Posts tonen met het label rouw. Alle posts tonen
Posts tonen met het label rouw. Alle posts tonen

zondag 6 januari 2019

Het gebeurt niet op je verjaardag of voor het slapen gaan

Het gebeurt niet op je verjaardag of voor het slapen gaan
Niet bij die zonsondergang op het strand, niet in die grote lege kerk
En ook niet als ik die foto’s van jou op dat feestje terugzie
En het overvalt mij ook niet bij de fimpjes
als ik je voorbij zie komen: je kleding, je stem,
je motoriek, je houding, alsof het haltes
op dezelfde tramlijn zijn. En jij stapt overal in,
maar jij stapt overal uit. Het gebeurt me als ik
de kelder opruim, de keukendeur verf, als ik
een fietsband plak. Dan ineens, je oogopslag,
hoe je je hoofd hield, hoe je bewoog – als ik
de boodschappen afreken, de vragen van de caissière,
mijn pinpas. dan ben jij d’r opeens, 

dan grijp je ons bij de strot, bij de kassa,
de kelder en het bandenplakken.
Niet bij verjaardagen of voor het slapen gaan.
En ook niet in die grote lege kerk.

zaterdag 10 juni 2017

Jij bent nergens meer

Jij bent er niet meer.
Jij bent nergens meer.
Overal waar ik kom ben je er niet.
Jij bent er niet.
Jij bent nergens.
Jij bent overal.
Jij bent overal nergens.

maandag 13 februari 2017

Laatste reis

Ik pak mijn tas, mijn nette pak gaat mee.
In de krant is je naam zwart omrand,
en ik ben klaar voor het laatst tabee.
Je graf, dat was dus in het buitenland.

Je afstand behoud je ook na je dood.
Ik hap naar adem, rouw omklemt mijn keel.
Je verleden blijkt een wreed reisgenoot,
ik maal, is gelijkenis mijn erfdeel?

Abba, Vader, Abba, Vader, Abba,
maar mijn gebed wordt in zwijgen gesmoord.
Misschien reis ik nu mijn lot achterna.
Waar is nu mijn tekst, waar is nu jouw woord?

Kijk, de weg is krom, de weg is recht,
jij was mijn vader, ik was ooit jouw zoon,
maar nooit kwamen we bij elkaar terecht.
Jouw graf blijkt van een onbekend persoon.

zondag 21 augustus 2016

Voor J., M., A., en L.

Kunnen we voor een volgend leven niet afspreken,
dat we allemaal tegelijk weggaan op het eind?
Dat we allemaal gezamenlijk de hele rit uitzitten?
Dus niet meer zonder aankondiging, slechts met achterlating
van een cassettebandje, er uitstappen voor je dertigste.

Dat we mekaar niet het verdriet bezorgen
van berichtjes en kaarten, dat we elkaar niet
moeten bezoeken in ziekenhuizen
of mekaar zien liggen, opgebaard thuis.
Blijf je zitten met dat bitter, bitter einde.

Dus let op, als je in de laatste auto van de file zit,
dat die vrachtauto niet vanachter op je knalt, en jij daar,
met je vriendin erbij, verbrandt. Laten we elkaar dat niet
aandoen, niet die bodemloze put stikvol gevuld met verdriet.

En laten we elkaar heel laten en niet om zeep helpen
met messteken, alsjeblieft, eindig niet in een bloedbad,
dat levert alleen verbijstering en verliezers op.
En kunnen we ook afspreken dat je niet,
krap een half jaar na je geboorte, er tussenuit piept,
in een ziekenhuis. En dat je in een klein kistje,
bloemetje in je hand, wordt thuisgebracht. Even ‘dag’ zeggen,
kusje, tot nooit weer. Wat is dat nou?

Kunnen we voor een volgend leven niet afspreken,
dat we allemaal tegelijk weggaan,
als het eind in zicht komt? Dat we allemaal
gezamenlijk de hele rit uitzitten?



donderdag 3 december 2015

En dan ben je er niet meer

En dan ben je er niet meer: omdat je dood bent.
De ruimte die je achterlaat wordt zwart gekaderd.
Je ontbreekt en het missen is abrupt.
We improviseren ons een eind weg
in de rituelen, we maken er wat van.

Wij kunnen denken en doen wat we willen,
we vullen een kerk, we maken een stoet,
we hebben een playlist, we bezweren het gemis,
we roepen je op, de sprekers zijn begenadigd,
we hebben filmpjes, je stem, je motoriek.

We hebben bloemen en zijn voor de gelegenheid gekleed,
met gestreken broek en blouse met  gestropte das,
we hebben een gelegenheidsgedicht dat rammelt,
maar wel ontroert, je zou ons ‘ns moeten zien nu,
je hoort het even, als onze stem breekt,
als de armen om de schouders geslagen worden,
als de blikken neerwaarts gaan, als de afweer faalt:
maar we filmen, wat dacht je? En we zingen,
en we drinken, want wat moet je.

Maar jij komt ondanks dit alles niet terug,
want je bent dood, je bent er niet meer, je bent dood.
Je laat een leegte na, je laat ons na.
Het leven is de buitenkant van de dood,
hij was er al de tijd al, maar we zagen niet.
Of is dat weer een holle frase?
Waar was ik, o ja, je bent er niet meer,
en dat gaat zo blijven.