woensdag 30 mei 2018

Je aanwezigheid hier is leuk, geeft je misschien zin


Je aanwezigheid hier is leuk, geeft je misschien zin:
jij vermaakt je wel, we zien je daar op het terras,
omringd door vrienden, collega’s, kennissen – wat zijn het?
Je ontmoet je grote liefde, alles is vanaf daar in de Gloria.
je maakt een kind, of misschien twee. Je begint een bedrijf -
dat je opslokt. Dit is wat je wilt. Je loopt de Marathon.
Je zweet, je hijgt, je klokt – je finisht. Je ontvangt felicitaties.
Maar de wereld draait morgen zonder dit gedoe ook door,
gewoon, weer, hetzelfde rondje. Echt onmisbaar ben je niet,
hier worden andere eindtijden gehanteerd – kosmische, definitieve.
Dat je hier bent is leuk, maar niet echt noodzakelijk.
We redden het hier ook wel zonder jouw aanwezigheid.
Wat waren je plannen nou helemaal ongeveer?
Je had je keuze al gemaakt, toch? Iets met ambitie
en vast ook reizen en groter wonen. En ook een ideaal.
Wat was het, erfgoed, dieren, handicaps en iets ver weg?
Je wilde iets blijvends achterlaten, een gebaar, een woord
een voetafdruk  in het zand. Je wilde je herinnerd weten,
kleinkinderen, een stichting, je had eigenlijk geen idee.
De boel blijft echt wel draaiende, nieuwe rondes,
nieuwe mensen. Echt, missen is een heel groot woord.
Er wordt gespeecht als je overlijdt, vast. Mooie woorden,
muziek, tranen, de hele rataplan. Maar, je wist het al bij je begin:
je aanwezigheid hier is leuk, geeft je misschien zin,
maar voor jou een ander. Beginnen we hier gewoon opnieuw.
’s Nachts lig je wakker, je hoort je hart, je weet je tijd is op.



dinsdag 29 mei 2018

Hij had een raam, een uitzicht op de wereld


Hij had een raam, een uitzicht op de wereld.
Hij had een stoel, twee stoelen, en een tafel,
en een boek. Verder keek hij naar de vogels.
Hij had een fiets, net vanmiddag schoon gepoetst,
het was dan net alsof de dag dan zelf ook meer glom.
Hij had het gras gemaaid, het beddengoed gewassen:
het hing te drogen in de zon en in de wind.
Hij had zijn kleren strak gestreken.
Hij had nieuwe planten gekocht met mooie kleuren.
Hij had de ramen gelapt, hij had gedweild en stof gezogen.
Hij had de Goldbergvariaties van Bach opgezet.
Daarna stond hij uren in de keuken. Alle gangen
waren goed doordacht, geproefd en klaar.
Hij had uitzicht op de dijk, die keek hij eindeloos af.
Maar de vrouw die hij verwachtte,
hij had toch zijn best gedaan, zag hij niet.
Hij had zijn raam, een uitzicht op de wereld.
Hij had zijn eindeloze dijk, hij had een stoel
en een tafel en een uitzicht. Hij had de tijd.




dinsdag 8 mei 2018

Met dank aan Hans Lodeizen


Hij had alle vormen van verdriet verdronken met negeren,
grootspraak, drank en nacht, wegkijken, uitputting,
vrouwen en literatuur.
Maar angst, groot, donker en dreigend
tikte hem bij de garderobe op zijn schouder:
of deze zwarte lange mantel van hem was.