Asta Nielsen
Gerard Hauptmann
Hans Fallada
Käthe Kollwitz
Albert Einstein
Michiel van Hunenstijn
Altijd leuk om jezelf in een rijtje te zien.
woensdag 1 augustus 2018
donderdag 5 juli 2018
Tuurlijk joh
Hij hield van poëzie, was een liefhebber, zo presenteerde
hij zich ook.
Hij praatte en schreef er dagelijks over, een bevlogen typ,
veel feiten paraat ook. Maar sinds hij hardnekkig volhield dat
Paul Verlaine getrouwd was met de dochter van Arthur Rimbaud,
zelfs nadat hem van verschillende kanten verklaard was
dat zulks beslist niet het geval was geweest,
bekeek je hem vanaf toen met andere ogen.
Hij praatte en schreef er dagelijks over, een bevlogen typ,
veel feiten paraat ook. Maar sinds hij hardnekkig volhield dat
Paul Verlaine getrouwd was met de dochter van Arthur Rimbaud,
zelfs nadat hem van verschillende kanten verklaard was
dat zulks beslist niet het geval was geweest,
bekeek je hem vanaf toen met andere ogen.
woensdag 4 juli 2018
Tegen de vlakte
Er was dat podium waar je op
stond.
Er was een microfoon en sterke spotlights:
je keek in een donkere zaal, je zag geen gezichten.
Je haalde diep adem, schikte je papieren recht.
Iedereen keek jouw kant op, jij keek als enige
de andere kant op. Er klonk applaus, dat weet je nog.
Je ging tegen de vlakte, je nam de katheder mee in je val.
Je ontwaakte moeizaam, er zoemde iets. Iemand voelde
je pols en noemde je naam, maar whooooooosh, je was
alweer weg. Er was een scan, je hoofd bonst.
Je zag alleen maar het plafond, alles wat wit.
Je hoort het bezoek op de gang: gaat het weer een beetje?
Je zocht je tekst, je hoofd was leeg, je was sprakeloos.
Er was een microfoon en sterke spotlights:
je keek in een donkere zaal, je zag geen gezichten.
Je haalde diep adem, schikte je papieren recht.
Iedereen keek jouw kant op, jij keek als enige
de andere kant op. Er klonk applaus, dat weet je nog.
Je ging tegen de vlakte, je nam de katheder mee in je val.
Je ontwaakte moeizaam, er zoemde iets. Iemand voelde
je pols en noemde je naam, maar whooooooosh, je was
alweer weg. Er was een scan, je hoofd bonst.
Je zag alleen maar het plafond, alles wat wit.
Je hoort het bezoek op de gang: gaat het weer een beetje?
Je zocht je tekst, je hoofd was leeg, je was sprakeloos.
vrijdag 29 juni 2018
Aan de oever
Vandaag was het plein weer
leeg. De kermis had de stad weer verlaten. En de koetsjes ratelden niet meer
hun rondjes over de keien. De fonteinen klaterden nog wel. De leegte strekte
zich weer uit - voor even. De middag was bijna voorbij, de schaduwen waren
super lang in de parken die er tiptop gesnoeid en geknipt bij lagen. En mijn
stemming was terneergeslagen, nee, beslist niet vrolijk. Maar misschien kwam
het daardoor wel, dat ik daardoor gegrepen werd. Dat het me niet onberoerd
liet. Dat er van mij iets verwacht werd. Ik houd mij afstand niet langer word door
de omgeving opgenomen, lijkt wel. Ik ging naar de rivier, zocht de hoogste plek
daar, de zon ging onder, ik klapte mijn
stoeltje uit, haalde mijn cello uit het foedraal - en speelde. Ik haalde de
stok over de snaren en wist dat mijn verleden niet netjes op alfabet lag. En
mijn toekomst waarschijnlijk ook niet. Ik zat daar. Nu. Aan de rivier. Met de
muziek. In de omgeving. En het is met aarzeling dat ik het zeg, maar ik voelde
mij in het moment. Eindelijk gearriveerd, eindelijk aangekomen. Er was geen publiek.
Er waren geen zoemende spamberichten. Ik keek niet, ik deed mijn ogen dicht en ik
boog me over de cello en streek en streek en streek.
Abonneren op:
Posts (Atom)