woensdag 4 juni 2014

Op huizenjacht

De makelaar aarzelde, grijnsde wat nerveus en zei
voordat we het huis binnen gingen, dat er 'erotische
activiteiten in het pand werden uitgebaat'.
Om de schrik voor te zijn. Hij draaide de sleutel om,
en liet ons voor. We troffen een leeg SM-tentje:
banken gestoffeerd met bizonhuid en tijgerprint,
betegelde ruimtes, haken in de vloer, ringen aan de zolder,
een rubberen masker...
'je moet er doorheen kunnen kijken' zei de makelaar,
en hij bedoelde niet door het masker.
We kwamen in de ruimte waar een medisch aandoend
bed stond, met een gat erin, mijn fantasie sloeg op hol.
Het rook er een beetje vreemd.
 
'Deze muur is niet dragend,  kan eruit, dan kan hier de keuken',
zei de makelaar, 'er is de mogelijkheid tot dakkapel'.
Daarnaast was een douche, een bad met lampjes.
Ik was niet meer een pand aan het bezichtigen,
een huis voor ons twee, onder de twee ton,
niet te ver van het centrum, ik was op ontdekkingsreis.
Daar, dat podium, even er op staan, bij dat schavot.
De makelaar roemde de isolatie: de ramen waren
door luiken afgesloten, de buren hoorden enkel
het gekerm en het knallen van de zweep.
We bedankten de makelaar hartelijk,
en zeiden dat we toch afzagen van de koop.

maandag 2 juni 2014

Meisje met het hempje - Onder de Linden nummer 1, Deventer

Meisje met je hempje, waar ben je nu?
Je kleedkamer was die plek in de
tuin van dat huis aan de IJssel.
Daar trok je je hempje over je hoofd.
Ik kon je zo uittekenen, maar je gezicht ken ik niet.
Je stond afgewend, je was altijd bezig:
moest dat hempje nou aan, of toch uit,
je weet hoe vrouwen zijn, ik weet hoe vrouwen zijn.
Je was nog wel even bezig. Ik had geduld.
Je hebt mij nog nooit gezien.
Ik denk dat je naar lavendel rook,
daar stond je immers middenin. 

Je had geen aandacht voor de IJssel of
voor het verkeer, jij verkleedde je daar.
Je hempje moest nog uit, of nog aan.
Jouw aarzeling was mijn houvast:
ze is er nog niet uit, ze is er nog.
Ik werd ouder met de tijd, jij bleef eeuwig jong.
Maar je was plots weg, verdwenen.
Je plekje is nu, als was het een graf,
een grintpartij, een parkeerplek met daarop,
het is geen gezicht, een Fordje
met daarnaast, een Golf.

maandag 19 mei 2014

Lelijke Eend

Je had een Deux Chevaux gekocht, je was gevallen voor de kleur,
rood. Je draaide alle schroeven los, je had een opknapper gekocht.
Je zaterdagen gingen eraan op, de Eend was je hobby, werd je hartstocht.
Je sleutelde de motor aan de uitlaat vast, je bleek geen slecht monteur. 

De stoelen had je er uitgehaald, ook de koplampen had je eraf geschroefd
Je buurman informeerde wekelijks naar de voortgang. Daar was hij weer.
De versnellingspook in het dashboard? En had dat raampje nou een veer?
En die remmen, of je die met volle snelheid al had beproefd? 

Het was alsof je met die Lelijke Eend diep doordrong in de tijd.
En ook tot diep in Frankrijk, je had alvast een strooien hoed gekocht.
Je zag het stokbrood al steken uit het dak, je hing scheef in de bocht.
Je vriendin naast je, lifters op de achterbank, je wereld was ineens zo wijd.
 

