donderdag 12 februari 2015

Verliefd wilde je niet zijn

Verliefd wilde je niet zijn, dat leek je niks.
Verliefd, het idee alleen al, nee, niet voor jou.
Toch schoot je megagieg van haar. Thuis bij jou,
bij haar, in bed, in bad, van ontbijt tot diner aan tafel,
met en zonder kleren op het balkon: duckface,
quasi boos, preuts, danseres, de hele rataplan.
Jij fotografeerde en deelde, zij deelde ook, maar jij -
jij was een prop, je bleek uiteindelijk een rekwisiet.  

Je was verliefd, wist niet wat je overkwam,
maar je wiste niks. Het ging over, jij was weg van haar,
zij was weg van jou, het ging voorbij, je was van je stuk.
Je was kapot. Je was alleen, je had alleen de foto's nog.
Die had je bewaard op je computer: zat je daar om
middernacht, je ene hand op de muis, de andere hand
aan de drank -  je wilde met haar portretten de nacht in.
Kraakte daar je harde schijf. Alles weg, waar naartoe?
Net als zij: je wist het niet, daar ging je kiekjesgeluk. 

Misschien was het een virus.
Je klikte van map naar spookbestand
je cursor zwabberde ongecontroleerd,
er gebeurde nu vast iets met een code,
je hoorde immers vreemd getik, dat was vast
het laatste levensteken van de virusscan.
Verliefd, dit kwam er nou van, jij zat met de brokken.
Verliefd, en jij pieste laatst, je liet graag sporen na,
een hart voor haar in de versgevallen sneeuw.
 
De geheugenkaart van je mobiel
was ook al blank: niks bed-, bad- of balkon-
scènes. Je was in een wrede wereld aanbeland.
Iets ging daar op het display
met haar whatsappjes aan de haal.
 
Je tikte eerst hardnekkig daarna wanhopig op
het scherm, als was het om haar achter het glas
van dat kleine kistje weer tot leven te wekken.
Maar het enige teken dat je kreeg,
was dat je grondig werd ontvriend.
 
Je keek naar buiten. De sneeuw die was gevallen,
(je dacht vreemd genoeg ineens aan 'sneuvelen'),
die was niet blijven liggen. Er was nu een modderplas
rondom je huis. Met daar de sneeuwpop van jullie twee.
Zijn grijns was scheef en was duidelijk voor jou bedoeld.
 

zondag 1 februari 2015

Liedje zonder muziek

Meisje, ik zag je, je raakte 
bij mij van binnen een snaar.
Je wiebelde met je heupen,
en je had zulk prachtig haar.  

Meisje, mijn hart ging van boem
paukeslag boem paukslag boem,
Je had een lachje om je mond,
je rokje zwierde om je kont.  

Meisje, ik wil je, dans met mij,
klokslag twaalf is dat niet voorbij.
Ik zing je naam steeds in mijn hoofd:
'k hou voor eeuwig van je, beloofd.

Meisje, we zingen onze harten rood.
Op jou alleen heb ik gewacht,
blijf bij mij voor altijd tot onze dood
of vooruit, blijf maar voor één nacht.

Readymade op een metalen plaatje in de lift

De Reus
Krimpen

vrijdag 23 januari 2015

Affiche Archeologie

Dagelijks passeer ik het bord waarop men affiches plakt.
Wat ik zie verschilt per keer, affiche wordt over affiche geplakt.
Het bord wordt wel steeds dikker mettertijd:
manifestaties, popconcerten en dance-events.
Ze kondigen aan: vertier, vermaak en vrolijkheid. 

Het papiergewicht neemt toe, de randen en hoeken krullen om,
de lijm laat het verleden los, langzaam wordt de tijd afgepeld,
en laag voor laag wordt blootgelegd. Regen en sneeuw
krijgen steeds meer vat krijgen op het papier:
en weer wordt er een vorig jaar onthuld.
Het papier op het aanplakbod hangt er nu in flarden bij.  

De jaren van voorheen zijn verbleekt. Ik zoek een herinnering,
maar het doorweekte papier biedt geen houvast.
Een scheur biedt me een doorkijkje naar een vroeger zomer.
Een halve tekst en een verbleekte foto waar ik een flard van zie.
Niks beklijft hier, alles wordt tot pulp.
En ergens tussen deze papiermoes en het hout van
het aanplakbord zoek ik tevergeefs naar: u bevond zich hier.
 

dinsdag 20 januari 2015

Geachte heer Malevich,

Geachte heer Malevich. Van de week heb ik uw oeuvre bekeken op het internet, op uw eigen site. Wat wrang, of knap lullig eigenlijk, dat uitgerekend u, een avant-gardist, zo'n brakke site heeft. Traag. Verouderd. Slechte navigatie. Ziet er niet uit. Ouwe meuk. Maar al uw werk staat daar. U bent niet vergeten. Had u in het NU willen leven meneer Malevich? Ik vroeg het me af. In de jaren zestig, zeventig, of tachtig, toen de kunst nog steeds modern was? Alles kon toen nog steeds als NIEUW verkocht worden. Totdat die conceptuelen begonnen te zieken. Van u bevallen mij die schilderijen met dat kruis erop. Toen u in het Suprematisme was. Olieverf op linnen. Het ziet er zo aanstekelijk maakbaar uit. Ik zou zo naar mijn penseel grijpen. En ja, ik had andersom best in uw tijd willen leven - even dan.

