vrijdag 9 januari 2026

ICE schiet dichter dood in Amerika

Minneapolis. De 37- jarige Renee Nicole Good  is afgelopen woensdag in haar auto doodgeschoten door de  Amerikaanse immigratiedienst ICE (Immigration and Customs Enforcement), die op illegalenjacht was, en drie kogels in haar hoofd schoot.

In 2020 won ze de prestigieuze Academy of  American Poets Price met haar gedicht 

On Learning to Dissect Fetal Pigs:

i want back my rocking chairs, solipsist sunsets,

& coastal jungle sounds that are tercets from cicadas and pentameter from the hairy legs of cockroaches. 

i’ve donated bibles to thrift stores

(mashed them in plastic trash bags with an acidic himalayan salt lamp—

the post-baptism bibles, the ones plucked from street corners from the meaty hands of zealots, the dumbed-down, easy-to-read, parasitic kind):

remember more the slick rubber smell of high gloss biology textbook pictures; they burned the hairs inside my nostrils,

& salt & ink that rubbed off on my palms.

under clippings of the moon at two forty five AM I study&repeat

               ribosome
               endoplasmic—
               lactic acid
               stamen 

at the IHOP on the corner of powers and stetson hills—

i repeated & scribbled until it picked its way & stagnated somewhere i can’t point to anymore, maybe my gut—

maybe there in-between my pancreas & large intestine is the piddly brook of my soul.t’s the ruler by which i reduce all things now; hard-edged & splintering from knowledge that used to sit, a cloth against fevered forehead.

can i let them both be? this fickle faith and this college science that heckles from the back of the classroom 

               now i can’t believe—

               that the bible and qur’an and bhagavad gita are sliding long hairs behind my ear like mom used to & exhaling from their moths “make room for wonder”

all my understanding dribbles down the chin onto the chest & is summarized as:

life is merely
to ovum and sperm
and where those two meet
and how often and how well
and what dies there.

 

 

nisrine mbarki nieuwe Dichter der Nederlanden

 

Vandaag ging ik naar Praamstra (boekhandel hier ter stede, Deventer dat is, red.) om de dichtbundel ‘Oeverloos’ van Nisrine Mbarki Ben Ayad te kopen.

Ik wilde die bundel graag lezen, en hebben, want Nisrine Mbarki Ben Ayad, is vanaf 1 februari onze nieuwe Dichter der Nederlanden, ze volgt dus Lieke Marsman op, en ik kende haar niet. Dus kocht ik haar bundel, derde druk, 21,99 euro en een NRC, 4,70 euro, waarin een interview staat, niet helemaal toevallig, met haar. Dus, ja, ik ben helemaal voorbereid nu, helemaal op de hoogte.

In Praamstra was het nog wel zoeken waar haar bundel zou staan, want: waar eindigde de voornaam van de dichteres en waar begon haar achternaam? Ze bleek bij de M te staan, naast Hanny Michaelis. En op de voorkant van het boek heet ze: nisrine mbarki, dat scheelt al de helft bij het uitspreken.

En om maar gelijk met een spoiler alert te komen: de bundel en ik hebben samen een hele leuke tijd gehad. Tuurlijk, we waren het niet altijd eens, maar dat hoort erbij, maar het is een aan te raden bundel. Ook al meldde de boekhandel nog wel dat ik bofte met dit exemplaar, want verder uitverkocht.

Op de achterkant van de bundel staat als teaser een gedichtfragment: ‘terwijl de lynx zijn weg na driehonderd jaar naar ons land heeft gevonden’.

Nou ben ik van het factchecken. Maar Google kon dat niet bevestigen. Is de Lynx in Nederland? Nee. Maar ja, wat weet zo’n zoekmachine nou van poëzie?

De bundel is (tevens) opgedragen aan de aartsengel. Dat vond ik wel mooi.

De bundel opent gul met maar liefst vier motto’s, waaronder één in het Arbisch. Ja, die kan ik dus niet lezen, mekkerde een stemmetje  ergens in mijn hoofd. Maar. Achterin de bundel staat dat van al de niet Nederlandse teksten in de bundel, een vertaling te vinden is op de website van nisrine mbarki. Jammer wel dat dan het adres van de site niet vermeld staat. (En ik begrijp dat dit probleem in 2022 ook al bekend was. Als de schrijver/dichter geen moeite doet, waarom zou ik dat dan wel moeten doen? En er blijkt nu nog steeds geen eigen website te bestaan). 

Nisrine mbarki is deels opgegroeid in Nederland (Brabant) en Marokko. En dat vind je terug in haar gedichten.

In het openingsgedicht van de bundel beschrijft ze een zwart-wit foto van twee jonge mensen, begin jaren zeventig die bij haar aan de muur hangt. Geliefden, die zullen reizen en kinderen zullen krijgen. ‘ze heeft roodgelakte nagels’. Wat? Het was toch een zwart-wit foto? Hoe kan ze dan weten dat – ah, het zijn haar ouders. Ze heeft voorkennis, het zijn de nagels van haar moeder.

Het gedicht bestaat eigenlijk uit drie verzen, en beschrijft een toch wel wat roerige en dramatische jeugd. Niet altijd even leuk voor wie het betreft, maar het levert wel mooie gedichten op.

