Er was kortsluiting in je
horloge,
Het ding was van slag, de
tijd die sprong naar
1 januari, 12 uur, de
wijzerplaat
Van de toren stond verloren
in de kerk
Je was hier voor het poëziefestival
dat een jaar oversloeg, je
bevond je
in een vacuüm. Toch zocht je
naar de kunst:
er bleek genoeg, maar
daarover later.
Eerst moest het wachtwoord
van de Wifi gesteld
(12344321 komma)
En de fietsroute bepaald,
waarheen: daarheen
Langs het verlaten en leegstaande
huis
De deuren en vensters stonden
open
Binnen de foto’s van de kinderen
De correspondentie, de ravage
De vernielingen, de poppen,
het glas
Kraakte onder je schoenen,
hier was de pomp
Stromend water, en hier was
klimop binnen
Hier de schoenen, het servies
aan stukken
Het bed, de kast, de lamp,
hier was een leven.
Sensatie: in een kasteel
maakte je mee
Dat een bezoekster een
kunstwerk vernielde.
Spectaculair, opschudding,
jij was erbij:
Een keramieken beeldje werd
vertrapt,
(Per ongeluk.) In de kapel
zag je
De poppen, je was in een bizar
sprookje
Beland, je viel in één keer
helemaal stil
Je zag, maar je wist niet
echt wat je zag
Afgedaald in de kelder van
het kasteel
Was daar ruimte vullend dat Gesamtkunstwerk:
Tafels, stoelen, flessen, servies
en bestek
Alles, alles, was
blauw en groen beschilderd.
In het dorp dat geen kunstfestival
had
Dronk je op elk terras een
glas bier
En werd je gefascineerd door
video:
Zoveel ongemak in beeld, dat
deed je wat
Bij pabulum, kunst op de
Brouwerij
Trof je een rat bij de
bootvluchteling
Dood, de rat, bedoel ik, niks
aan de hand
Kunst heeft nu eenmaal vaak
ruwe randjes
Kinderen worden strikt in
toom gehouden
Pabulum is geen speeltuin
(tekst folder).
Je grinnikt. En je knijpt in
je remmen:
Je leest het gedicht van Mark
Insingel:
Er past
mij niets
van wat ik vind.
Ik vind alleen
wat mij niet past.
Ik wil
niet vinden
wat mij past.
Mij past alleen
dat ik niet vind.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten