Posts tonen met het label moeder. Alle posts tonen
Posts tonen met het label moeder. Alle posts tonen

dinsdag 29 oktober 2024

Eeuwigheid, hier komt mijn moeder aan

                  Voor mijn lieve moeder

     11 februari 1934  -  29 oktober 2024 


Eeuwigheid hier komt mijn moeder aan, wacht
even, heb geduld, wees aardig voor haar.
Ze is nieuw hier, kent de weg niet, help haar.
Haar tred is wankel, ondersteun haar, toe.

Eeuwigheid, wees hoffelijk, wees beleefd.
Mijn moeder is oud, broos en nu ook dood.
Ze sprak zinnen die dwarrelden als sneeuw.
Vrolijk strooigoed, confetti van woorden.

Dood, wees aardig tegen deze dame
die mijn moeder is. Want ik ben haar zoon.
Spreek wat Frans met haar, citeer een gedicht.
Haar geest vervliegt. Zij is, maar niet meer hier.

Dood, vraag haar over vroeger en moeder,
haar dochter, stil en koud van even zeven
maanden, en breng haar weer tot leven.
God, geef haar tijd om dat weer in te halen.

Dood, zij eindigt hier bij jou voor eeuwig.
En ik blijf achter, levenslang haar zoon.
Verlicht haar nog heel even voor ze in de nacht
verdwijnt, en dek haar zachtjes toe met vroeger.

                                

                                           

dinsdag 7 november 2023

Mijn moeder en de kaakchirurg

Was het een koortsdroom waarin ik, zittend in een golfkarretje
scheurde door de gangen van het labyrint, dat een
ziekenhuis bleek te zijn. Dat concludeerde ik nadat
ik verschillende groepjes witgejaste vrouwen was tegengekomen.
De chauffeur kende de weg, zette de shuttle in de
achteruit en zwenkte links, rechts, en rechtdoor
en hield halt waar we zijn moesten. (We hadden ons
eerst vergist: we stegen met de lift naar de bovenste
etage, daarna daalden we weer.) Mijn moeder bleek
de hoofdpersoon, het draaide hier om haar. Men kende
haar hier. Ze had een afspraak, ze werd verwacht. Men
vroeg wat haar wensen waren, men stelde haar op haar
gemak. Ik werd naar een stoel voor het publiek gedirigeerd.
En mijn moeder werd in het licht gezet. Mijn rol beperkte zich
tot bemoedigende woorden en het vasthouden van de hand.
En ik zag daar mijn moeder: met verdoofde kaken,
bloed werd uit haar mond gezogen, de tang trok een
kies en een stuk wortel dat was achtergebleven. Er werd
gewrikt, er was weerbarstig bot, er klonk akelig gekraak,
en mijn moeder gaf misschien een krimp of twee, maar
meer niet. Ze hield zich kranig bewonderenswaardig.
(Of moet dat andersom). Tussendoor was er wel pijn,
en gejammer, extra verdoving werd ingebracht door
de gemaskerden. Mijn dappere, onverschrokken,
lieve moeder doorstond de behandeling  met glans:
ze bleef de assistentes betitelen als ‘schatjes’.
We bestegen het golfkarretje weer, naar de uitgang.
We gingen de bocht om, mam, je lip is dik mam, en
je mond staat scheef, maar je lacht mam, je lacht.

(Maar naar de BeeGees, die gedurende de hele helse
behandeling door de behandelkamer pompten,
zal ik nooit meer neutraal kunnen luisteren).

 

vrijdag 12 mei 2023

Een moeder is een onmisbaar iets

Je was zomaar wat aan het grasduinen
op internet, tot je, ergens, stuitte op de zin:
‘een moeder is een onmisbaar iets’,
een open deur, niet iets dat je niet al wist,
zonder een moeder gaat het niet,
was je er niet, had je dit niet kunnen schrijven,
ook niet wat anders, want je was er niet.
Bij een moeder begint het. Immers.
Maar wat als de moeder eindigt,
dan komt de toekomst je tegemoet
en dan sta jij vooraan, en dan is er geen
moeder om je vast te houden, en te zeggen.

Moeders mogen niet dood, toch doen ze dat.
Waar kwam je vandaan? Waar moet je nu heen?
Je fietst nu alleen, zonder die hand
in je kraag, zonder haar woorden.
Je kijkt naar voren, want achter je
wordt langzaam je moeder gewist.

 

zondag 22 januari 2023

Ik heb nog steeds de anti-klimop

 Als mijn moeder aan het woord is, dan krijg je dit:

 ‘Die is groots, die is oud, die kan niet eens meer een krabbeltje zetten. Ik ben er ook zo, groot, o, wat is dit, dit is een hele lange. Ik zal ‘ns even van die dingen afkloppen, waar ben ik, wat een shotje, is helemaal goed, dat komt heel slecht bij mij uit ‘because I’m living in a world of fools’ eigenlijk wel, o wat goed zeg, mooi en heeft een vlies voor de ogen. Als Advent-kind, enorme kaduuk, hup, hier komt ie, deze is helemaal ongelofelijk, de stop moet je er ook instoppen, zij is zo bang voor alles, naar beneden, ze zijn allebei kapot, okay, dan moet je op het bovenste stulpje van je brandweer, helemaal te gek voor grootmoeder, ze gaat er zo helemaal aan vast, en dan ben je daar en dan heb je de noodzaak om te gillen, ik ga dat goed uitlekken, ik wil een stukje van de buitenbloem, je houdt ‘m gewoon voor je, bij welke dingen had ik op de grond, alle bossen, waar een waterpoeltje de achterkant had een heel goed programma, een meloentje, op het moment is het na geschopt, ik heb het aan de koning uitgelegd, ik heb ‘m op z’n allerlaagst gezet, punt, gebeurt niet meer.

