zondag 18 januari 2026

Ook ik liep een metertje voor mijn verdriet uit

Michiel van de Pol heeft een stripverhaal, een graphic novel over zijn moeder gemaakt, over de laatste jaren van zijn moeder. Want Rietje van de Pol is op 88 jarige leeftijd overleden. En in haar laatste jaren was Michiel haar mantelzorger. Het maken van dit boek bood hem veel troost. 

Van de Pol, die eerder dit jaar de Stripschapsprijs won, werkt in een tekenstijl die nonchalant oogt maar toch heel precies is. Zijn specialiteit zijn de beeldmetaforen waarmee hij hele pagina’s vult, aldus De Volkskrant.

Bovenstaand plaatje stond bij de recensie in Trouw, afkomstig uit zo’n pagina vullende beeldmetafoor. Behalve dat het heel ontroerend getekend, is, trof mij de tekst. Dat vond ik zo treffend en origineel: ook ik liep een metertje voor mijn verdriet uit. Ik wou zeggen, je ziet het voor je, en dat klopt: het is getekend, je ziet hem daar een metertje voor zijn verdriet uitlopen - hij maakt een verloren indruk.

Michiel van de Pol
Mantel der liefde
Scratchbooks

184 bladzijden
24,95 euro

 

zaterdag 17 januari 2026

Instructies voorafgaand aan een buitenlandse reis - aanradertje


 

  

Met dat lijpe gebermoedel graaien ze naar ze wereldmacht,
Ondermijnen ze de roebel. Dat heeft Chuchill zelf bedacht!
Een persbericht over die loeders hadden we gecomponeerd,
Maar toen kwamen ziekenbroeders en we werden gefixeerd.

Wie er dan nog miept en meiert werd aan bed gebimbambeierd
Waar een paranoia-lijerd loeide, het schuim stond op zijn bek:
‘Los die handdoek, labbezakken! Kleingelovige maniakken,
berrmudieven, bermuzakken, jullie bermuderen ons nog gek!’

Er is een bundel verschenen van de Russische troubadour Vladimir Vysotski, Vertaald door Robbert-Jan Henkes, verschenen bij uitgeverij Benerus, Antwerpen. 

De bundel, Instrucies voorafgaandaan een buitenlandse reis, is een tweetalige bundel: links de Russische tekst, rechts de vertaling.

(En, even over het boek zelf, het product, het ding: zo zie ik een object graag: stevig, stug, dit zal niet gauw uit elkaar vallen. Je komt het wel ‘ns anders tegen).

Om de achterflap van de bundel te citeren: De legendarische bard Vladimir Vysotski (1938-1980) werd 42 jaar en liet zo’n zeshonderd liedjes na. Ze werden bij leven in de Sovje-Unie, nooit op plaat uitgegeven en circuleerden alleen op magneetband en van mond tot mond. Toch kende iedereen ze: nog nooit was er iemand zo universeel beroemd en geliefd in het land.

Vladimir Vysotstki zong wat de mensen dachten, maar vaak niet konden of mochten zeggen. Zijn reikwijdte was enorm, en zijn inlevingsvermogen uniek. Hij zong over criminelen, teruggekeerde Goelag-gevangenen, kosmonauten, sporters, en alles in de eerste persoon, alsof hij het zelf had meegemaakt.

Robbert-Jan Henkes vertaalt hier een selectie (om mee te raspen, kraken, krassen, kwelen, mee te zingen, maar ook om te lezen, en je te laten meeslepen , niet alleen naar de krochten van de menselijke ziel, maar ook naar dat verre vreemde land – de Sovjet-Unie.

Het fragment hierboven is afkomstig uit het drie en een half pagina lange gedicht / brief / lied, getiteld: Brief aan de redactie van het tv-programma Overduidelijk Ongelofelijk, uit de psychiatrische kliniek Dymphna, en heb ik gekozen vanwege de psychiatrie, daar heb ik altijd een zwak voor.

 


 

vrijdag 16 januari 2026

Knak

Soms, als ik een ‘knak’ hoor,
komt Ken in mijn gedachten,
en hoor ik het knakken
van zijn knokkels
van al zijn vingers.

Ken knakte zijn knokkels
het liefst als hij naast je stond:
knak, knak, knak, knak
ging het dan, obsessief,
elke keer weer, linkerhand,
knak, knak, knak. 

Rechterhand, knak, knak, knak.
En ik bevroor dan altijd even
en telde het aantal knakken mee;
hoeveel moet hij nog,
wanneer is het voorbij
wanneer is hij klaar? 

En hoezo had hij niet door
dat deze compulsie niet voor
gezelschap bedoeld was?

Knak, knak, knak, knak
'Ben je er niet een vergeten?’
vroeg ik wel ‘ns, maar dan keek
Ken de knakker mij niet begrijpend aan,
en ging weer van knak, knak, knak.

Ken knakte al jaren zijn vingers
volgens dagelijkse routine, geen dag
zonder knak, en dat tien keer, in
gezelschap of niet, de dwang moest
bezworen, gehoorzaamd, knak, knak.
en werd daarom meewarig aangekeken.

Dus, jongens, meisjes, wees geen Ken.
Knak geen knokkels, wees geen rare knakker.


zondag 11 januari 2026

Sjroetsch, sjroetsch, sjritsch, sjritsch


Sjroetsch sjroetsch
Sjritsch sjritsch
Sratsch sratsch
Kloeng kloeng
Zoeng zoeng
Grietjs grietjs
Sjie sjie sjie sjie
Kratsch kratsch
Plok plok

Gratschsssssssss

De Singel was bevroren, de schaatsen konden van zolder.
Onder het bruggetje van het Vogeleiland door, en dan weer terug.
Maar ik zag tot mijn schrik, dat in het ijzer, het mes, van de linkerschaats een stuk ontbrak, er was een hapje uit, wanneer was dat gebeurd? (Maar wel een goed excuus om nieuwe schaatsen te kopen).

zaterdag 10 januari 2026

Trouw, verzetskrant


Vandaag, voor de derde keer op rij, lag er geen Trouw op de mat. 
Akkoord, er is vorst, er is kou, er ligt sneeuw er is gladheid, er is gevaar, maar.
Was Trouw vroeger geen verzetskrant? Een illegale krant die juist het gevaar opzocht, niet uit de weg ging? Die pal stond, principes had en vond dat een beetje risico erbij hoorde? 
Werd Trouw vroeger niet met gevaar voor eigen leven bezorgd? Wat nou, een beetje sneeuw? Wat nou, een paar graden vorst, wat nou, houten banden, wat nou nazi's, – de krant moet bezorgd.

😀 

Want heb ik jou in mij vergist?

Ik kwam een enorm geestig gedicht van Robbert-Jan Henkes (ja, die van Nachttrottoir) tegen op Ooteoote, ik schoot ervan in de lach. En, vervelend voor mijn omgeving: ik moet die leuke regel, die vondst, dat grapje, dan ook steeds herhalen: want heb ik jou in mij vergist? (jaha Michiel, nou weten we het wel). 

 (Klik hier voor het hele gedicht)

  

 Men heeft het altijd wel gewist:
het wordt steeds vroeger buiten
      – elke dag opnieuw weer niet –
want heb ik jou in mij vergist?
Het lijkt alleen nu nog met verdwijnverf te stuiten
      – maar niemand die het ziet.

vrijdag 9 januari 2026

ICE schiet dichter dood in Amerika

Minneapolis. De 37- jarige Renee Nicole Good  is afgelopen woensdag in haar auto doodgeschoten door de  Amerikaanse immigratiedienst ICE (Immigration and Customs Enforcement), die op illegalenjacht was, en drie kogels in haar hoofd schoot.

In 2020 won ze de prestigieuze Academy of  American Poets Prize met haar gedicht 

On Learning to Dissect Fetal Pigs:

i want back my rocking chairs, solipsist sunsets,

& coastal jungle sounds that are tercets from cicadas and pentameter from the hairy legs of cockroaches. 

i’ve donated bibles to thrift stores

(mashed them in plastic trash bags with an acidic himalayan salt lamp—

the post-baptism bibles, the ones plucked from street corners from the meaty hands of zealots, the dumbed-down, easy-to-read, parasitic kind):

remember more the slick rubber smell of high gloss biology textbook pictures; they burned the hairs inside my nostrils,

& salt & ink that rubbed off on my palms.

under clippings of the moon at two forty five AM I study&repeat

               ribosome
               endoplasmic—
               lactic acid
               stamen 

at the IHOP on the corner of powers and stetson hills—

i repeated & scribbled until it picked its way & stagnated somewhere i can’t point to anymore, maybe my gut—

maybe there in-between my pancreas & large intestine is the piddly brook of my soul.t’s the ruler by which i reduce all things now; hard-edged & splintering from knowledge that used to sit, a cloth against fevered forehead.

can i let them both be? this fickle faith and this college science that heckles from the back of the classroom 

               now i can’t believe—

               that the bible and qur’an and bhagavad gita are sliding long hairs behind my ear like mom used to & exhaling from their moths “make room for wonder”

all my understanding dribbles down the chin onto the chest & is summarized as:

life is merely
to ovum and sperm
and where those two meet
and how often and how well
and what dies there.