Maar die Zwarte Vierkanten mag u houden. Die iconen? In de 21ste eeuw staan er nog steeds mensen ze spiritueel in aanbidding te ondergaan. In het dorp dat mijn jeugd heeft opgezogen, was er ook een Zwarte Gat. En dat was niet goed. Dat had een slechte naam - of eigenlijk een goeie naam, maar een slechte reputatie: Het Zwarte Gat, turfstreek, ingeklemd tussen de arme zandgronden met de magere dennenbomen, het kanaal, de Blokwegen en de Kolemieten. Het Zwarte Gat. Broedplaats van drinkebroers, messentrekkers en turfstekers. Bij het café aan het kanaal verdronken ze hun centen. En in het donkere kanaal verdronken ze zelf - als ze het duister inzagen.

Niet voor niks en zeker niet toevallig dat uw werk nu hangt in Assen. Dat ligt in Drenthe. En Drenthe heeft toch altijd iets onbenoembaars. Heeft u dat boek van Peter Middendorp al gelezen? Geeft een beeld. Zoveel verschilt het allemaal (Rusland, Drenthe) niet in plaats en tijd en personages.

Suprematist was u dus. Klinkt goed natuurlijk, maar was evengoed aanstellerij. Eén uit het rijtje van al die ismes. Hou op schei uit. Hoe geloofwaardig wil je blijven, ismist? Kunstenaars moeten kunst maken, schilderen en geen praatjes verkopen. Brood op de plank. Breek me de bek niet open. Hier in Deventer, aan de Hoevelmansweg, heeft zo'n kunstenaar (op verzoek, godbetert, op verzoek!) de ruïne van de steenfabriek verkloot meneer Malevich, verkloot, ik kan het niet anders zeggen. Ja, geruïneerd kan ik zeggen, maar dat is niet de toon. En dan het praatje waarmee hij dat probeert te verkopen... daar lusten zelfs de Russische honden geen brood van. Ja, Rusland, je houdt ervan en je keert het 't liefst de rug toe.

Meneer Malevich, ikzelf zie elke nacht het Zwarte Vierkant ingekaderd door kozijnen. Ik ken het holst, ik ken het diepste zwart. En ik ken het kanaal. En ik ken wat Russische schrijvers. De meesten zijn al een tijdje dood trouwens, Gogol, Poesjkin. En het boek van de Drent Peter Middendorp ken ik. En weet u ook, meneer Malevich, dat men in sommige delen van Drenthe niet spreekt van lucht maar van locht. En locht is een ander woord voor gat, wat weer verwijst naar het oneindige zwart boven ons. Maar uw tentoonstelling is hier vooral figuratief.

Jammer, want uw kracht lag niet in het schilderen van personen. Het is allemaal bij elkaar houterig, anatomisch een zooitje, een niet kloppend rommeltje. Kunsthistorisch misschien wel interessant, maar niet erg levendig. Maar, kun je een eind mee komen, blijkt maar weer. Weet u, ik kom uw werk 'ns bekijken in Sint Petersburg, dat lijkt me een goed plan, afgesproken. Tot dan. En ik wens uw werken een goede terugreis.

 Met vriendelijke groet,

Michiel van Hunenstijn

 

woensdag 14 januari 2015

Tjilp

Hij had de nieuwste van Will Oldham gekocht
en had 'm al vaak beluisterd. Hij vond de plaat
over het geheel gaaf, de zang geweldig,
de songs goed, de muziek vertrouwd, maar het mooist
vond hij toch die geluidjes die eigenlijk per ongeluk
op de plaat terecht waren gekomen: die geluiden
die ontstaan als er van akkoord veranderd werd.
Als de vingers van de gitarist zich over de snaren
verplaatsten. Dan hoorde je de snaren even zwiepen,
ruisen, piepen, tjilpen - hoe noem je het. Het was
geen muziek, dat onbedoeld geluidseffect,
die schaafkrullen van de muziek. Het was alsof je
door een barstje achter de coulissen,
naar het hart van de song kijken kon.
Hij vroeg zich af of hij dit beeld ook kon
transponeren naar het dagelijks leven.
Dat hij er een passende metafoor
van kon maken. Voor een gedicht bijvoorbeeld.
Hij puzzelde. Hij kwam er niet uit.
 

dinsdag 6 januari 2015

Banden Direkt

Reed ik over de A50 en dacht ineens:
ik moet m'n moeder bellen.
Ik dacht: waar komt die behoefte nou
ineens vandaan? Toen zag ik het.
Voor me reed een bestelbusje
met achterop de tekst:
Banden Direkt.