maandag 20 april 2026

Diepenheim Kunstmoment 20ste editie

 


We gingen naar Diepenheim om daar het jaarlijkse Kunstmoment bij te wonen, de route te fietsen, de kunst te bekijken. En dus huurden we een huisje in het buitengebied, tussen Diepenheim en Gelselaar, en sjorden we de fietsen op de auto.

‘s Ochtends bij het vertrek was ik niet op mijn best: ik zat te veel in mijn hoofd en was veel te vroeg wakker, wat voor een nachtportier altijd een klein rampje is. Dus ik was niet in de meest relaxte chille mood toen we vertrokken.

Enfin. We kochten een gidsje van de expositie, haalden de fietsen van de auto en gingen over de lange oprijlaan naar kasteel Het Nijenhuis, om daar gelijk verrast te worden door misschien wel het beste wat op er op deze editie van Kunstmoment te zien is: de foto’s en werken van Jasper Abels in het Koetshuis.

Jasper Abels had met hulp van de Amersfoortse handwerkmeisjes, een complete set, een interieur, ingepakt in borduurwerk: een bijl, een hobbelpaard, een vaas, een etalagepop, een tafel met serviesgoed, de stoelen, de kopjes, de borden, de glazen, de muis op de vensterbank – alles. Het was adembenemend.

Op de tweede locatie op het kasteelterrein, de timmerwerkplaats, kocht ik een porseleinen maskertje. Ik werd aangestaard door een gezicht zonder ogen van kunstenares Winneth Sala. Het werkje moet nog z’n plek krijgen in mijn huis: waar moet die blik naar toe?

Het Kunstmoment van Diepenheim had dit jaar 48 locaties. Toen we maandag weer vertrokken, had ik er 47 van bezocht. (En nummer 48 zag ik via een schermpje).

Had ik al verteld dat ik deze kunstroute aflegde op mijn nieuwe (tweedehands) fiets, een steenrode Santos? En dat fietste heerlijk (sorry, goeie ouwe Giant Expedition, nu te koop bij De Lepra Stichting in Deventer). En, het is een fiets zonder batterij, ik vermeld het er maar bij.

Op de zolderverdieping van de Timmerwerkplaats, exposeerde Hugo Vernhout. Hij had zijn sup geëxposeerd. Waarmee hij al jarenlang vaart. En niet alleen zijn sup, maar ook de vaargeschiedenis bracht hij mee: hier lagen de ballen, groot, klein, oud, nieuw, vergaan, die hij al peddelende uit het water had gevist. Een waanzinnig gezicht. Het was moeilijk om hier je aandacht rustig te verdelen over wat je zag: tennisballen, voetballen, pingpongballen, volleyballen, basketbalballen, en dat in alle kleuren – alles kleefde om de sup heen.

Deze middag zagen we nog mooie kunst van Lotje de Lussanet, Judith Veldhoen, Floor Spigt, Daisy Kimman, Yolanda van Dongen, Nelleke Huissen, Richard van der Galien, Leontien Kurpershoek en Ruud Koenders.

‘s Avonds aten we in het restaurant bij de watermolen: Den Haller. En de ontspanning daalde langzaam in mij neer en nam bezit van mij. En hoorde ik daar ook niet de heggemus?

Terug bij het natuurhuisje, hoorde je de eenden kwaken en plonzen, de vogels twitteren en de zon scheen.

(Wat je wel een beetje zorgen baarde: in het weiland, en het was nogal een groot grasland, tegenover het huisje, zat in z’n eentje een zwaan. Zonder zijn of haar partner, metgezel? Dit ene witte watje in het weiland deed haast pijn, want eenzaamheid werd zelden prangender verbeeld).

Op dag twee zagen we collages in een serre, een paard in een huiskamer, en de schepping in een schuur. En we fietsten heerlijk over de onverharde wegen. Maar, even onder ons, de sensatie van de eerste dag, het gevoel van verrukking van gisteren, nee, dat was afwezig en liet zich deze dag niet mee zien.

Lag dat aan ons, of lag dat aan de kunstwerken?

Bij restaurant De Viersprong at ik deze avond de forel, net als verleden jaar. En dat gaat hier dus in alle rust: er klinkt geen muziek door de ruimte.

En de zwaan lichtte wit op in het weiland.

