Vandaag fietste ik naar huis
met een exemplaar van De Parelduiker, kosten 17,50 euro. Wel een beetje
veel voor een tijdschrift van 96 bladzijden – waarvan het mij alleen maar ging
om de 12 bladzijden die daarin aan Anton Valens zijn gewijd. Twaalf bladzijden,
plus de cover, want daar prijkt een zelfportret van Anton Valens, hij heeft
zichzelf goed getroffen in de verf en in de streken. Zo blijft hij nog voortbestaan.
Eergisteren dacht ik nog,17,50
euro uitgeven aan een tijdschrift omdat er een artikel over Anton Valens in
staat, moet ik dat wel doen? Laat ik er nog een nachtje over slapen, geen
impuls aankoop doen. Maar ja, je bent fan, dus de aantrekkingskracht van dat
onbekende materiaal bleek sterker dan mijn ratio.
Ach, Anton Valens. Wat heb ik
van zijn boeken, zijn oeuvre genoten: Het boek Ont, Meester
in de hygiëne, Vis, Het compostcirculatieplan, Een wagon vol duivels, Chalet
152, en Een
kniebuiging voor de ezel, dat boek dat ik in december op mijn verjaardag kreeg. En wat eeuwig tragisch dat hij zo vroeg stierf.
Maar wat een fijne, ruwe
fragmenten heeft redacteur Johannes van der Sluis gevonden in al die USB sticks
van Valens, met zoals hij schrijft: Valens had een oog voor het alledaagse, het
banale.
Chantal & Nathalie, oma
Nip, die per se gearmd met me wilde lopen, en ik parkeerden voor cafetaria De
Sportvriend, net over de brug links. Aan de overzijde van het Hoendiep de
gigantische, zachtgele silo’s van suikerfabriek Vierverlaten. Aan de andere
kant bakstenen middenstanderswoningen, een barbier, een trimsalon voor honden.
Langs de vaart verhief zich de niet al te hoge of architectonisch interessante
kerktoren. De Sportvriend, middelpunt van de hangjeugd, was jarenlang de plek
van Wieger. Momenteel is hij werkzaam in een armoedige rubberfabriek. De sfeer
daar, onder de rook van Vierverlaten, schijnt klote te zijn: de daken van de
loodsen lekken, machines zijn oud en stuk, zeer eentonig werk onder beroerde
omstandigheden, etc. En dan was er collega
Slenderbroek. Deze knakker had tot voor kort de ergeniswekkende gewoonte om pal
voor schafttijd uitgebreid naar het schijthuis te gaan en een flinke streep in
de pot achter te laten. De wc grensde aan de krappe kantine. Bij het kakken
produceerde Slenderbroek veel stankoverlast. Collega-rubbersnijder Hulzebus was
op een dag zo kwaad geworden dat hij de complete wc aan gort heeft geschopt.
Fonteintje, bril, wc-rol-ophanger, spiegel, tegels met leuk patroon, de wc-pot
zelf, de afvoerpijp, de stortbak – Hulzebus had het hele zooitje in puin geramd
terwijl de anderen zwijgend kauwend toezagen.
Ik hoop dat dit nog tot een
publicatie leidt, ik kijk ernaar uit.