Posts tonen met het label Rob Schouten. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Rob Schouten. Alle posts tonen

vrijdag 9 augustus 2024

Rob Schouten op het PoëzieTuinfeest Deventer en de Zeloot

Hoe lang is het al geleden dat de dichter Rob Schouten voordroeg op het PoëzieTuinfeest van theater Bouwkunde in Deventer, 10 jaar, of toch eerder 15 jaar? Hoe dan ook, ik kan me zijn optreden nog goed herinneren. Ik was tijdig aanwezig in de Iordenstuin, want ik was fan. Ik wilde dat niet missen. En ik was voorbereid. Want ik was fan. Niet speciaal van Rob Schouten, maar van één gedicht van hem, daar ging ik helemaal van omver, het gedicht ‘Ongoocheling’. Waanzinnig goed vond ik het. Het verhalende, de teneur, het ritme, de misantropie – ging het over mij?

(hier een fragmentje) 

Vandaag sprak ik iemand in wereldbeelden,
een oude opkoper die weinig bood.
Als je het kwijt wilt kan het niet veel zijn,
zei hij, en anders moet je het maar houden.

Hij sprak me moed in. Houd het, beste vriend,
wat denk je ervoor in de plaats te krijgen?
Het paradijs heb ik niet voor je bij me
en onder ons gezegd, het is er niet.

Maar ik hield aan, hardnekkig en wanhopig.
Wat biedt u, vroeg ik, slaap? krankzinnigheid?
vrouwen? mystiek inzicht? soms medicijnen?
de Zin? begaafdheid? misschien medelijden?

Enfin. Ik had die bundel, ‘Een onderdaan uit Thule’ in huis, en kopieerde daaruit het tweepagina lange gedicht, dat wilde ik meenemen naar het Poëzie Tuinfeest. Mijn plan was namelijk om Rob Schouten te ontmoeten voordat hij het podium opging. Dan kon ik hem mijn verzoeknummer overhandigen.

En daar staan we in de Iordenstuin, mijn lief Maria en ik, en daar komt Rob Schouten aan, met in zijn handen zijn papieren en bundels. Ik haal diep adem, stap naar voren en spreek hem aan. Ik weet niet meer precies wat ik gezegd heb, maar ik vroeg of op zijn repertoire van vanavond ook het gedicht ‘Ontgoocheling’ zat. Nee, dat zat het niet. ‘Ah, maar ik heb een kopie van het gedicht bij me.'

Rob Schouten nam de fotokopie in ontvangst, en nam plaats achter het katheder, en begon te lezen. Ik wachtte af. Zou hij het magische, epische gedicht dat mij zo getroffen had voorlezen?

Maar daar was het: ‘Ik heb ooit, het is alweer wat jaren terug, het gedicht ‘Ontgoocheling’ geschreven, en een Zeloot hier, wilde graag dat graag, ik kreeg het verzoek, horen.’

Ik hoorde een onderdrukt gelach naast me: ‘’Hpmf, zeloot, proest, zeloot.’ Dat was mijn lief, Maria.

Rob Schouten las op het podium het gedicht ‘Ontgoocheling’ voor, en dat deed hij goed, het bleef ook een sterk gedicht natuurlijk, maar dat ‘Zeloot’, dat beet. Ik klapte lafjes. En ik glimlachte als een dichter met kiespijn.

 

zaterdag 13 januari 2024

Ik & de dichters

Je hebt ooit voor Judith (voor jou: mevrouw), Herzberg,
het lampje boven haar nachtkastje aangedaan.
Je hebt ooit, A.L. Snijders, bezocht in zijn woonhuis,
zijn boerderij. Je kende de binnenkant en buitenkant daarvan
uit zijn Zeer Korte Verhalen. (En wat een aardige man was hij).
Je was ooit op bezoek in het huis van Jan Elburg,
zijn weduwe leidde je toen rond langs zijn achtergelaten
houtvoorraad en zijn pettencollectie in de hal.
Je hebt ooit Wim Brands de weg gewezen.
je hoorde ooit dat Jan Arends huisknecht was
van  de dame die je bezocht. Je sprak ooit Komrij aan,
die eigenlijk in gesprek was met Gerbrandy.
Je vroeg Wigman om zijn bibliofiele bundel,
een leporello, te signeren. Je sprak met Robert Anker,
je loofde zijn bundel ‘Goede Manieren’, je was een fan.
Je bezocht het graf van Rimbaud in Charleville-Mézières,
(je liet je daar fotograferen, je blik moest stemmig zijn).
Je sprak met Zwagerman, het ging goed met hem,
verzekerde hij je, en ook hij schreef jouw naam
en signeerde zijn bundel. Je kijkt naar de datum
en denkt: jullie moesten eens weten. Je kocht een
bundel van Frank Starik na een optreden,
wat een performer was hij, hij vroeg of jij arts was,
zo kwam ik over, zo zag ik eruit. Maar nee.
Je sprak, je had het ingestudeerd, Rob Schouten aan
voor een optreden, je had een verzoek: zou hij misschien
het gedicht 'Ontgoocheling' kunnen doen, uit de bundel
'Een onderdaan uit Thule', hier, je had een kopie daaruit bij je.
(Het was een meesterwerk, dat Ontgoogecheling, wat jou betreft.)
De dichter voldeed aan je verzoek, was de beroerdste niet,
maar refereerde wel aan je, achter de microfoon, als: zeloot.
Je hebt een keer een e-mail gekregen van
Ester Naomi Perquin en ook een van Martijn Brenders.
En je had Daan Doesborgh een keer nagedaan, op papier dan,
zijn idee geleend, hij gaf je via de mail zijn oké.
Tegen voormalig staddichter van Amsterdam,
Gershwin Bonevacia, hitste je dat je zijn bundels,
die hij ooit had weggeschonken, voor 50 cent per stuk
had bekomen, op Koningsdag, op de Brink in Deventer,
recensie-exemplaren, pal voor het huis van Özcan Akyol.
En in je eigen straat heeft, ach, ooit Nico gewoond, Slothouwer,
was je jonger geweest, hadden jullie elkaar vast herkend, vast.

Dichters gaan te vroeg dood, krijgen te weing erkenning,
of hun werk wordt, voor veel te weinig geld, verkwanseld.

 

donderdag 6 februari 2020

Ontgoocheling


Ken jij het gedicht Ontgoocheling van Rob Schouten?
 ‘Vandaag sprak ik iemand in wereldbeelden,
een oude opkoper die weinig bood.’
Ja die, prachtig, mooi gedicht:
Is er een muze, ga met haar naar bed,
-die wil niet, zei ik- des te beter dan.’
Hahahaha
 Hahahaha
 En wat is met dat prachtgedicht?
Ik wilde het graag op mijn blog zetten, als een
soort tribuut zeg maar.
 Maar het staat er niet op.
Nee. Weet je wat dat kost?
 Nou?
Dikke zeventig euro, ja, Arbeiderspers.
 Zeventig euro? Poe, en dat terwijl die bundel van
Rob Schouten, Een onderdaan uit Thule, al voor
twee euro te koop is bij boekwinkeltjes.nl
 Tsja.
Dus dan maar niet.
 Ontgoocheling.
Ja, Ontgoocheling.