Wasstraat

Je werkte in het weekend bij het tankstation.
Er was ook een wasstraat. Daar was je graag.
Je stapte in je auto en reed in de loze uren
die wereld in. Je hield van het geraas en
de geur van zeep. Je sloot je ogen.
De borstels maakten zich los van hun plaats
en sloten je op. Ze striemden, ze geselden het vuil.
Ze dansten, ze draaiden als Derwisjen
rondjes tegen je auto, als een vreemd soort
waterballet. Er was schuim, je dacht aan de zee en storm.
Het zicht was beperkt, je wereld nu afgesloten
en verduisterd. Het water stroomde langs de ruiten.
Je voelde je geborgen hier onder water.
De luchtstroom stond onzichtbaar klaar.
Achter de lamellen wist je al het licht. Ze wezen
als dwingende vingers tegen de ruiten.
Je kreeg een laatste zetje, het bad was
voorbij, de wereld diende zich weer aan,
alsook het besef gewoon weer
pompbediende te zijn gebleven.

donderdag 8 mei 2014

Het had anders kunnen lopen

De hardloopster, ik schatte haar midden veertig,
afgetraind, sportief, atletisch gebouwd,
snelheid 11 kilometer per uur,
karakteristiek marathonpasje,
kortom, de hardloopster,
kwam ik vaak 's ochtends tegen.
Ik kwam terug van mijn werk,
zij deed een ochtendrondje.
Zij lachte, ik lachte terug.
We kenden mekaar van het hardlopen,
van het tegenkomen. En dat we allebei
in het centrum woonden, ongeveer.
We groetten elkaar, zoals hardlopers doen.
Ik schatte haar midden veertig.
Ik zag haar later in burger, in gezelschap:
hij was lang en droeg een brilletje en was
eind veertig, je tekent het type zo uit:
afgetraind, sportief, atletisch gebouwd,
het karakteristieke marathonpasje,
snelheid 13 kilometer per uur,
denk je er zo bij. Kortom,
een hardloper in burger.
En nu denk ik dus steeds:
als het anders had gelopen,
dan had ik daar kunnen lopen,
naast haar.

De Muilezel

De ezel stond in de wei, tussen de koeien.
Ze had verwaarloosde hoeven, ze groeiden
scheef krullend onder haar poten.
Ze liep niet goed, ze was deerniswekkend,
ze mankte, ze hinkte, ze strompelde
door de eeuwen heen. Je deed je ogen dicht,
en je zag Sancho Panza zittend op haar rug.
Ze was een muilezel, Je zag de last van eeuwen,
en de striemen op haar doorgezakte rug.
Ze kende bergpad en vlaktes.
Je joeg de vliegen weg van haar ogen.
Wat stonden ze lijdzaam, je zag jezelf
erin weerspiegeld. Je voelde haar ezelssnor,
ze wapperde met haar ezelsoor.
Ze heeft een agenda, haar routeplanner
voert haar door de eeuwen,
morgen gaat ze naar Jeruzalem.
 

vrijdag 2 mei 2014

De Glibberglij

Ik wil de glibberglij en niet het droge hoofse.
Ik wil het nat. Van de tere dauwdruppels
op de dichtgevouwen vleugels van de vlinder,
tot het overvloedig stromen in de uiterwaarden.
Ik wil de zware gebiedende geur,
niet die letters op papier - gedichten!
Geef mij het echte, de zware geur,
de adem die gejaagder gaat,
het gehijg, de tintelingen,
de golven die het overnemen,
tot het niet meer te houden is. 

Ik wil de geile glibberglij en niet dat droge hoofse
Ik wil die geur, die wilde geur, dat botergeil,
Ik wil die uitslaande dampen die me
verhit in het gezicht gaan slaan.
Ik wil dat gloeiend hart. 

Ik wil die heupen, die welvingen, die billen,
die rondingen, die borsten glad, die borsten
rond, die borsten glad. Ik wil die heupen, die
welvingen, die rondingen, niet dat droge hoofse.
En dat die tong pirouettes draait rondom haar klit,
als een vochtige, klamme dans: kleine pasjes,
bruuske wendingen. Alles glimmend roze.
Ik wil de geile glibberglij en niet dat droge hoofse. 

Ik wil niet de pornofilmpjes van het internet,
Die acteuramateurs met hun fellatio en cunnilingus.
altijd maar hetzelfde plot, ja ze krijgen mekaar,
ja ze krijgen mekaar weer, ja ze komen klaar.
Hier een cumshot, daar meer van hetzelfde.
Daar draait zo'n uitslover zijn tong als een propeller
rond in iets wat er, close up, uitziet als een
binnenstebuiten gekeerde broekzak. Gevolgd door
dat werktuigelijk gepomp  - helemaal fake.
Ik wil gewoon de echte geile glibberglij.