zaterdag 21 januari 2017

Goede manieren


Robert Anker. Ik las je bundel ‘Goede manieren’ in de zomer, zitten op een kademuurtje langs de Rijn. Zevenentwintig jaar geleden alweer? De titel alleen al vond ik geweldig. En wat leefde ik mee met de held van dit episodische gedicht: Van Beek. Wat was ik weg van hem. Die zomerdag op dat muurtje langs de Rijn met Van Beek in die langwerpige bundel. Van Beek in zijn auto op de ringweg, waar ging hij heen, wie bezocht hij. Wat gebeurde er met hem, wat dacht Van Beek? Hij reed zo zijn verleden in, een halte, die ik als nostalgicus, wel waarderen kon.  En nu ben je dood. Van Beek leeft nog, ik heb hem net weer uit de kast gepakt. Daar rijdt hij weer, in  ‘Goede manieren’.  Maar jij, zijn schepper, bent dood. Wie stuurt Van Beek nu naar zijn lot? Wie schrijft nu al die mooie zinnen voor hem waarin hij wonen moet? Dit is het antwoordapparaat van uw dichter. De dichter slaapt en kan u niet derhalve maar…

Bij de dood van Robert Anker

zaterdag 7 januari 2017

De dienst begint

De dienst begint, je schuift zachtjes aan, een knik, je groet een vaag bekend gezicht. Muziek klinkt uit de hoeken, er wordt nog wat gekucht. Het gedicht, gelezen door je zus, ken je, je zet je alvast schrap. Je houdt je ogen droog. De foto die door de beamer op de muur wordt gezet, blijkt het allerlaatste portret. De karakterschets, je broer is nu aan het woord, van je is pijnlijk nauwgezet. De herinnering die wordt opgehaald ken je, je was erbij. Het koor zet nu een psalm in dat je aan vroeger denken doet. Je voelt wat, maar je weet niet precies wat je nu voelen moet. Je leest de tekst van het papier, je zingt wat flarden mee. Het brengt je geen troost, wat had je verwacht? De mensen staan op en vormen een stoet die naar buiten gaat, jouw kist achterna. Ik blijf nog even zitten en denk dat ik je gezicht zie in de nerven van de bank.

donderdag 5 januari 2017

Utopie

Kunnen we niet overnieuw beginnen?
Maar dan goed? We weten nu hoe het niet moet.
Kunnen we niet overnieuw beginnen?
Laten we de fouten dit keer achterwege.
Maken we nu alleen de goede keuzes.
Laten we gewoon opnieuw beginnen.
Dan wordt het vast wel goed.

Dan praten we voortaan ruzies gewoon rustig uit.
En worden we niet meer onredelijk en boos verhit.
En liggen we ook niet meer wrokkig wakker.
En hebben we voortaan geen spijt meer daarvan.
.
Ik vond je toch lief, ik vond je toch aardig, ik hield toch van je?
Waar is het misgegaan schatje, wat is er fout gegaan liefje?
Hoe zijn we in godsnaam hier beland? Dit heb ik toen niet gewild.
Ik wilde met je naar de horizon, ik liet je nooit meer los.
Jij was toch mijn alles? Ik zou toch  sterren plukken voor jou?
Waarom ben je nu dan zo ver weg?
Waarom ben je nu in je eentje aan de horizon?
Wat is er gebeurd tussen mij en tussen jou?

Kunnen we niet overnieuw beginnen,
en die pijn en harde woorden overslaan?
Dan verlaat ik mijn halsstarrige gelijk
en dan verlaat jij jouw zwijgen.
Kunnen we niet opnieuw beginnen,
dit is toch niet zoals het moet?
Het lag aan de omstandigheden, het lag aan de anderen,
vast, het lag niet aan mij en ook niet aan jou.
Kunnen we niet wissen wat we willen missen?
Kunnen we niet opnieuw ons eigen paradijsje scheppen?

maandag 2 januari 2017

Ze kwam binnen en dronk een blikje Red Bull

Ze dronk een blikje Red Bull als ontbijt.
Ze was erg dun maar ze was ook erg aardig.
Ze had geen last van een ochtendhumeur.
Het was haar gewoonte, dat blikje Red Bull.
Ik zou er nog meer leren kennen.
Ze peuterde mijn ooghoeken schoon,
Ze bakte pannenkoeken, voor mij dan,
zij had genoeg aan haar blikje energydrank.

Zij begon altijd d’r haar woest te fatsoeneren:
elastiekje los, krabben, woelen, harken, buigen
en zwaaien, borstelen en weer bij mekaar binden.
En dat alles zonder spiegel, maar met grijns naar mij.

Ze had zo d’r gewoontes, kwam je liever niet tussen.
Ze hield een kasboek bij, ze sliep zonder kussen.
Ze speelde piano, orgel en harmonium, d’r vingers
stonden er helemaal naar. Ook schilderde ze.
Maar exposeren deed ze niet,
alleen ik mocht haar doeken zien.
Ze had ook geacteerd in een film. Maar daar was
het bij gebleven. En ze was te horen in
een koortje op een plaat. Haar cv was divers.

Ze had altijd grootse plannen, met veel verhalen
daarover, maar daar bleef het ook altijd bij. Iedereen
wist dat inmiddels wel, dat het enkel woorden waren,
en dat het bij die plannen zou blijven, maar zij geloofde
er nog in, tegen de klippen op. Ze zou eens –
Ze zou eens, wacht maar, ze moest eerst nog dit….
wacht nog even, ze moest nog eerst dat…

 

donderdag 22 december 2016

Een eigen mening

Dat nieuwe boek van die schrijver…
Dat stilistisch het ene pareltje aan het andere rijgt.
Ja?
Dat boek dat overal zo bejubeld wordt.
Dat boek dat zoveel positieve recensies krijgt.
Dat in haast elke tv- praatprogramma genoemd wordt.
Dat boek dat in elk jaarlijstje staat.
Ja?
Dat vergeleken werd met meesterwerken.
Dat zo geroemd wordt om de dialogen.
Dat zo sterk is vanwege de plot.
Ja?
Dat zo sterk de tijdgeest weerspiegelt.
Dat boek dat iedereen op vakantie meeneemt.
Dat boek waar iedereen zo mee wegloopt.
Ja?
Nou, ik vind er helemaal niks an.

woensdag 21 december 2016

Oudjaar


‘s Middags stond je nog in de rij bij de deurpost, daar werden met potlood de groeistreepjes boven ons hoofd gezet. Het waren hele ladders inmiddels. ’s  Avonds keek je met je broers naar de zelf opgenomen super-8 films. Je vader bediende de projector, spoelde de films aan het eind weer terug. En soms draaide hij tussendoor een stukje film terug, voor het effect. De huiskamer was donker, je hoorde het ratelen van de spoelen, en het zoemen van de projector. Je keek naar wat was vastgelegd, wat was geweest. Stofjes dansten in de lichtbundel. Buiten klonk er al geknal. Je kon niet wachten toen. Nu denk je aan wat is geweest en soms hoor je de projector nog ratelen in je hoofd, je ziet je moeder zwaaien in een sneeuwdecor, maar de film wordt nu enkel teruggedraaid. En je kijkt tegen een lege deurpost aan.