Hij was terug
in de tijd, zijn tijd gegaan. Hij ging naar de plek waar hij gewoond had. Dat
huis was dichtgetimmerd en bij de buren was het een rommeltje in de tuin, er
lagen kinderfietsjes en bij gebrek aan schuurtje was er een zeil gespannen. De
schutting was kapot. Door het keukenraam zag hij een van de kinderen zitten: de
jas tot de kin dichtgeritst en met een bord patat op z’n schoot. Blij dat hij
er weg was, anders had hij zichzelf daar gezien. In de pauze ging hij altijd naar
huis. Dan was hij bij zijn moeder en brood. Later ging hij naar huis en was
zijn moeder dood. Moest hij weg, de buurt uit, de wereld in. Dat alles bij het
ouder worden kleiner wordt, was ooit een zegen, nu een straf. Hij stond op de
galerij en keek rond: nergens is er nog een belofte, niets strekte zich nog
uit.
Posts tonen met het label Vroeger. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Vroeger. Alle posts tonen
maandag 5 maart 2018
woensdag 30 augustus 2017
Oppassen
In
de zomer paste ik op het huis van vrienden.
Ze
waren op vakantie. Ik keek uit over weilanden.
Verderop
werd een schuur gesloopt. Het geluid van
metaal
en steen dat in de containers werd gegooid.
In
de verte de wiegende rij van masten, boten
in
de wacht voor de brug, meeuwen in de lucht.
De
avondvierdaagse kwam ook voorbij. Er klonk
gezang
en daarna lag de straat bezaaid
met
mandarijnenschillen. Er waren koeien die
hun
tongen om takken sloegen. ’s Ochtends waren
er
konijnen en ’s avonds zwaluwen en vleermuizen.
’s Nachts waren er blote vrouwen op de televisie.
’s Nachts waren er blote vrouwen op de televisie.
Abonneren op:
Posts (Atom)