woensdag 1 augustus 2018

Bezoekers Insel Hiddensee

Asta Nielsen
Gerard Hauptmann
Hans Fallada
Käthe Kollwitz
Albert Einstein
Michiel van Hunenstijn
Altijd leuk om jezelf in een rijtje te zien.

donderdag 5 juli 2018

Tuurlijk joh

Hij hield van poëzie, was een liefhebber, zo presenteerde hij zich ook.
Hij praatte en schreef er dagelijks over, een bevlogen typ,
veel feiten paraat ook. Maar sinds hij hardnekkig volhield dat
Paul Verlaine getrouwd was met de dochter van Arthur Rimbaud,
zelfs nadat hem van verschillende kanten verklaard was
dat zulks beslist niet het geval was geweest,
bekeek je hem vanaf toen met andere ogen.

woensdag 4 juli 2018

Tegen de vlakte

 
Er was dat podium waar je op stond.
Er was een microfoon en sterke spotlights:
je keek in een donkere zaal, je zag geen gezichten.
Je haalde diep adem, schikte je papieren recht.
Iedereen keek jouw kant op, jij keek als enige
de andere kant op. Er klonk applaus, dat weet je nog.
Je ging tegen de vlakte, je nam de katheder mee in je val.
Je ontwaakte moeizaam, er zoemde iets. Iemand voelde
je pols en noemde je naam, maar whooooooosh, je was
alweer weg. Er was een scan, je hoofd bonst.
Je zag alleen maar het plafond, alles wat wit.
Je hoort het bezoek op de gang: gaat het weer een beetje?
Je zocht je tekst, je hoofd was leeg, je was sprakeloos.

vrijdag 29 juni 2018

Aan de oever


Vandaag was het plein weer leeg. De kermis had de stad weer verlaten. En de koetsjes ratelden niet meer hun rondjes over de keien. De fonteinen klaterden nog wel. De leegte strekte zich weer uit - voor even. De middag was bijna voorbij, de schaduwen waren super lang in de parken die er tiptop gesnoeid en geknipt bij lagen. En mijn stemming was terneergeslagen, nee, beslist niet vrolijk. Maar misschien kwam het daardoor wel, dat ik daardoor gegrepen werd. Dat het me niet onberoerd liet. Dat er van mij iets verwacht werd. Ik houd mij afstand niet langer word door de omgeving opgenomen, lijkt wel. Ik ging naar de rivier, zocht de hoogste plek daar, de zon ging onder, ik  klapte mijn stoeltje uit, haalde mijn cello uit het foedraal - en speelde. Ik haalde de stok over de snaren en wist dat mijn verleden niet netjes op alfabet lag. En mijn toekomst waarschijnlijk ook niet. Ik zat daar. Nu. Aan de rivier. Met de muziek. In de omgeving. En het is met aarzeling dat ik het zeg, maar ik voelde mij in het moment. Eindelijk gearriveerd, eindelijk aangekomen. Er was geen publiek. Er waren geen zoemende spamberichten. Ik keek niet, ik deed mijn ogen dicht en ik boog me over de cello en streek en streek en streek.