Op dag drie, de laatste dag kwamen we nog een aangename verrassing tegen: klei, gebakken klei. Dat was het werk van Cecil Kemperink. Het leuke is: haar werk siert de voorkant van het gidsje, maar ik had eigenlijk geen idee wat ik daar zag. Dat blijken dus gebakken ringen van klei te zijn. Met bewonderingswaardig geduld en precisie door Cecile in elkaar gezet te zijn. Kettingen van klei, hangers van klei, gordijntjes van klei. En, weer wat geleerd die dag: klei is helemaal niet zo kwetsbaar. Je kunt zo’n ketting van klei gewoon oppakken en laten ritselen, rammelen en ruisen. Geen paniek, er gebeurt niets mee, ik hoef niet steeds te denken, pas op nou, zo meteen gaat het stuk, het blijft intact.

Joep van Lieshout was deze editie vertegenwoordigd met drie ruimtelijke werken, allemaal van polyester: de haan bij kasteel Westerflier, de industriële hamer bij kasteel Nijenhuis en de darm, waar je in kon, bij Herberg de Pol.

Nou wil het dat wij, het was 13 maart 2020, overnacht hebben in een kunstwerk, in een grote polyester darm van Van Lieshout. En dat was op het terrein van de Verbeke Foundation, Vlaanderen. Ik weet dat nog zo precies, omdat de dag erna de Corona restricties in gingen. Net op tijd uit de darm weg. 

Maar hier, in Diepenheim, kwamen de beelden me nogal lomp over, weinig finesses, niet echt mooie kleuren, geen aantrekkelijk materiaal. Beetje goedkoop ook.

In de kelder van BasementPress had ik haast nog een print van een uitgebloeide paardenbloem gekocht. De eindigheid in zwart wit verbeeld. Prachtig werk. En er was een indringende prent die een vluchtelingenkamp verbeeldde die mijn aandacht trok. Maar ik heb ze beiden laten liggen, sorry. Krijg ik vast spijt van.

Diepenheim sloten we af met asperges bij Irma’s tegenover het pand van Janna.

De zwaan zat toen we ’s avonds afsloegen naar ons huisje, als een witte stip alleen in het weiland.

 

maandag 13 april 2026

De ondraaglijke zwaarte van het bestaan


Je las enkele gedichten van wat jonge dichters.
Hun onderwerpen waren zwaar. Je las over Stalin,
Oekraïne, Gaza, hongersnood, wreedheid en
dat alles opraakt en dat iedereen dood gaat.

Nou leeft een dichter natuurlijk van vergeefsheid,
het leed van de wereld en verbroken liefdes.
Maar je gunde en wenste ze toch wat lichtheid:
liep er niet net nog een Downie met een medaille
door de straat die een liedje zong? Nou dan.

zondag 12 april 2026

Pover en schamel

 


We hebben gisteren de Kunstwandelroute Kunst buiten Huis Bergh te ‘s-Heerenberg gelopen. Verleden jaar hebben we deze kunstroute ook bezocht, en misschien moet ik niet te snel oordelen, maar ik denk niet dat we een derde keer de kunst op dit landgoed gaan bekijken.

En datzelfde geldt dan ook voor het Rondje Kunst in Hummelo, dat we aansluitend liepen, net als verleden jaar, ook dit evenement zullen we niet meer opnemen in onze agenda.

En dat is eigenlijk wel jammer, want we besloten gisteren de dag wel met een erg goede maaltijd (ik had de eend) in De Gouden Karper. Ik zal dat restaurant, en dat terras wel gaan missen.

Om even met de goede dingen te beginnen: het was droog gisteren, voor een wandeling in het bos en dorp altijd prettig als het niet regent. En de schildpadden Kiki en haar maatje, lagen nog steeds in de zon aan de oever van de slotgracht van Huis Bergh. En wat waren er een boel bloemen te zien in het bos: Pinksterbloem, Paardenbloem, gele en witte Dovenetel en niet te vergeten de Bosanemoon.

En de wal die zich om het Huis Bergh heen buigt, is toch wel een van de meest schilderachtige dijkjes waar ik ooit overheen gelopen ben: gespleten bomen, holle bomen, kromgetrokken van geschiedenis.

Maar dan de kunst. Op de route in het park waren op 31 locaties kunstwerken te zien. En eigenlijk vond ik er maar twee of vooruit, drie de moeite waard.

En ik ga hier nu ook niet zeggen welke kunstwerken dat dan waren, dat vind dan weer zo sneu voor die andere 29 kunstenaars,

En het Rondje Kunst van Hummelo? Daar is het woord ‘pover’ precies op zijn plek. Men wil wat, dat is mooi natuurlijk, maar wat er aangeboden wordt, dat is wel erg schamel. 

