maandag 20 juni 2016

Je slaapt, dag

Je liet me achter met een koud, koud hart.
En een briefje waarop stond: je slaapt, dag.
Je was uitgepraat, je wist wat je zag.
Je tas snel gepakt, je ging niet langs start.

Je deed de deur dicht, je was het einde.
Mijn einde, jij had al een nieuw bestaan.
Met man, huis, media en wat al niet.
Ik weet, je leven staat continu aan.

Terwijl ik je hier hartstochtelijk mis,
Je bent nu zo ver van mij vandaan,
Het tijdschrift zegt: jij weet wat leven is.
De cover portretteert je als een miss.

dinsdag 14 juni 2016

Dag liefje,

Dag liefje, ik verlaat je, ik ga weg.
Ik wilde de zee, vuur en horizon.
De lijn is slecht, dit is niet hoe het begon.
Ik wilde verder, niet die tussenweg.

Ik wil niet meer alsof, ik versta je niet.
Ik blijf niet bij jou tot het donker komt.
Ik hou niet meer van jou, jij wel van mij.
Die eeuwige trouw, ik heb het verdomd.

Ik slik mijn keel droog, ik heb geen bereik.
Het is wreed, je weet niet wat je overkomt.
Liefje, ik zie geen toekomst waar ik ook kijk.
Wat is liefde? Je had weer ‘ns gelijk.

zondag 12 juni 2016

We waren op een feest geweest

We waren op een feest geweest,
het was laat en we liepen buiten,
naar de auto. In het voorbijgaan
keken we nog even vanuit het donker
naar binnen en zagen in het licht
dansende mensen, witte overhemden,
mooie jurken, flessen, glazen
en geluidloos plezier.
Het leek ons zo’n feest waar
we graag bij waren geweest..


dinsdag 7 juni 2016

Hond uitlaten

En daar gaat ze, zoals elke ochtend om zeven uur,
met haar hond aan de lijn, de hoek om, alleen.
Zoals elke ochtend, de vaste route,
de singel af, het park in: daar wordt geroken,
daar wordt gedraald, daar uitgedaagd,
daar moet worden gepist,en daar schor geblaft. 
En daar moet worden getrokken aan de riem. 
En daar, daar op die hoek,
moet elke keer, steevast, 
worden gehuild.


zondag 29 mei 2016

Verhuizen

Ik mis dat, ’s avonds, ergens in die achtertuinen,
schalde altijd een nies, en landde op ons balkon.
Zomeravonden waren niet compleet zonder die nies.
Ik heb nooit geweten wie dat was, die niezer.
welk huis, welk nummer. Ik heb nooit zijn gezicht gezien.
Hier is er een meisjesstem (ik heb nog nooit haar gezicht gezien)
die elke avond, als de schemer komt, haar katten roept:
Donja, Luna, Noortje.


woensdag 25 mei 2016

Get your kicks in sonnet 66

Het moest wel sonnet zesenzestig zijn,
want het leek wel (die toon!) voor mij gemaakt,
die botte bijl en tjak, die scherpe pen,
dat onontkoombare recht in je smoel,
en dan toch die ontroering op het eind.
Maar Shakespeare, ik was geïntimideerd,
door al die briljante vertaalvariaties -
ik durfde geen pen meer op het papier
‘s Nachts zag ik liefde gewikkeld in geweld:
Marokkaanse man en Turkse vrouw,
ze sloopten de hotelkamer erbij.
Liefde doet pijn, waar werd oprechter auw,
bloed op de muur, politie op de stoep.
Mijn pen stokte: zij waren ijskoud alleen.