vrijdag 27 maart 2026

De trompet van Mongezi Feza

 


Waar kwam het door, wat was de aanleiding, wat ontstak het vuurtje, waarom schrijf ik dit? Kwam het door het bezoek van een vriend, wij gaan decennia lang terug, (denk 1980) en dat levert elke keer makkelijk gesprekstof op voor uren. En er was natuurlijk een soundtrack bij het bezoek. Elpees en Spotify. Hartstikke leuk natuurlijk voor de twee betrokkenen, die nostalgie, maar wat heeft de buitenwereld daarmee te maken? Beetje particulier allemaal.

En dat klopt. Daarmee wil ik ook niemand mee vervelen, maar er was die muziek die bleef hangen van die avond, Spirit, en Robert Wyatt.

En nu ga ik naar de dag erna. Er is gestofzuigd, er is gedweild, de gang naar de flesjesautomaat in de supermarkt is gemaakt de sporen zijn opgeruimd, het hoofd is weer helder. Er zou wel weer een muziekje kunnen klinken, en waarom niet de live cd van Robert Wyatt & Friends in Concert at Theatre Royal Dury Lane.

Een heel fijne live plaat waar Rock Bottom integraal wordt uitgevoerd op het podium – je moet maar durven.  Maar dat durfde Robert Wyatt wel. Voor de zekerheid nam hij wat muzikanten van ongekende klasse  mee: Fred Frith, Mike Olfield, Nick Mason, Dave Stewart, Ivor Cutler, Laurie Aleen, Julie Tippets, en de blzazer, saxofoon Gary Windo en de trompetist  Mongezi Feza..

En nu gaan we naar nummer 6 op deze live plaat: Litte Red Riding Hood Hit The Road – godallemachtig, wat we daar allemaal niet mee maken op muzikaal gebied. Die bas van Hugh Hopper, die drums van Wyatt (natuurlijk) maar dan is er die trompet van Mongezi Feza. Buitenaards. Andere orde. Ik weet nog steeds niet wat ik gehoord heb: wat een gejubel, wat een extase, wat een plezier, wat een vrijheid, wat een ruimte, wat een expressie, wat een soepelheid, wat een precisie, en voel die dans van de bas en trompet samen, wat een swing, wat een soul (ik zit hier niet ver van mijn tranen), wat een melancholisch getoeter, wat een meesterschap, wat een overrompeling, wat een leven.

En als je dan toch aan het luisteren bent naar Robert Wyatt, en in het bijzonder de blazers, het aansluitende liedje nummer 7, Alife is ook erg de moeite waard. De toetertjes grommen, huilen en blazen in de song.

Waarom liet zo’n talent zo vroeg het leven?

Mongezi Feza werd in 1945 geboren in Zuid-Afrika. Op 8 jarige leeftijd kreeg hij zijn eerste trompet van zijn ouders, en voordat hij twintig was, speelde hij in professionele muzikale gezelschappen.

In 1962 sloot hij zich aan bij Chris McGregor en de Blue Notes, die werden gehonoreerd als de beste band op een Zuid-Afrikaans jazzfestival in 1963, maar vanwege de apartheid[2] wetten weinig kans hadden om samen op te treden. In 1964 emigreerde hij met de Blue Notes naar Europa en speelde aanvankelijk in Frankrijk en Zwitserland, voordat hij naar het Verenigd Koninkrijk verhuisde.

En nu komen we bij Robert Wyatt. Daar speelde hij de, ik snap nu pas de uitdrukking, de sterren van de hemel, want dat deed hij.

Maar waarom kent de wereld hem niet als groot talent. Door iedereen gewild en beroemd?  Dat komt omdat Mongezi Feza op jonge leeftijd stierf. Een tragedie, zowel op menselijk als op artistiek niveau. Wat een verlies voor de muziek. En dat allemaal door een onbehandelde longontsteking. Mongezi Feza werd nog geen 30 jaar.

Wat, welk fenomeen hebben we gemist?

zondag 22 maart 2026

Een dagje in de stad waar je ooit gewoond hebt


Een dagje in de stad waar je ooit gewoond hebt,
drie hoog, in de buitenste buitenwijk, je was student,
sociale academie, maar echt je best deed je toen niet.
Je droomde dag, je week uit, je vluchtte in dit en dat,
je bond je niet, je deed maar wat, er was een meisje,
uit je klas, maar dat werd ook niks, wat had ze verwacht?

Je fiets kende alleen de route naar de super,
de school, de kroeg en disco op donderdag.
Wat wist je nou van de stad? De historie,
de architectuur, het stratenplan? Helemaal niets.
In het weekend ging je naar je ouders. 

Vandaag wist je beter. Je had een plattegrond,
een wandelroute. Wat had je veel gemist:
een Tuindorp van jewelste, zonder gelijke.
Daar ging je heen, maar eerst de lunch in
het eclectische Wapen van Hengelo,
waar je vandaag de enige gast was. 

In de industriebuurt liep je een straat in
waar een klasgenote woonde waarmee je
hebt gezoend, maar daarna werd het warrig
Haar huisnummer had je niet gelijk paraat. 

In de vintage hal kocht je een Afrikaans masker,
knal oranje, je werd er vrolijk van, en nu op naar,
dat Tuindorp, waar je je reserves helemaal liet varen,
wat een paradijsje was dit, behouden uit vroeger tijd. 

Waarom wist je dit adres toen niet? Maar waarschijnlijk
Had je het toen niet gewaardeerd. Voor alles is een tijd.
De harmonie, de pastorale, het landleven, de rust,
dat was toen niets voor jou, deze nette burgerstolp
waarin de tijd is stopgezet, maar affiches van FvD
zag je nergens voor de ramen, ook waren er geen
vuilcontainers in de voortuinen. De associatie met
The Truman Show, drong zich aan je op. 

De zwemvijver in het hart, omringd door acacia’s
of wat waren het, klassieke bomen, maakten het
plaatje af, je dacht, waar vind je zoiets nog?
Was het Zocher of Springer? Het was Springer.
Het was tijd voor koffie, dus hup, naar Hotel
 
't Lansink, waar je wederom, de enige gast was.
De tekst in de wandeling loofde het plaveisel. 

Je wandelde het tuindorp uit, door afbraak,
nieuwbouw, de match was niet altijd gelukkig,
maar wat lag hier een machtig verleden,
hier was een gieterij, daar de brandweer,
de watertoren, de machines, maar nu
naar het centrum, waar Bombay Spice je wachtte,
en de trein huiswaarts, naar het heden,
 je bent, beetje laat, wel wakker weer.

 

zaterdag 21 maart 2026

Ik lees nu Alles stroomt van Vasili Grossman


Ik lees nu Alles stroomt, van Vasili Grossman, in de vertaling van Anne Stoffel uit 2009, uitgeverij De Geus. Maar er is dit jaar, 2026, een hertaling gekomen bij uitgeverij Balans.

Maar wat een boek is dat. Haast elke pagina heeft passages die erom vragen om geciteerd te worden.

bijvoorbeeld bladzijde 70

Is het wellicht zo, dat verklikkers, rapporteurs, informanten en aangevers worden voortgebracht door de menselijke natuur zelf? Door de klieren, voor de inwendige secretie, de soppende pap in het darmkanaal, het geborrel van buikgassen, de slijmvliezen, de activiteit van de nieren, de oogloze, neusloze instincten – tot voedsel vergaren, tot zelfbehoud, tot voortplanting?