Het titelgedicht Oeverloos, bladzijde 27, kan ik hier wel publiceren, want dat zie ik ook op andere sites overal opduiken 

mijn moeder treedt regelmatig buiten haar oevers
zoals jij ook doet
wanneer de weg van waterloop tussen hart en geest
wordt verduisterd
door nevel of kortsluiting
niet alleen in het regenseizoen
ook de zomer en de lente kennen hun abrupte wolkbreuken
razende moessons zelfs

mijn broers graven diepe geulen om haar op te vangen
apathisch bewerkt mijn zus boomstammen met een scherpe bijl
en bouwt dammen
schoonzussen rapen hun kinderen bij elkaar en gillen stilletjes
daarna tillen zij hun jurken tot kniehoogte op
haar zussen sussen door de telefoon
zeven tegelijk in moedertaal
haar moeder gromt zacht en likt de waanzinnige wonden
die niemand ziet
terwijl mijn moeder meerdere vaders tegelijk hoort spreken

de kleinkinderen proberen haar voor hun verjaardag uit te nodigen
maar oeverloos water kent geen kleinkinderen

regen wordt verbannen
artsen verbieden het wateroppervlak te spiegelen
alle onheilspellende woorden die ze niet verstaan
gooien ze overboord
schaduw en droom worden uit het woordenboek geschrapt
over de grens gezet
met morfine worden magische wezens verdoofd

de kracht van mijn moeder is ongekend en overstroomt spectaculair
het land
sleurt alles mee ondanks het leger maatregels van liefde

oevers zijn niet voor dromers
het verstand zal zwijgplicht krijgen
in stilte verzuipen
wezens zullen
vrij zwemmen

wij zijn water

wij vrezen onszelf

En de ellende werpt hier al zijn schaduw vooruit. Moeder heeft waarschijnlijk een psychose. En ja, in het volgende gedicht, Antropoceen, staat: ondertussen laat ik mijn moeder op de PAAZ opnemen.

Uit het gedicht op bladzijde 32 noteerde ik nog een huiveringwekkende regel: kinderen dopen hun brood in olijfolie en bleek.

(En bij de kipgrillmachine staren lijmsnuivende jongetjes).

Valt er ook nog wat te lachen in de bundel? Zeker. Op bladzijde 33:

Grootmoeders zetten ongewenste kleinkinderen
discreet bij het vuilnis
.

De jury die nisrine mbarki heeft uitgekozen als Dichter der Nederlanden, maakte natuurlijk gewag van ‘verbinden’, uiteraard, zonder dat gaat er tegenwoordig niets meer.

De bundel maakte nieuwsgierig naar meer, en het interview in de NRC ook.

 

donderdag 8 januari 2026

Brink 7, Deventer, 1983

Je nam de etage over van de man die zei dat
hij daar ging samenwonen met zijn vriendin,
maar dat het leven soms anders liep.
En of je soms nog koelkast, zeil, gordijnen
wilde overnemen? Zijn toekomst die niet
doorging, die wilde je niet. Je zag later,
heel veel later, het huis waar hij,
zonder die vriendin, woonde,
verveloos, afgebladderd. Eerlijk gezegd,
je hield je hart vast.

 

dinsdag 6 januari 2026

Béla Tarr, regisseur van Sátántangó, overleden

 


Béla Tarr, de regisseur van het epos Sátántangó is overleden. (In Trouw werd hij 'een invloedrijk icoon van de Europese cinema' genoemd).

Ik heb de cassette met de dvd’s, ooit een keer cadeau gekregen, van dit magnum opus voor me liggen, 419 minuten, meldt de hoes, dat is, hoeveel, een uurtje of zeven en een half? Na het kijken van Sátántangó, heb je er bijna een werkdag op zitten.

En ik heb de film, naar het boek van Nobelprijswinnaar László Krasznahorkai, gezien, helemaal.

En ik moet zeggen, dat was wel een prestatie, van mezelf bedoel ik, dat was wel hard werken, om mee te leven met Irimiás, Petrina, Schmidt, Kráner, Halics, Estike – de  hopeloze, uitzichtloze hoofdpersonages van dit epos. Ook al waren er nog een paar belangrijke hoofdrollen: de regen, de modder en het treurige landschap en de verpletterende zwaarmoedigheid. En dit alles gevangen in ellenlange statische shots waarin schijnbaar haast niets gebeurt.

De hoes meldt: ‘A genuine masterpiece’.

Dat zal dan wel zo zijn, maar het was wel een aanslag op mijn uithoudingsvermogen, en de film liet me murw achter. Maar dat is ook een kwaliteit.


zaterdag 3 januari 2026

Glimlachje du jour

Geluidsoverlast in Maassluis op 21/22 januari

Op 21 en 22 januari worden er akoestische plafondpanelen aangebracht in de Bibliotheek in Maassluis. Dit kan voor geluidsoverlast zorgen.

Sneeuwgedicht op het dak van mijn schuurtje


 

Zo kan het dus ook

Ik kijk naar een video van Lucebert in zijn atelier. Lucebert pakt een palet, hij bereidt zich voor op het maken van een nieuw schilderij, het witte doek staat al klaar. Nu de verf nog, de kleuren. Lucebert kijkt, zoekt, zijn ogen dwalen over de potjes en de tubes. Hij pakt een penseel en kiest een kleur. En hij voegt nog een kleur toe op het palet. Dan aarzelt hij, pakt een ander penseel, en voegt weer wat verf toe op het palet. Lucebert kijkt naar het palet, en kijkt naar het lege doek.

Nu gaat het beginnen, nu ga ik zien hoe Lucebert dit schilderij gaat maken.

En daar gebeurt het. Lucebert gaat met het palet met de gekozen kleuren naar het doek, vreemd trouwens dat hij nou geen penseel in zijn hand heeft, en hij draait het palet verticaal, drukt het tegen het doek aan, en maakt een trekkende beweging naar beneden, flats, en dan naar rechts en links, daar heb je je schilderij.

Die zag ik niet aankomen. Zo kan het dus ook, dacht ik.