Posts tonen met het label voorbij. Alle posts tonen
Posts tonen met het label voorbij. Alle posts tonen

donderdag 5 januari 2017

Utopie

Kunnen we niet overnieuw beginnen?
Maar dan goed? We weten nu hoe het niet moet.
Kunnen we niet overnieuw beginnen?
Laten we de fouten dit keer achterwege.
Maken we nu alleen de goede keuzes.
Laten we gewoon opnieuw beginnen.
Dan wordt het vast wel goed.

Dan praten we voortaan ruzies gewoon rustig uit.
En worden we niet meer onredelijk en boos verhit.
En liggen we ook niet meer wrokkig wakker.
En hebben we voortaan geen spijt meer daarvan.
.
Ik vond je toch lief, ik vond je toch aardig, ik hield toch van je?
Waar is het misgegaan schatje, wat is er fout gegaan liefje?
Hoe zijn we in godsnaam hier beland? Dit heb ik toen niet gewild.
Ik wilde met je naar de horizon, ik liet je nooit meer los.
Jij was toch mijn alles? Ik zou toch  sterren plukken voor jou?
Waarom ben je nu dan zo ver weg?
Waarom ben je nu in je eentje aan de horizon?
Wat is er gebeurd tussen mij en tussen jou?

Kunnen we niet overnieuw beginnen,
en die pijn en harde woorden overslaan?
Dan verlaat ik mijn halsstarrige gelijk
en dan verlaat jij jouw zwijgen.
Kunnen we niet opnieuw beginnen,
dit is toch niet zoals het moet?
Het lag aan de omstandigheden, het lag aan de anderen,
vast, het lag niet aan mij en ook niet aan jou.
Kunnen we niet wissen wat we willen missen?
Kunnen we niet opnieuw ons eigen paradijsje scheppen?

woensdag 6 juli 2016

Ik ben van de oppervlakkige contacten

Ik ben van de oppervlakkige contacten,
niet van die diepgaande, ik ben van het vluchtige,
ik hou afstand, ik kom niet dichtbij.
Mij moet je niet hebben voor het duurzame, de lange baan.
Ik wijs ernaar, ik raak het even aan –
maar ik hou afstand, ik ben van het voorbijgaan.
Ik blijf een kennis, sluit geen vriendschap.
Ik blijf niet te peilen, ik blijf die vage gast
Ik ben de man tegen wie je praat, in de trein,
In de wachtkamer, langs de lijn.
Ik ben biechtvader, klaagmuur tegelijk.
Ik ben een spiegel, een bodemloze put.
Ik ben de taxichauffeur, ik ben de invalkracht,
ik ben die collega van die andere afdeling.
Ik ben die barman, ik ben die nachtportier.
Ik ben van dat praatje op die ouderavond.
Ik was dat, op dat feest, om drie uur ’s nachts,
toen je het over je ex had. En ik was dat,
toen je het, nog later, over je jeugd had.
Ik sta op zaterdag naast je langs de lijn.
Ik hoor het aan, ik knik, ik herhaal een woord.
Mijn mimiek is in orde. Ik lach en schud een hand.
En beloof tot ziens. Maar ik hou afstand,
Ik kom niet dichtbij. Ik trek me terug.
Ik zou het soms graag anders zien,
maar dit is wat ik ben, ik ben van het voorbij.