Maar zoals gezegd, wat een heerlijke plek is De Gouden Karper

  

zaterdag 11 april 2026

De beheerder van de fietsenstalling aan het Lamme van Dieseplein keek niet op

 


De beheerder van de fietsenstalling aan het Lamme van Dieseplein keek niet op toen ik met mijn fiets langs kwam. Toen ik later mijn fiets weer kwam ophalen, gaf hij nog steeds geen sjoege, geen groet, geen blik, niets. Hij had zijn blik naar beneden gericht: hij las. Ik groette wel, hij keek op, en ik vroeg wat hij las. Hij hield het boek omhoog. Ik kende dat boek, De grote zwaaier van Marten Heijs. Er stond een opdracht voorin. ‘Ja, ik ken dat boek’, zei ik, 'goed boek, wel vind ik de regelafstand wat groot. Maar wat schijft hij mooi ?’

De beheerder had zijn blik alweer naar het boek gericht. Ik deed mijn fiets van het slot, dat ging zoals altijd gepaard met een harde metalen, zwiepende knal, maar de beheerder hoorde het niet, hij keek niet op.

 

donderdag 9 april 2026

Grote vlucht

Daar stond je dan, op de luchthaven, vertrektijd,
Gate zoveel, maar niet de A-pier, want die zou teveel
op de E-pier lijken, tenminste, alstie uitgesproken
zou worden. Er was wel meer gaande, en omdat
je hoofd toch omliep: de I en de J en de K en L gate
vond je hier ook nog niet, je hyperventileerde
net niet, maar ondanks je vakantie die in de lucht hing,
had je een angst voor alles, het leven,
de letters van het alfabet, je zekerheden,
je kende jezelf, die Boeing, Airbus daar, je toekomst,
alles dat een grote vlucht kon nemen,

maandag 6 april 2026

De Donkere Kant van de Maan

  

And if the dam breaks open many years too soon
And if there is no room upon the hill
And if your head explodes with dark forbiddings too
I’ll see you on the dark side of the moon

Fagment uit Braindamagekant twee, een-na-laatste nummer. 

zondag 5 april 2026

Paasbrocante bezocht, Jezus gekocht

 

 

Een wat aandoelijk werkje, (17 centimeter hoog, tien euro, de naam van de maker ontbreekt), de spijkers zitten naast de handen en voeten, en Christus lijkt het zelf ook allemaal even niet te weten.

zaterdag 4 april 2026

Pinguin radio world, voor de variatie

Als je een beetje vast zit in je dagelijkse, wekelijkse routine, ook qua muziek, en het is allemaal een beetje vlak om je heen, beetje grijs, weinig vrolijkheid te bekennen, en steeds begint alles om je heen met diezelfde vierkwartsmaat, en, bovendien, je kent de meeste nummers al die je hoort, been there, heard it, dan is het misschien een idee om af en toe ‘ns een middagje, of avondje te luisteren naar pinquinradio/world, om daar verrast te worden door muziek uit Japan, Afrika, Zuid - Amerika, CaraïbenBalkan, Baltisch of Iers – en dan vrolijk en opgefrist door nieuwe ritmes, door onbekende zang, de dag, of de nacht in te gaan.

vrijdag 3 april 2026

donderdag 2 april 2026

Tuincentrum Osdorp verhuist

  


Je omschreef het toen zo Menno, ieder z’n eigen hel:
door de week  het werk, dat je inmiddels wel wist.
En dan zondag naar dat tuincentrum rijden, Osdorp
om daar met een winkelkar tussen de gieters,
de stenen tuinbeelden, de vazen die op urnen leken,
de kikkers, de flamingo’s en eenden van plastic,
de zakken grind, de regentonnen, de tuinafscheidingen,
bloempotten, barbecues, de zakjes zaad, de lampen,
lifestyle-artikelen, parasols en tuingereedschap,
naar de geraniums, de vaste planten en de heesters
te gaan, waarbij onderweg de lucht van de frituur,
vet de ramen van de kas bedroop, je zat hier precies
in het vacuüm tussen Kerstshow en Paasversiering.
Was het hier dat je zag dat er een plant bevoeld werd?
De troosteloosheid benam je als een warme damp
haast de adem in deze hof van heden, de tuinslang
wachtte opgerold aan de wand. De terugreis naar
huis wachtte, benevens morgen de werkweek, maar
eerst moest je langs de kassa, niets was gratis hier
in dit leven, een verhuizing loste niets op, volgend
jaar stond je met je kar op het nieuwe adres,
of anders had je, misschien, een rouwboeket op je buik.

 

woensdag 1 april 2026

Houdbaar tot 7 augustus 2018

 

Ik schudde vandaag een pak volkoren tarwebloem, biologisch, houdbaarheidsdatum 07-08-2018, oeps, leeg in de groenbak.