Dit ding praat groter, dan is het die, er zijn zoveel grote dingen in onze levens, hij gaat sterk onder, je bent hexotheen. Nou ik ben vandaag behoorlijk van de planning, om drie uur was alles weg, alles, meteen. Toen heb ik nog een oefeningetje gegeven, toen was het strekje.

Ik heb nog steeds de anti-klimop. Deze is minstens leeg, je moet ze binnenboord zien te krijgen, niet laten zitten, ach, dan krijg je geen zin bij ons. Waarom zijn die kleine bloedpersjes zo intens? Dit is om te bekleden, de stakkertjes, wat doe je, dat is allemaal bekrapt, krijg ik notabene honderden psalmen achter je. Er zit weer een geelbek bij, om gek te worden, die is vast ook prijshoudend, Mozes en Aaron, misschien heeft hij dit al opgemaakt bij die rozende kapellen. Ik weet nog dat ik zo blij was om hondenleer te geven, de arbaters. Jullie hebben wel de grote lijnen getrokken voor de herberen. Zo, wat maak jij ervan, ik zou zeggen 8 kwadraat of 8 komma 5. Ik had altijd het idee dat ik zelf mijn handen in het orkest ging met tulpen, dan moest ik hier het frotje lijken te doen. Ik heb ze gezien, ze lagen allemaal op hun eigen kogel, heel bijzonder. Kijk, zo knappen ze zich op. Ik heb daar getreuzeld, als hij verder gaat in de telefonie, heeft hij zijn hoofd omgespit, met al die spullen erin. Het is juist goed dat een theezakje zich beschermt. Ze doen het niet voor mijn zegen, ze laten me gaan. Het moet in het glas vallen, het zit zo in elkaar. Denk maar, goed, ik zou het leren doen, dan ben ik niet bezig met kopen van zware schoenen.

Die uitzonderlijke bedragen beroeren elk hun pakken. Ze doen allemaal hun sloofjes. Ik ontmoette een melkje, niet gek. Als je je hoofd verkeerd op hebt, moet je Cheerio zeggen. Het is goed om te laten worden. Ik moet het maar op de grond gooien en alles gelijk maken voor je. Het is altijd nog mooi als je het weg poetst, dat zei de kokerellen-vrouw. Hij vecht op een heel moeilijke manier, ik ga een klein belletje proberen. Stel dat je gedoopt wordt door een dooploze Californier, je ziet ze wel ‘ns bij ons naar binnen lopen. Ik lees wel eens een Akkerse Kraal, maar dat doe je niet.'

dinsdag 27 juni 2017

Dat andere dorp, dat toch hetzelfde is

Mijn moeder weet dat er een dorp is waar ze ook woont.
Het is een eindje verderop, haar huis is daar. Aan die
andere kant, ze gebaart, daar waar het helder is.
Er is een weg die ik niet zie. Morgen wil ze daar naar toe.
Haar huis is daar, ja, hier ook wel, het lijkt erop,
hier staan haar meubels, en er zijn buren
die ze kent en waarover ze verhaalt, maar dat adres
verderop wacht op haar. Men weet niet waar ze blijft.
Ze moet erheen, in haar gedachten is ze er al. Ze kent
het daar, ze is er al eerder geweest. Haar kinderen
wachten  daar aan tafel. Er moet ergens een thuiskomst
voor haar zijn, in dat dorp daar ergens verderop,
dat ze kent, die straat, waar ook haar huis staat,
daar, ze wordt verwacht. Ze is die astronaut
die daar ongrijpbaar zweeft. Dat je dat niet begrijpt. 





dinsdag 18 oktober 2016

Vroeger

Vanmiddag bij mijn moeder geweest.
Ze weet nog veel van vroeger, en kwam
met een anekdote uit mijn kleutertijd.
Ze schonk me daarna thee met melk.

zaterdag 3 september 2016

Eerste kastanjes

Gisteren, amper september, de eerste kastanjes geraapt.
’s Avonds om negenen, de lamp al aangedaan.
Vanochtend, per ongeluk, mijn schoen
op een krekel gezet. Het was waarschijnlijk
de laatste: het werd stil in de tuin.

Bladeren kleuren in geel en rode tinten.
De zon jaagt het laatste zoet de druiven in.
Onrust kriebelt: er moet een bief geschreven, 
er wacht nog een gedicht, een boek moet uit. 
Er moet in huis worden geklust, er moet geïsoleerd.
Maar morgen wacht eerst, ze is al oud en vergeet
steeds meer, mijn moeder een bezoek.

dinsdag 26 januari 2016

Herinnering

Ik heb een herinnering, er is een foto van.
Ik loop met mijn vader op een landweg,
we hadden toen een hond en een Volvo katterug.
Ik heb een indianentooi. Mijn moeder draagt
een hippe jurk en lijkt op een filmster uit de sixties.
De foto is verkleurd en heeft een kartelrand.

Ik snij mezelf vandaag aan de foto,
ik bloed en voel een vertrouwde pijn.
Mijn moeder is het verleden vergeten,
en mijn vader komt niet meer op foto’s voor.

Ik heb een herinnering, maar die is gekleurd.
Er is een landweg waar een hond eindeloos holt.
Er glanst een rode ronde Volvo, er stapt een filmster uit.
Een man loopt met een jongetje in indianenpak.
Er klinkt gelach, er wordt gezwaaid naar de fotograaf.