Posts tonen met het label Alzheimer. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Alzheimer. Alle posts tonen

woensdag 26 april 2023

Jij bent niet je hoofd

Dan ben je al een beetje gewend, je rekent
jezelf inmiddels wel tot de gevorderden in de
omgang met dementerenden, in het bijzonder
je eigen moeder. Je weet wat je te wachten
staat als je op bezoek gaat: ‘bereid je maar weer
voor op een middagje onzin’, grapte je wel ‘ns
op de heenweg in de auto. De surrealistische
omgang met het woord, met alle woorden.
Woorden die als strooigoed, als confetti in
een doolhof van zinnen werden gestrooid.
Een kruiswoordpuzzel zonder nummering,
dat je denkt: moet dit hori- of vertikaal?
Maar je gaat mee. Je haakt aan. Woorden
zijn toevallig ook net jouw ding, je luistert,
je lacht, maar je corrigeert niet. Wel gloeit
er ineens een dolk van gloeiend staal door
je hart, en wordt alles zwart, als ze ineens
zegt, in een glimp van licht: ‘mijn hoofd is gek.’
En jij weet dan: ze weet het. Ze is zich het
bewust. Er zijn die woorden en zij is ergens
zelf daarbinnen, ingesponnen door Alzheimer.

Je vloekt een bitter woord. Je wenste haar
en tedere weg naar het eind, niet dit. Maar
jij bent niet je hoofd mam, jij bent niet je hoofd,
onthoud ik elke keer weer, jij bent niet je hoofd.

 

zondag 23 april 2023

Als je vroeger langs ging bij je moeder

Als je vroeger langs ging bij je moeder,
dan zag je in de keuken al de voorbereidingen
voor de avondmaaltijd gerangschikt: snijplank,
mes, prei, ui, paprika, wortel op het aanrecht. 

Er werd vooruit gedacht, er werd gepland, ingekocht
en al klaargelegd voor het bezoek van haar zoon.
Op tafel lag het cryptogram, helemaal ingevuld,
naast de detective – en de hond moest er ook nog uit.
En wat een gedoe met het CDA he? En had ik al
gehoord dat de buurvrouw, en wist ik al dat?

Mijn moeder heeft nu geen aanrecht meer,
en geen planning. Wel een mistig verleden,
en iets waar haar toekomst een leeg crypto is.

Wat gaf ik voor die keuken, die snijplank met
daarop mes, prei, ui, paprika en wortel,
en mijn moeder die vraagt: ‘kom je aan tafel?’

zondag 22 januari 2023

Ik heb nog steeds de anti-klimop

 Als mijn moeder aan het woord is, dan krijg je dit:

 ‘Die is groots, die is oud, die kan niet eens meer een krabbeltje zetten. Ik ben er ook zo, groot, o, wat is dit, dit is een hele lange. Ik zal ‘ns even van die dingen afkloppen, waar ben ik, wat een shotje, is helemaal goed, dat komt heel slecht bij mij uit ‘because I’m living in a world of fools’ eigenlijk wel, o wat goed zeg, mooi en heeft een vlies voor de ogen. Als Advent-kind, enorme kaduuk, hup, hier komt ie, deze is helemaal ongelofelijk, de stop moet je er ook instoppen, zij is zo bang voor alles, naar beneden, ze zijn allebei kapot, okay, dan moet je op het bovenste stulpje van je brandweer, helemaal te gek voor grootmoeder, ze gaat er zo helemaal aan vast, en dan ben je daar en dan heb je de noodzaak om te gillen, ik ga dat goed uitlekken, ik wil een stukje van de buitenbloem, je houdt ‘m gewoon voor je, bij welke dingen had ik op de grond, alle bossen, waar een waterpoeltje de achterkant had een heel goed programma, een meloentje, op het moment is het na geschopt, ik heb het aan de koning uitgelegd, ik heb ‘m op z’n allerlaagst gezet, punt, gebeurt niet meer.

Dit ding praat groter, dan is het die, er zijn zoveel grote dingen in onze levens, hij gaat sterk onder, je bent hexotheen. Nou ik ben vandaag behoorlijk van de planning, om drie uur was alles weg, alles, meteen. Toen heb ik nog een oefeningetje gegeven, toen was het strekje.

Ik heb nog steeds de anti-klimop. Deze is minstens leeg, je moet ze binnenboord zien te krijgen, niet laten zitten, ach, dan krijg je geen zin bij ons. Waarom zijn die kleine bloedpersjes zo intens? Dit is om te bekleden, de stakkertjes, wat doe je, dat is allemaal bekrapt, krijg ik notabene honderden psalmen achter je. Er zit weer een geelbek bij, om gek te worden, die is vast ook prijshoudend, Mozes en Aaron, misschien heeft hij dit al opgemaakt bij die rozende kapellen. Ik weet nog dat ik zo blij was om hondenleer te geven, de arbaters. Jullie hebben wel de grote lijnen getrokken voor de herberen. Zo, wat maak jij ervan, ik zou zeggen 8 kwadraat of 8 komma 5. Ik had altijd het idee dat ik zelf mijn handen in het orkest ging met tulpen, dan moest ik hier het frotje lijken te doen. Ik heb ze gezien, ze lagen allemaal op hun eigen kogel, heel bijzonder. Kijk, zo knappen ze zich op. Ik heb daar getreuzeld, als hij verder gaat in de telefonie, heeft hij zijn hoofd omgespit, met al die spullen erin. Het is juist goed dat een theezakje zich beschermt. Ze doen het niet voor mijn zegen, ze laten me gaan. Het moet in het glas vallen, het zit zo in elkaar. Denk maar, goed, ik zou het leren doen, dan ben ik niet bezig met kopen van zware schoenen.

Die uitzonderlijke bedragen beroeren elk hun pakken. Ze doen allemaal hun sloofjes. Ik ontmoette een melkje, niet gek. Als je je hoofd verkeerd op hebt, moet je Cheerio zeggen. Het is goed om te laten worden. Ik moet het maar op de grond gooien en alles gelijk maken voor je. Het is altijd nog mooi als je het weg poetst, dat zei de kokerellen-vrouw. Hij vecht op een heel moeilijke manier, ik ga een klein belletje proberen. Stel dat je gedoopt wordt door een dooploze Californier, je ziet ze wel ‘ns bij ons naar binnen lopen. Ik lees wel eens een Akkerse Kraal, maar dat doe je niet.'