Je zou een hele slechte
vluchteling zijn geweest.
Je fietste in de regen en kon
nergens schuilen.
Het bosje kale dode bomen,
was je liever snel voorbij
(Ook al waren ze grafisch
gezien, erg sterk)
De regen op je tent bezorgde
je de zenuwen:
Hier had je toch niet voor geboekt
en betaald?
De plassen in de modder
irriteerden je,
Waarom verhardde men de boel
hier niet vandaag?
Je selfinflating
matrasje lag niet comfortabel
En hoezo was het ontbijt niet bij inbegrepen?
De douches vond je lauw, er
lagen haren
In het putje en er waren geen
haakjes
voor je kleren. En waarom was
er
een wachtende voor je? En
hoezo
moest je andermans luchtjes
ruiken
op die wc in het rijtje? Plus
geluiden
erbij? Je gasstel waaide uit
in de wind.
Je windschermpje waaide om.
Je keek om je heen, er was
geen hulp
Van vrienden of familie. Want
vrienden
Of familie waren er niet, waren
dood
Of op z’n best vermist. Je
wist het.
En waarom was hier de benzine
6 cent duurder?
En geen wifi, gast. Wat
was ook alweer
De code van de slagboom?
En kon ’s avonds na tienen
dat lawaai
Van dat geschiet en zo niet
stoppen?
Dit was toch geen doen zo?
Deze camping kreeg van jou
Een hele slechte rating.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten