allemaal. Bovenal is het een ode aan schoonheid als laatste bastion van menselijkheid.
Joris Vermassen – Soldaat-Hovenier.
Borgerhoff & Lamberigts.
472 pagina’s. softcover. € 35,00
donderdag 5 februari 2026
En toen had ik er drie
En toen had ik er drie. Drie stuks Atonaal. Eén eerste druk, 1951, en twee tweede drukken, 1952. De derde druk heb ik niet. Maar omdat er altijd iets te streven moet zijn: die wil ik dus ook wel. Die derde druk is namelijk de vermeerderde druk. Vermeerderd met meer dichters: Sybren Polet en…. Remco Campert.
Volgens AI is het verschil tussen druk twee en druk drie, dat in druk drie, enkele gedichten van Remco Campert zijn opgenomen. Maar, als ik de eerste en de tweede druk opensla, zie ik dat er al twee gedichten van Remco Campert in staan. Dus waar haalt AI zijn fake news vandaan?
De bundel poëzie van De Vijftigers, Atonaal is samengesteld door Simon Vinkenoog en bevat ook tekeningen van Karel Appel en Corneille.
(sic) In de bundel Atonaal, worden alle persoonsnamen consequent zonder hoofdletter geschreven.
Hans Andreus – Remco Campert – Hugo Claus- Jan G. Elburg – Jan Hanlo – Gerrit Kouwenaar – Hans Lodeizen – Lucebert – Paul Rodenko – Koos Schuur – Simon Vinkenoog
maandag 2 februari 2026
Uit de doos: 'vijf voor een tientje', Averno van Louise Glück
Daar ligt tie dan eindelijk voor me, AVERNO de bundel van Nobelprijswinnares Louise Glück. En ik vond het natuurlijk erg goed dat een dichtere de Nobelprijs won, in 2020, maar toch was er iets dat me weerhield om gelijk naar de boekhandel te hollen en haar werk Averno aan te schaffen. Wat was dat, was dat toch dat elitaire luchtje dat om die bundel hing? Dat het een bundel gedichten was voor gymnasiasten? Voor mensen die Latijn kenden en de Klassieken? En het leek me ook een erg pretentieuze bundel toe, en zo serieus ook. Zou er wel wat om te lachen in te lezen zijn? Zou je er een biertje bij kunnen drinken, of was het gewoon, misschien een doodsaaie en nette bundel voor oude boomers?
Enfin, we zijn inmiddels een paar jaar verder, en ik zag Averno liggen op een boekenmarkt, in het doosje: vijf voor een tientje, net exemplaar, hardcover, mooie uitgave, dus ik kocht ‘m. (Voor de geïnteresseerden, de andere vier waren: Lotte Dodion, Marcel, Möring, Luuk Gruwez en Jabik Veenbaas. Nee, het loont niet om dichter in Nederland te zijn).
In het boek vliegen de loftuitingen over Averno en Louise Glück in de blurbs je om de oren: meesterwerk, prachtig poëtisch inzicht, poëtische stem, haar stem maakt het individuele bestaan universeel. En: alles wat ze aanraakt verandert in muziek en legende.
Okay.
De opdracht voorin het boek is voor Noah. Daarna volgt de uitleg over de titel.
Averno, oude naam Avernus. Een klein kratermeer, tien mijl ten westen van Napels, Italië, door de oude Romeinen beschouwd als de toegang van de onderwereld, dat twee werelden met elkaar verbindt, maar tegelijk gescheiden houdt.
Okay.
(Maar eigenlijk dacht ik: hier gaan we al, hier zeilen we rechtstreeks het Anna Enquist syndroom in. Hier gaat het highbrow worden. Benieuwd wanneer de eerste naam gedropt gaat worden).
Ah, het tweede gedicht in de bundel heeft al als titel: Persephone de zwerver. En Persephone was in de Griekse mythologie de godin van de onderwereld, de lente en het ontluikende graan. En ze was dochter van Zeus. Gelijk thuis bij de klassieken en de antieken.
En ik heb daar dus niets mee. Ik heb niets met die fantasiewereld van toen, met die mythen. En dat is dan wel een probleem als je je bundel daaraan ophangt.
En daarmee win je dan de Nobelprijs. Ik vind het nogal oud, nogal wit, nogal Westers, en op een zeer kleine niche gericht. Ik heb ook niemand in mijn omgeving gehoord die bezig was in die bundel.
En we zijn inmiddels op bladzijde 91 beland van Averno, en daar staat:
In de late herfst stak een jong meisje
een tarweveld in brand. De herfst
Was erg droog geweest: het veld
ontbrandde als aanmaakhout
Daarna bleef er niets over.
Je loopt er doorheen, je ziet niets.
Er valt niets op te rapen, te ruiken.
De paarden begrijpen het niet -
Waar is het veld, lijken ze te zeggen
Zoals jij en ik zouden zeggen
Waar is thuis.
Niemand weet hoe te antwoorden.
Er bleef niets over:
Je moet hopen, omwille van de boer,
dat de verzekering betaalt.
En
ik dacht, poëzie, klassieken, antieken, mythen, alles goed en wel, maar een
korenveld in de late herfst? Akkoord, Persephone was de godin van het ontluikende
graan, maar ook veroorzaakster van de herfst, dus dit zal dan wel een niet mis
te verstane verwijzing naar… de DOOD zijn, ik doe maar een gokje.
Ik kan
veel verdragen, dichtte Rutger Kopland al in ‘Jonge sla’, maar een
brandend korenveld in de late herfst? Nee’. Ja, zo kan ik ook toveren, bosje
klaprozen erbij misschien mevrouw?
Ik heb de bundel, 159 pagina’s, links het Engels, rechts de goede vertaling van Radna Fabias, helemaal uitgelezen. Maar het voelde eerder als plicht dan plezier.
zondag 1 februari 2026
Voor Fadi en Jomaa Abu Assi
Ja, Fadi en Jomaa, daar
liggen jullie dan, in het mortuarium.
Stil, rustig, maar wat zien
jullie eruit, zo herken ik jullie niet.
Waar zijn jullie stemmen,
waar is jullie lach, en Fardi, waar is
je rechterhand, en waar is je
rechterbeen? Jongen, let toch
‘ns een beetje op. En Jomaa,
jongetje toch, waar is je hoofd?
Waar heb je het gelaten? En
je armen, waar zijn die?
En waarom liggen jullie hier
in lijkwades, jullie horen toch
niet dood te zijn? Jullie
behoren te spelen, hout te zoeken
voor het vuur, waarom moesten
jullie verminkt en dood?
Jullie waren, lees ik, een
directe bedreiging voor de
Israëlische militairen,
want jullie waren de gele blokken
gepasseerd. Daarom Jomaa (10 jaar) moest je
hoofd eraf,
met een drone, daarom Fardi (8 jaar) moest je hand en been er af,
met een drone, want met blokken moet je als kind niet spelen.
En daarom liggen jullie hier in lijkwades gewikkeld, stil voor altijd.
zondag 25 januari 2026
Klarendalseweg Arnhem
Je was een dagje in je oude
woonplaats geweest,
koud uit het station gestapt,
zag je op straat
al een oude bekende, hij
bewoog zich nu achter een rollator,
je rekende het uit, je
vertrek was precies een half leven geleden.
De boel was opgeknapt, er was
leven, er was een brouwerij,
de molen draaide, het stemde
je vrolijk, er wachtte je een kwartier,
een folder, een route, je
zag, maar je wist niet wat je zag.
Hier waren toen de drugs, de
foute, de straatroven
de misdaad, de straten, de
junks die je niet wilde.
En moet je nou kijken, je
ging omhoog, De Toverberg op.
(Ook al zag je nog wel een surviver
op de fiets, doorgroefd
gezicht, reggae-muts, baardje, maar
hij hield zijn pad recht).
En je keek bij graffiti-archeologie
van decennia terug,
was het nostalgie, had het
buiten dat nog waarde?
Je kocht een blouse, kleine
oplage, je zag de naaimachine.
De straat die zinderde van
leven, het was aanstekelijk.
Er was kunst hier, er waren
collages daar, assemblages.
Er waren tekeningen, inkt,
penselen, doeken – verf.
