vrijdag 29 mei 2026

Hallucinante dichtbundel gelezen

Gisteren ontving ik de bundel, lag tie in de bus, een mooi, ongelezen denk ik zelfs, tweedehands exemplaar van ERRATAPEDIA van Erik Bindervoet, of zoals het op het voorplat, rug en achterzijde staat: Eric.

Het is een uh, dichtbundel geloof ik, maar wel een die voor de helft gevuld is met voetnoten, errata en verwijzingen.

Ik heb de bundel nog maar één keer doorgenomen, dus ik heb nog lang niet alle geestige verwijzingen en grapjes ontdekt, maar vandaag neem ik weer plaats onder de parasol, met mijn voeten in het gras, koel biertje erbij, en ga ik nog een keer diep het universum van de ERRATAPEDIA in.

 

                     



dinsdag 26 mei 2026

Israël, China, Servië, Ethiopië en Zuid-Afrika - wat er nog meer te zien was op de Biënnale

 

En dan was de kunst uit Israël niet eens slecht
 
 De Chinese robot kalligrafeert
 
  
Het Servisch paviljoen 
 
Ethiopisch geel
 
De elegie op video, uit Zuid-Afrika, in de Sant Antonin kerk

maandag 25 mei 2026

Aandoenlijk wezentje met speldenkussen


 

We hebben enkele dagen in Venetië besteed aan de Biënnale, de paviljoens in de Gardini natuurlijk en het Arsenale, plus wat her en der in de stad te vinden, en soms ook niet te vinden was. En aan het eind komt dan altijd de vraag: wat zal hiervan beklijven, wat heeft indruk gemaakt, wat heeft je het meest geraakt, wat vond je het beste? En dat is een lastige, want het zijn verschillende categorieën, disciplines die het dan tegen elkaar moeten opnemen: schilderijen, foto’s, sculpturen, een performance, video’s, tekeningen humor, ernst – eigenlijk is het niet te doen.

Maar toch.

De miniatuur schuurtjes, huisjes van Beverly Buchanan van hout, stalen gelijk mijn hart. Ik kreeg gelijk zin om, als ik weer thuis was, ook zoiets te gaan proberen te maken, een schuurtje, van latjes, balkjes, van sloophout. Ze waren fijn om naar te kijken. De art brut was niet ver weg.

Het Spaans paviljoen. Het Spaans paviljoen was van links naar rechts, van onder tot boven, volgeplakt met ansichtkaarten. Maar heel strak en mathematisch, alle ansichten hingen op gelijke afstand van elkaar, en ze hingen allemaal portrait. Duizenden ansichten. Overal waar je keek, ansichten. Het was betoverend, overdonderend, je was omsingeld door ansichten, ingepakt. En de ansichten waren per thema geselecteerd: kerken, dieren, bergen, zonsondergangen, museumstukken – alles. Het was ondoenlijk om ze allemaal te bekijken, zeker de ansichten die boven de twee meter hoog hingen (en het plafond was zeker twee meter verder).
Een kunstwerk van Oriol Vilanova.

Het Pools paviljoen had een nevenvangst, een onbedoelde publiekstrekker: een zeemeeuw had, voor de opening van de Biënnale, besloten dat die plek daar in het gras, voor de ingang van het Paviljoen, een geschikte locatie zou zijn voor haar nest. Dus maakte ze een nest, en legde daar haar eieren. Lekker rustig plekkie, niemand te zien, mooi zo. 

 

Maar toen begon de Biënnale. Had ze de hele dag die kijkers die haar filmden en foto’s van haar maakten. Terwijl zij niets anders wilde dan gewoon rustig broeden. Wist zij veel dat het Pools paviljoen zo veel bezoekers zou trekken? De organisatie zorgde haastig voor een nestomheining, Toen wij er waren, waren er drie kuikens.

In het Turks Paviljoen is de kunst, de installatie A Kiss on the Eyes van Nilbar Güreş te zien. Mixed media, heet dat dan, in haar sculpturen komt er in ieder geval een boel textiel aan te pas. Vrolijk, geheimzinnig, raadselachtig, en daar was dat figuurtje. Een lappenpop, zonder ogen, die met zijn hoofd een levensgroot speldenkussen achter zich aan sleepte.

Wat was dit? Wat werd hier verbeeld? Wat was dat speldenkussen, en waarom was dat verbonden met zijn hoofd? Waren dat soms, metaforisch, zijn gedachten? Ik heb daar ook wel ’n last van. Gedachten als spelden, of als een speldenkussen. Ik ken dat. Maar dat wezentje zag er zo hulpeloos uit, met zijn gesleep, hij had toch geen benen? Ach, wat een aandoenlijkheid.

 

Bij het graf van Joseph Brodsky op het eiland San Michele

 


Op maandag is de Biënnale gesloten, heeft dan een rustdag. En dan kan de bezoeker dus ergens anders heen. Wij besloten naar het begraafplaats eiland San Michele te gaan, lekker rustig, en ook: lekker schoon. Want Venetië mag dan wel een mooie stad zijn, goeie genade, wat kan zij stinken. De Vaporetti’s met hun dieseldampen, de rokers in de steegjes (echt, die Italianen paffen er op los, en in zo’n steegje kan de rook nergens heen), plus de cosmetica walmen die de bezoekers verspreiden. Veel is goed, schijnt het adagium te zijn. Misschien staat dat in Italië wel op de flesjes van de deodoranten, de parfums, de aftershaves: breng overvloedig aan. En dan zijn er natuurlijk nog de mensen die geen deodorant gebruiken, en zichzelf en hun kleren niet wassen, die wringen zich ook in diezelfde stegen langs je heen – godallemachtig.

Vandaar dus de keus voor SanMichele, een eilandje in de lagune. Hier is het graf van Ezra Pound te vinden en dat van Joseph Brodsky, Nobelprijswinnaar van de literatuur in 1987.

Ik heb enkele bundels van Brodsky in huis, uiteraard, maar toch heb ik sinds een aantal jaar enige reserve jegens deze van oorsprong Russische dichter. En dat is vanwege zijn gedicht over deonafhankelijkheid van Oekraïne. En dat is geen fijn gedicht. Dat is een pijnlijk gedicht, iets wat je liever niet had gelezen. Iets wat beter niet geschreven had moeten worden. 

Dus ja, dit uitstapje was ook niet helemaal fris.