maandag 3 juni 2013

Platte poëzie - een 'bijna ready made'

 'Op de poëzie van Ida Gerhardt,
(1905-1997) valt nog wel wat af te dingen.'
Classicus, dichter en criticus
Piet Gerbrandy, wilde het toch maar
eens gezegd hebben.
Op verzoek van het Ida Gerhardt Genootschap
hield hij een lezing.
Gebrandy bleek zo weinig geporteerd
van het werk van de nog altijd zeer geliefde,
en veelgelezen dichteres,
dat hij door zijn gehoor bijna gelyncht werd.
 
'Hoe vaker ik haar bundel "Het Veerhuis" las,
hoe agressiever ik werd'.  Aldus Piet Gerbrandy.
'Het is zelfingenomen, platte poëzie
van iemand die vervuld is van haar talent,
en daar de hele tijd over praat, zonder dat
verder uit die bundel dat talent blijkt.'
 
'Literatuur gaat over wat het betekent om
de menselijke existentie te verduren.
En daar zit het probleem:
Gerhardt ontloopt de existentiële problemen,
door het alleen te hebben
over het feit dat ze in staat is over
die existentiële dingen te praten,
wat ze vervolgens niet doet!'
 

De originele tekst stond in Trouw Letter & Geest 1 juni 2013:

Platte poëzie

ALLY SMID − 01/06/13, 00:00

Classicus, dichter en criticus Piet Gerbrandy wilde het toch maar eens gezegd hebben. Op de poëzie van Ida Gerhardt valt wel wat af te dingen. Afgelopen najaar hield hij op verzoek van het Ida Gerhardt Genootschap een lezing die nu is afgedrukt in het jongste nummer van Schriftuur, het blad van de club. Gerbrandy bleek zo weinig geporteerd van het werk van de nog altijd zeer geliefde en veelgelezen dichteres Gerhardt (1905-1997) dat zijn gehoor hem bijna te na kwam. "Ik werd bijna gelyncht", aldus Gerbrandy. In het VPRO-radioprogramma 'Brands met Boeken' deed hij er vorige week nog een schepje bovenop: "Hoe vaker ik haar bundel 'Het veerhuis' las, hoe agressiever ik werd. Het is zelfingenomen platte poëzie, van iemand die vervuld is van haar talent en daar de hele tijd over praat zonder dat verder uit die bundel dat talent ook blijkt. Literatuur gaat over wat het betekent om de menselijke existentie te verduren en daar zit het probleem: Gerhardt ontloopt de existentiële problemen door het alleen maar te hebben over het feit dat ze in staat is over die existentiële dingen te praten, wat ze vervolgens niet doet!"

 

woensdag 22 mei 2013

Het kanaal

Het kanaal is enkel recht,
heeft geen begin en ook geen eind.
Loodrecht de beschoeiing,
peilloos en donker het water. 

Je fietste langs dat gestrekt kanaal,
jaar na jaar naar school.
Je kende de heen- en terugweg:
het kanaal heeft geen begin of eind. 

De wind blaast over het vlakte.
Je buigt je krom over het stuur
De populieren bieden geen beschutting.
Het water ruikt naar dode vis. 

Het veen trekt en zuigt.
Het land zakt langzaam weg.
Je ruikt de carboleum van de dukdalf,
die ene keer dat de zon erop schijnt. 

De brugwachter laat de bomen neer.
De boot trekt een tijdelijk spoor.
Je hoort het geklots en gekabbel
Je wacht, het leven trekt voorbij.

zondag 19 mei 2013

De Kat van Toko Kim Lan

Ik zie U elke nacht,
Gij zetelt aan de andere zijde,
slechts gescheiden door straat
en twee maal vensterglas.
's Nachts wenkt U mij,
baken in de eeuwige duisternis
tussen de shampoo, de waaiers en de mie. 

Uw troon is hoog achter de etalageruit,
boven de potjes met het vreemde etiket.
U glimt en glinstert in het duister.
Open ik  het gordijn omdat ik u dan zoek,
dan wenkt u, verheven boven het daagse van
de vijzel en de kommetjes en al het bamboespul
en de reclame voor goedkoop bellen naar Somaliland. 

Kat van Kim Lan, van schemer tot
het zwartst van de nacht,
Uw wenken begeleidde me al die tijden.
Nu bent U verstild, uw arm verstard,
Bent u nu zelf uitgezwaaid? 

Uw blik boort zich naar de overkant
ik voel hem star op mij gericht,
is het een verwijt, heb ik iets nagelaten,
had ik wellicht moeten oversteken?
Is het uw tijd die gekomen is,
of, ik schrik, misschien de mijne?

woensdag 24 april 2013

'k Ben dichter, maar zit nu zonder Corrie - bij het afscheid van Corrie Folkersma

'k Ben dichter, maar zit nu zonder Corrie.
Zij gaat met pensioen en laat mij het ongewis
wat weet een dichter nou van wat praktisch is?
Zeg je Corrie, dan zie je de Deventer poëzie.  