En je eindigde bij het restaurant,
Eritrees, (weliswaar een eindje
verderop, op De Markt,
maar hee, wie gaat er over deze tekst?)
waar je lekker met je handen mocht eten, en waar aan twee tafels
de mannen hun trui gaven aan hun vrouwelijk gezelschap: koud.
(En op de rekening stond
handgeschreven: bedankt. Je dacht,
terwijl je bij de kapstok je
jas zocht: ja, dat is geheel wederzijds).
donderdag 22 januari 2026
Leonard Nolens is overleden. Alweer bijna een maand geleden
Leonard Nolens is overleden. Alweer bijna een maand geleden, op 26 december, Tweede Kerstdag dus, 2025.
Ik maakte kennis met Leonard Nolens op het jaarlijks kunstfestival in Watou. Daar stond een gedicht van hem op een muur, een van de ‘wij-gedichten. Ik viel daar toen wel voor, en kocht de bundel waar dat gedicht in stond Bres. En met die bundel won Leonard Nolens de VSB Poëzieprijs in 2008.
Wji-gedichten, noemde ik de reeks, die twintig verzen, van soms wel meer dan een pagina, allemaal gesteld in de wij-vorm. Alsof er een koor van stemmen tegen de lezer spreekt, dwingend.
Van vers # 14 citeer ik:
Wij waren de open wond
Van een gesloten boek
Wij waren de dichte mond
Van een open vraag.
En van # 16
Wij werden niet eenvoudig
geboren
Wij werden niet eenvoudig
Wij werden eenvoudig niet
En van # 18
Wij droegen op onze
schouders de groeiende last
Van de zoon die we werden,
wees
Die woedend zijn weg zocht
in andermans bedden
Wij gaven een naam aan de
dochter die zwol
In je kloppende schoot van
onze verbeelding
Wij liepen ’s nachts door
de stad van de meesten
En ik heb die bundel, niet helemaal toevallig, want van de meeste VSB-poëzieprijswinnaars heb ik wel de bundel gekocht en daar staat het volgende gedicht in:
# 20 (uit de reeks: Wij waren de zwijgers na vijf mei vijfenveertig)
Wij waren weinigen
Wij hadden uniek uit de
hoogte
Van onze pretentie ons dorp
gedropt
Wij zakten af uit de gore
provincie
Naar bont gefilmde houvasten
van centra.
Wij bleven uniek, unaniem en
universeel vereenzaamd achter
In de zaal.
Wij waren sommigen.
Wij werden erop los geleefd.
Er was geen lus om ons
verstand.
In onze losbandigheid zat
geen rek.
Centraal stonden wij nergens.
Wij waren enkelen.
Wij hadden geen
vanzelfsprekende inhoud.
Van jou, van mij, wij hielden met moeite
Van ons, wij hielden onds
niet vast.
Wij hielden het niet uit
Wij hielden het niet vol.
Wij waren anderen.
Ons individu stond in brand
als het dagboek.
Van een terrorist in de
woestijn verdwaald.
Ons volksgevoel schoof in
zijn huiskamer op
Naar rechts en las kranten
met kokende ogen
Herschreven.
Wij waren weinigen. Sommigen.
Enkelen. Anderen.
Kunstenaars waren
gespecialiseerd
In verdwijnen, dichters
werden ervaringswetenschappers
Van het wit, en niemand had
iets te zeggen.
Niemand had iets anders te
zeggen dan niemand.
Politici stemden ons weg.
uit zijn wiki
Hij was een romanticus, schreef vaak over liefde en over de manier om aan de identiteit te ontsnappen. Zijn vroege werk wordt getypeerd als barok, experimenteel aandoende gedichten. In de loop der jaren trad er een versobering op in zijn werk en kreeg het een meer parlando-achtige toon. Nolens werd beschouwd als een van de belangrijkste dichters uit het Nederlandse taalgebied. Hij werd regelmatig genoemd als kanshebber voor de Nobelprijs voor Literatuur.
Van de achterflap van de bekroonde bundel Bres, noteren we: In Bres is een bovenpersoonlijke dichter aan het woord die onomwonden poogt een tijdgeest te doorgronden. (haha, onomwonden, doorgronden, dat rijmt, MvH)








