Op maandag is de Biënnale gesloten, heeft dan een rustdag. En dan kan de bezoeker dus ergens anders heen. Wij besloten naar het begraafplaats eiland San Michele te gaan, lekker rustig, en ook: lekker schoon. Want Venetië mag dan wel een mooie stad zijn, goeie genade, wat kan zij stinken. De Vaporetti’s met hun dieseldampen, de rokers in de steegjes (echt, die Italianen paffen er op los, en in zo’n steegje kan de rook nergens heen), plus de cosmetica walmen die de bezoekers verspreiden. Veel is goed, schijnt het adagium te zijn. Misschien staat dat in Italië wel op de flesjes van de deodoranten, de parfums, de aftershaves: breng overvloedig aan. En dan zijn er natuurlijk nog de mensen die geen deodorant gebruiken, en zichzelf en hun kleren niet wassen, die wringen zich ook in diezelfde stegen langs je heen – godallemachtig.
Vandaar dus de keus voor SanMichele, een eilandje in de lagune. Hier is het graf van Ezra Pound te vinden en dat van Joseph Brodsky, Nobelprijswinnaar van de literatuur in 1987.
Ik heb enkele bundels van Brodsky in huis, uiteraard, maar toch heb ik sinds een aantal jaar enige reserve jegens deze van oorsprong Russische dichter. En dat is vanwege zijn gedicht over deonafhankelijkheid van Oekraïne. En dat is geen fijn gedicht. Dat is een pijnlijk gedicht, iets wat je liever niet had gelezen. Iets wat beter niet geschreven had moeten worden.
Dus ja, dit uitstapje was ook niet helemaal fris.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten