maandag 19 mei 2014

Lelijke Eend

Je had een Deux Chevaux gekocht, je was gevallen voor de kleur,
rood. Je draaide alle schroeven los, je had een opknapper gekocht.
Je zaterdagen gingen eraan op, de Eend was je hobby, werd je hartstocht.
Je sleutelde de motor aan de uitlaat vast, je bleek geen slecht monteur. 

De stoelen had je er uitgehaald, ook de koplampen had je eraf geschroefd
Je buurman informeerde wekelijks naar de voortgang. Daar was hij weer.
De versnellingspook in het dashboard? En had dat raampje nou een veer?
En die remmen, of je die met volle snelheid al had beproefd? 

Het was alsof je met die Lelijke Eend diep doordrong in de tijd.
En ook tot diep in Frankrijk, je had alvast een strooien hoed gekocht.
Je zag het stokbrood al steken uit het dak, je hing scheef in de bocht.
Je vriendin naast je, lifters op de achterbank, je wereld was ineens zo wijd.
 

Wasstraat

Je werkte in het weekend bij het tankstation.
Er was ook een wasstraat. Daar was je graag.
Je stapte in je auto en reed in de loze uren
die wereld in. Je hield van het geraas en
de geur van zeep. Je sloot je ogen.
De borstels maakten zich los van hun plaats
en sloten je op. Ze striemden, ze geselden het vuil.
Ze dansten, ze draaiden als Derwisjen
rondjes tegen je auto, als een vreemd soort
waterballet. Er was schuim, je dacht aan de zee en storm.
Het zicht was beperkt, je wereld nu afgesloten
en verduisterd. Het water stroomde langs de ruiten.
Je voelde je geborgen hier onder water.
De luchtstroom stond onzichtbaar klaar.
Achter de lamellen wist je al het licht. Ze wezen
als dwingende vingers tegen de ruiten.
Je kreeg een laatste zetje, het bad was
voorbij, de wereld diende zich weer aan,
alsook het besef gewoon weer
pompbediende te zijn gebleven.

donderdag 8 mei 2014

Het had anders kunnen lopen

De hardloopster, ik schatte haar midden veertig,
afgetraind, sportief, atletisch gebouwd,
snelheid 11 kilometer per uur,
karakteristiek marathonpasje,
kortom, de hardloopster,
kwam ik vaak 's ochtends tegen.
Ik kwam terug van mijn werk,
zij deed een ochtendrondje.
Zij lachte, ik lachte terug.
We kenden mekaar van het hardlopen,
van het tegenkomen. En dat we allebei
in het centrum woonden, ongeveer.
We groetten elkaar, zoals hardlopers doen.
Ik schatte haar midden veertig.
Ik zag haar later in burger, in gezelschap:
hij was lang en droeg een brilletje en was
eind veertig, je tekent het type zo uit:
afgetraind, sportief, atletisch gebouwd,
het karakteristieke marathonpasje,
snelheid 13 kilometer per uur,
denk je er zo bij. Kortom,
een hardloper in burger.
En nu denk ik dus steeds:
als het anders had gelopen,
dan had ik daar kunnen lopen,
naast haar.

De Muilezel

De ezel stond in de wei, tussen de koeien.
Ze had verwaarloosde hoeven, ze groeiden
scheef krullend onder haar poten.
Ze liep niet goed, ze was deerniswekkend,
ze mankte, ze hinkte, ze strompelde
door de eeuwen heen. Je deed je ogen dicht,
en je zag Sancho Panza zittend op haar rug.
Ze was een muilezel, Je zag de last van eeuwen,
en de striemen op haar doorgezakte rug.
Ze kende bergpad en vlaktes.
Je joeg de vliegen weg van haar ogen.
Wat stonden ze lijdzaam, je zag jezelf
erin weerspiegeld. Je voelde haar ezelssnor,
ze wapperde met haar ezelsoor.
Ze heeft een agenda, haar routeplanner
voert haar door de eeuwen,
morgen gaat ze naar Jeruzalem.
 

vrijdag 2 mei 2014

De Glibberglij

Ik wil de glibberglij en niet het droge hoofse.
Ik wil het nat. Van de tere dauwdruppels
op de dichtgevouwen vleugels van de vlinder,
tot het overvloedig stromen in de uiterwaarden.
Ik wil de zware gebiedende geur,
niet die letters op papier - gedichten!
Geef mij het echte, de zware geur,
de adem die gejaagder gaat,
het gehijg, de tintelingen,
de golven die het overnemen,
tot het niet meer te houden is. 

Ik wil de geile glibberglij en niet dat droge hoofse
Ik wil die geur, die wilde geur, dat botergeil,
Ik wil die uitslaande dampen die me
verhit in het gezicht gaan slaan.
Ik wil dat gloeiend hart. 

Ik wil die heupen, die welvingen, die billen,
die rondingen, die borsten glad, die borsten
rond, die borsten glad. Ik wil die heupen, die
welvingen, die rondingen, niet dat droge hoofse.
En dat die tong pirouettes draait rondom haar klit,
als een vochtige, klamme dans: kleine pasjes,
bruuske wendingen. Alles glimmend roze.
Ik wil de geile glibberglij en niet dat droge hoofse. 

Ik wil niet de pornofilmpjes van het internet,
Die acteuramateurs met hun fellatio en cunnilingus.
altijd maar hetzelfde plot, ja ze krijgen mekaar,
ja ze krijgen mekaar weer, ja ze komen klaar.
Hier een cumshot, daar meer van hetzelfde.
Daar draait zo'n uitslover zijn tong als een propeller
rond in iets wat er, close up, uitziet als een
binnenstebuiten gekeerde broekzak. Gevolgd door
dat werktuigelijk gepomp  - helemaal fake.
Ik wil gewoon de echte geile glibberglij.