woensdag 19 juni 2013

Opwaaiende Zomerjurk

Voor het opwaaien van
een zomerjurk is nodig
een jurk en een zwoel briesje. 

Voor het opwaaien van
een zomerjurk is nodig,
een zomerbriesje en een meisje dat
bereid is om verrast te schrikken. 

En een jongen die dit ziet.
Dat meisje en haar zomerjurk
die opwaait. En verder niets.

maandag 17 juni 2013

Veenstra's Nougat Montelimar

De kraam is gesloten
maar niet helemaal dicht:
door een kier schijnt nog wat licht.
Het park is stil, laatste pleisterplaats
voor de spooronderdoorgang, de stad uit.
Weg van de kermis en het gedruis.
De luifel is neer, de luiken worden gesloten.
Daarachter de nougat en de kaneelstok.
Het licht gaat uit, het zoet is hier stil.
De BTW wordt geteld. Het is genoeg.
De regen valt gestaag. Klaar voor vertrek.
Er is geen rust, morgen wacht Enkhuizen

maandag 3 juni 2013

Platte poëzie - een 'bijna ready made'

 'Op de poëzie van Ida Gerhardt,
(1905-1997) valt nog wel wat af te dingen.'
Classicus, dichter en criticus
Piet Gerbrandy, wilde het toch maar
eens gezegd hebben.
Op verzoek van het Ida Gerhardt Genootschap
hield hij een lezing.
Gebrandy bleek zo weinig geporteerd
van het werk van de nog altijd zeer geliefde,
en veelgelezen dichteres,
dat hij door zijn gehoor bijna gelyncht werd.
 
'Hoe vaker ik haar bundel "Het Veerhuis" las,
hoe agressiever ik werd'.  Aldus Piet Gerbrandy.
'Het is zelfingenomen, platte poëzie
van iemand die vervuld is van haar talent,
en daar de hele tijd over praat, zonder dat
verder uit die bundel dat talent blijkt.'
 
'Literatuur gaat over wat het betekent om
de menselijke existentie te verduren.
En daar zit het probleem:
Gerhardt ontloopt de existentiële problemen,
door het alleen te hebben
over het feit dat ze in staat is over
die existentiële dingen te praten,
wat ze vervolgens niet doet!'
 

De originele tekst stond in Trouw Letter & Geest 1 juni 2013:

Platte poëzie

ALLY SMID − 01/06/13, 00:00

Classicus, dichter en criticus Piet Gerbrandy wilde het toch maar eens gezegd hebben. Op de poëzie van Ida Gerhardt valt wel wat af te dingen. Afgelopen najaar hield hij op verzoek van het Ida Gerhardt Genootschap een lezing die nu is afgedrukt in het jongste nummer van Schriftuur, het blad van de club. Gerbrandy bleek zo weinig geporteerd van het werk van de nog altijd zeer geliefde en veelgelezen dichteres Gerhardt (1905-1997) dat zijn gehoor hem bijna te na kwam. "Ik werd bijna gelyncht", aldus Gerbrandy. In het VPRO-radioprogramma 'Brands met Boeken' deed hij er vorige week nog een schepje bovenop: "Hoe vaker ik haar bundel 'Het veerhuis' las, hoe agressiever ik werd. Het is zelfingenomen platte poëzie, van iemand die vervuld is van haar talent en daar de hele tijd over praat zonder dat verder uit die bundel dat talent ook blijkt. Literatuur gaat over wat het betekent om de menselijke existentie te verduren en daar zit het probleem: Gerhardt ontloopt de existentiële problemen door het alleen maar te hebben over het feit dat ze in staat is over die existentiële dingen te praten, wat ze vervolgens niet doet!"