maandag 25 februari 2019

Lente

De padden moeten trekken
De knoppen moeten botten
De wilgen moeten knotten
De nestjes moeten vlechten
De eieren moeten leggen
De harten moeten kloppen
De bloemen moeten plukken
De meisjes moeten zwieren

De begeerte moet ontwaken
De zoenen moeten klappen

dinsdag 12 februari 2019

Tranen


Ik heb je nieuwe dichtbundel gelezen. Ik kreeg er tranen van in mijn ogen.
-Tijdens het schrijven ging ik ook door een wat moeilijke periode.
Nee, het was de walm die opsteeg uit die drukinkt. Man, wat irriteert dat.

vrijdag 1 februari 2019

Er stond een Jehovah voor mijn deur

Er stond een Jehovah voor mijn deur. Hij bood mij paradijs
en eeuwig leven. Hij sprak over de groene weide waar de leeuw
ligt naast het lam. Hij schetste smetteloze witte wolken tegen
een oneindig blauwe lucht. De hemel, wat was er allemaal?
Cymbalen en witte gewaden, zang en dans in paleizen en spijzen
die niet te overtreffen waren, elke dag weer. En de zon die scheen,
en iedereen werd herenigd met zijn of haar geliefden en
iedereen was blij en zou dat altijd blijven ook, tot in de eeuwigheid, 

beloofde de Jehovah - en ik knikte, amen.
Erbarm, prevelde hij, aanvaard, ootmoed, bekeer
vertrouw, aanbid, berouw, barmhart, vergeef, kniel neer.
De dag die voor mij lag trok aan mij: er moest een zieke bezocht,
er moest een schuur geverfd, en als het kon, in de gauwigheid,

nog even naar de stort. De Jehovah liep het tuinpad af. 
Hij was tijdloos ouderwets gekleed.
Hij sloeg de hoek om, een eeuwigheid op weg.