Vandaag ging ik naar Praamstra
(boekhandel hier ter stede, Deventer dat is, red.) om de dichtbundel ‘Oeverloos’
van Nisrine Mbarki Ben Ayad te kopen.
Ik wilde die bundel graag
lezen, en hebben, want Nisrine Mbarki Ben Ayad, is vanaf 1
februari onze nieuwe Dichter der Nederlanden, ze volgt dus Lieke Marsman op, en
ik kende haar niet. Dus kocht ik haar bundel, derde druk, 21,99 euro en een NRC,
4,70 euro, waarin een interview staat, niet helemaal toevallig, met haar. Dus,
ja, ik ben helemaal voorbereid nu, helemaal op de hoogte.
In Praamstra was het
nog wel zoeken waar haar bundel zou staan, want: waar eindigde de voornaam van
de dichteres en waar begon haar achternaam? Ze bleek bij de M te staan, naast Hanny
Michaelis. En op de voorkant van het boek heet ze: nisrine mbarki,
dat scheelt al de helft bij het uitspreken.
En om maar gelijk met een spoiler
alert te komen: de bundel en ik hebben samen een hele leuke tijd gehad.
Tuurlijk, we waren het niet altijd eens, maar dat hoort erbij, maar het is een
aan te raden bundel. Ook al meldde de boekhandel nog wel dat ik bofte met dit
exemplaar, want verder uitverkocht.
Op de achterkant van de
bundel staat als teaser een gedichtfragment: ‘terwijl de lynx zijn
weg na driehonderd jaar naar ons land heeft gevonden’.
Nou ben ik van het
factchecken. Maar Google kon dat niet bevestigen. Is de Lynx
in Nederland? Nee. Maar ja, wat weet zo’n zoekmachine nou van poëzie?
De bundel is (tevens)
opgedragen aan de aartsengel. Dat vond ik wel mooi.
De bundel opent gul met maar
liefst vier motto’s, waaronder één in het Arbisch. Ja, die kan ik dus niet
lezen, mekkerde een stemmetje ergens in
mijn hoofd. Maar. Achterin de bundel staat dat van al de niet Nederlandse
teksten in de bundel, een vertaling te vinden is op de website van nisrine
mbarki. Jammer wel dat dan het adres van de site niet vermeld staat. (En ik
begrijp dat dit probleem in 2022 ook al bekend was. Als de schrijver/dichter
geen moeite doet, waarom zou ik dat dan wel moeten doen? En er blijkt nu nog
steeds geen eigen website te bestaan).
Nisrine mbarki is deels opgegroeid in Nederland (Brabant) en Marokko.
En dat vind je terug in haar gedichten.
In het openingsgedicht van de
bundel beschrijft ze een zwart-wit foto van twee jonge mensen, begin jaren
zeventig die bij haar aan de muur hangt. Geliefden, die zullen reizen en
kinderen zullen krijgen. ‘ze heeft roodgelakte nagels’. Wat? Het was
toch een zwart-wit foto? Hoe kan ze dan weten dat – ah, het zijn haar ouders.
Ze heeft voorkennis, het zijn de nagels van haar moeder.
Het gedicht bestaat eigenlijk
uit drie verzen, en beschrijft een toch wel wat roerige en dramatische jeugd.
Niet altijd even leuk voor wie het betreft, maar het levert wel mooie gedichten
op.
Het titelgedicht Oeverloos,
bladzijde 27, kan ik hier wel publiceren, want dat zie ik ook op andere sites
overal opduiken
mijn
moeder treedt regelmatig buiten haar oevers
zoals jij ook doet
wanneer de weg van waterloop tussen hart en geest
wordt verduisterd
door nevel of kortsluiting
niet alleen in het regenseizoen
ook de zomer en de lente kennen hun abrupte wolkbreuken
razende moessons zelfs
mijn
broers graven diepe geulen om haar op te vangen
apathisch bewerkt mijn zus boomstammen met een scherpe bijl
en bouwt dammen
schoonzussen rapen hun kinderen bij elkaar en gillen stilletjes
daarna tillen zij hun jurken tot kniehoogte op
haar zussen sussen door de telefoon
zeven tegelijk in moedertaal
haar moeder gromt zacht en likt de waanzinnige wonden
die niemand ziet
terwijl mijn moeder meerdere vaders tegelijk hoort spreken
de
kleinkinderen proberen haar voor hun verjaardag uit te nodigen
maar oeverloos water kent geen kleinkinderen
regen
wordt verbannen
artsen verbieden het wateroppervlak te spiegelen
alle onheilspellende woorden die ze niet verstaan
gooien ze overboord
schaduw en droom worden uit het woordenboek geschrapt
over de grens gezet
met morfine worden magische wezens verdoofd
de
kracht van mijn moeder is ongekend en overstroomt spectaculair
het land
sleurt alles mee ondanks het leger maatregels van liefde
oevers
zijn niet voor dromers
het verstand zal zwijgplicht krijgen
in stilte verzuipen
wezens zullen
vrij zwemmen
wij zijn
water
wij
vrezen onszelf
En
de ellende werpt hier al zijn schaduw vooruit. Moeder heeft waarschijnlijk een
psychose. En ja, in het volgende gedicht, Antropoceen, staat: ondertussen laat ik mijn moeder op
de PAAZ opnemen.
Uit
het gedicht op bladzijde 32 noteerde ik nog een huiveringwekkende regel: kinderen
dopen hun brood in olijfolie en bleek.
(En
bij de kipgrillmachine staren lijmsnuivende jongetjes).
Valt
er ook nog wat te lachen in de bundel? Zeker. Op bladzijde 33:
Grootmoeders
zetten ongewenste kleinkinderen
discreet
bij het vuilnis.
De
jury die nisrine mbarki heeft uitgekozen als Dichter der Nederlanden,
maakte natuurlijk gewag van ‘verbinden’, uiteraard, zonder dat gaat er tegenwoordig niets meer.
De
bundel maakte nieuwsgierig naar meer, en het interview in de NRC ook.