Ach, is het niet om het even of de verklikkers schuldig zijn of onschuldig? Het weerzinwekkende is dat ze bestaan. Weerzinwekkend is de dierlijke, vegetatieve, minerale, fysisch- chemische kant van de mens. Het is uit die slijmerige, behaarde, lage kant van de menselijke natuur dat de verklikkers geboren worden. De staat baart geen mensen. De verklikkers ontstaan uit de mens. De hete stoom van de staatsterreur heeft het menselijke ras gaargestoofd, en sluimerende zaadjes zijn opengebarsten en tot leven gekomen. De staat is als de aarde. Als er in de aarde geen zaden verborgen zijn, groeit er uit de aarde noch tarwe, noch onkruid. De mens heeft het menselijk uitvaagsel aan zichzelf te danken.

maandag 16 maart 2026

Als je je een paar uur vermaakt hebt met het werk van Majakovski


 

Als je je
             een paar uur vermaakt hebt
                                                       met Majakovski
 
zijn gedichten,
                      dan beĆÆnvloedt dat
                                                      je wel
Dan ga je ook
                              zo schrijven
                                                  en laat je de woorden
ook zo verspringen
                                en trap af lopen
                                                          net zoals Vladimir deed
maar wel hoop je
                                voor jezelf
                                                     
 
een beter einde
        

                                                                                    

zaterdag 14 maart 2026

de Promotie van Herman Brusselmans


Het boek: de Promotie, van Herman Brusselmans, uitgeverij Prometeus, 2025, leende ik van de Centrale Bibliotheek in Deventer, die het weer leende van de vestiging in Schalkhaar, die, afgaand op het blauwe, scheef gezette stempel voorin, leende van Bibliotheek Hardenberg, gevestigd op zo’n modern adres: Parkweg 1a5 .

Herman Brusselmans heb ik lang gevolgd, eigenlijk vanaf zijn eerste, vooruit, derde boek: De man die werk vond, Ik lees graag oeuvre gewijs, en vaak kocht ik die boeken dan ook. Totdat ik het waarschijnlijk teveel een stroom vond worden. Toen ben ik gestopt met het lezen en volgen van Herman Brusselmans, en, heb ik zelfs mijn metertje Brusselmans dat hier in de kast stond, weggedaan.

Maar ik hield wel van zijn zinnen, zijn stelligheid, zijn uitdagende brutaliteit.

En van de week zag ik op Neerlandistiek een bespreking van een nieuw boek van hem: de Promotie. En ik zag wat positieve geluiden (ja, geluiden zijn soms zichtbaar), en, nog toevalliger, zag ik hem gisteren op de televisie met topkok Sergio, oesters oogstend en babbelend (‘ik ben ook die Pipo op tv’) in Bretagne en toen dacht ik: vooruit: lezen, dat boek.

En ik noteerde deze zinnen.

De nacht was mild, en de geluiden buiten klonken als proza, wat positief is. (blz. 12)

Ik voelde een gedicht in me opkomen, en besloot met welbehagen om het niet op te schrijven. Het geeft geen slecht gevoel als je iets niet moet opschrijven. (blz. 73)


Alice in Wonderland en een dambordpatroon

 

Er is, alweer, een nieuwe vertaling, verschenen van de klassieker Alice in Wonderland. Dit keer een versie met nieuwe illustraties. De nieuwe vertaling is van Tiny Fisscher en de illustraties zijn gemaakt door Jeska Verstegen. Het lijkt me, ik heb het nog niet gelezen, een leuk boek toe.

Maar. Mij viel in de recensie in Trouw/Tijdgeest van 14 maart, iets op. De recensente Annemarie Terhell, beschrijft de illustraties. Het witte konijn, de hoedemaker en de grijnzende Cheshire Cat (die hier gewoon lapjeskat heet) zijn geplaatst in een sprookjesachtig decor, waarin het dambordpatroon steeds weer terugkomt.

Dambordpatroon. In Alice. Terwijl dat boek een en al schaak ademt, Alice in Spiegelland nog meer, maar Alice en dammen? Damn.


Borg & Daphne, m'n broer en schoonzus, op de voorpagina

 

                                             

                                            Borg & Daphne Sieraden