Wie maakt nu de afspraken, wie enthousiasmeert?
Wie schenkt nu de wijn, de boekenbon en de Deventer Koek?
Wie onthaalt nu de artiesten, wie zwaait uit het cultureel bezoek?
Wie schrijft, wie mailt, wie is gastvrij en wie fotokopieert? 

'k Ben dichter, maar zit nu zonder Corrie.
Het is een gemis en het is enkel de dorst die rest
Men zegt: iedereen is vervangbaar, het zal best.
Men zegt, don't worry, maar ik zit nu mooi zonder Corrie. 

Ik schrijf thuis mijn vers en lees het bij La Perla voor.
Eén stoel blijft dwingend leeg: Corrie was here
Ik denk grimmig waar doe ik het nu allemaal voor?
En ik vul de leegte met bitter gelach en dito bier.



Corrie Folkersma was, behalve bibliotheekmedewerker, de drijvende kracht achter het Deventer Dichterscafe, en ze ging met pensioen. Vandaar dit afscheidsgedicht.

Poesjkin 'niet je ziel moet zuiver zijn, maar je stijl'

Georges D'Anthès, ongelooflijke lul, klootzak dat je bent!
Wat moest je nou met dat pistool, sodomiet!
Heb je nou je zin, bedwants, met je snorretje.
Wilde je door dat duel zo je plekje in de geschiedenis?
Je hebt de zon van Rusland gedoofd, je hebt,
de buurman van God naar God geschoten,
en en passant, Neerlands blazoen besmeurd.
 
Poesjkin je bent dood. Maar Poesjkin, je leeft!
Poesjkin! Op die camping ergens diep in Frankrijk,
luisterde ik, drie cd-lig lang, naar je Jevgeni Onegin.
En, ook al kende  ik de tekst, en wist ik wat ging komen,
toch liet ik een traan bij het eind - het lot, het verdriet,
tjak, rechtstreeks naar mijn hart, onontkoombaar.
Want ook ik was ooit een Jevgeni en ook ik had ooit
een Tatjana lief - en heb haar natuurlijk verloren. 

En heb ik het van jou, 'hoe dichter bij de hemel, hoe kouder'?
het paste gelijk zo. Het zat als gegoten, ondanks
dat je zo ver weg was in afstand en tijd.
Poesjkin, mijn enige ingezonden brief in het NRC, ooit,
betrof jou, en je verwisseling met Czar Poetin, godbetert!
Maar Alexander, ik heb het voor je opgenomen
en rechtgezet. Graag gedaan, en we schrijven!

Verzetslaan 4 mei Dodenherdenking -

De stadse ruimte - een waterspiegel aan het stille plein.
Iedereen is er nu, je wordt herdacht - gedachten dwalen af.
Je had je je toekomst misschien anders voorgesteld.
Iets met vrouw en kind en een betrekking voor het leven.
Maar je geest moest waaien, en die waait hier nu nog:
Je was dwars, je bood verzet, waarvoor dank,
Je bent er niet meer, maar je naam is hier nu in brons.
Het verlies van jou, dat gaat nooit verloren.
Het grint knerpt, die bloemen zijn voor jou.

Het monument, een muur, drie bankjes en een plantenbak
het ontwerp, dat was echt niet jouw ding.
Maar de meerkoeten zo dichtbij, daar hield je wel van.
En dat het licht zo mooi weerkaatst op het water,
ook al zit er vandaag een rouwrandje aan.
 
De tekst 'Heer, help mijn land, ik kom wel terecht',
dat was ook niet jouw tekst. Maar je wist wel:
verzet begint niet met grote woorden.
Jij was meer van het doen.
Jij was dwars, je bood verzet, waarvoor dank.
Het leven hier hervat zijn gang, de stilte gonst nog na.
Bekenden groeten mekaar. Jammer dat jij er niet bij kunt zijn.
Dan hadden we kunnen afspreken: bedankt, tot volgend jaar.

 

donderdag 4 april 2013

Vier Mei - berijmde versie

De stadse ruimte - een waterspiegel en het stille plein.
Iedereen is er nu, je wordt herdacht - gedachten dwalen af
Er was oorlog, maar je bood verzet, je dacht niet aan het graf.
Je naam is in brons. Het grint knerpt, die krans zal wel voor jou zijn. 

Het monument, een muur, drie bankjes en rechts een afvalbak
een trapje naar omlaag, de oever strak en recht
Daar de tekst  'Heer, help mijn land, ik kom wel terecht'.
Er trekt een huiver door je heen, je wist dat er iets ontbrak. 

Het leven hervat zijn gang, de stilte gonst nog in je oren.
Je groet een bekende, de namen willen maar niet uit je hoofd.
Je kijkt nog achterom, je spreekt af tot volgend jaar, beloofd.
Dit verlies hier, je weet het zeker, dat gaat niet verloren.