Leonard Nolens is overleden. Alweer bijna een maand geleden, op 26 december, Tweede Kerstdag dus, 2025.
Ik maakte kennis met Leonard Nolens op het jaarlijks kunstfestival in Watou. Daar stond een gedicht van hem op een muur, een van de ‘wij-gedichten. Ik viel daar toen wel voor, en kocht de bundel waar dat gedicht in stond Bres. En met die bundel won Leonard Nolens de VSB Poëzieprijs in 2008.
Wji-gedichten, noemde ik de reeks, die twintig verzen, van soms wel meer dan een pagina, allemaal gesteld in de wij-vorm. Alsof er een koor van stemmen tegen de lezer spreekt, dwingend.
Van vers # 14 citeer ik:
Wij waren de open wond
Van een gesloten boek
Wij waren de dichte mond
Van een open vraag.
En van # 16
Wij werden niet eenvoudig
geboren
Wij werden niet eenvoudig
Wij werden eenvoudig niet
En van # 18
Wij droegen op onze
schouders de groeiende last
Van de zoon die we werden,
wees
Die woedend zijn weg zocht
in andermans bedden
Wij gaven een naam aan de
dochter die zwol
In je kloppende schoot van
onze verbeelding
Wij liepen ’s nachts door
de stad van de meesten
En ik heb die bundel, niet helemaal toevallig, want van de meeste VSB-poëzieprijswinnaars heb ik wel de bundel gekocht en daar staat het volgende gedicht in:
# 20 (uit de reeks: Wij waren de zwijgers na vijf mei vijfenveertig)
Wij waren weinigen
Wij hadden uniek uit de
hoogte
Van onze pretentie ons dorp
gedropt
Wij zakten af uit de gore
provincie
Naar bont gefilmde houvasten
van centra.
Wij bleven uniek, unaniem en
universeel vereenzaamd achter
In de zaal.
Wij waren sommigen.
Wij werden erop los geleefd.
Er was geen lus om ons
verstand.
In onze losbandigheid zat
geen rek.
Centraal stonden wij nergens.
Wij waren enkelen.
Wij hadden geen
vanzelfsprekende inhoud.
Van jou, van mij, wij hielden met moeite
Van ons, wij hielden onds
niet vast.
Wij hielden het niet uit
Wij hielden het niet vol.
Wij waren anderen.
Ons individu stond in brand
als het dagboek.
Van een terrorist in de
woestijn verdwaald.
Ons volksgevoel schoof in
zijn huiskamer op
Naar rechts en las kranten
met kokende ogen
Herschreven.
Wij waren weinigen. Sommigen.
Enkelen. Anderen.
Kunstenaars waren
gespecialiseerd
In verdwijnen, dichters
werden ervaringswetenschappers
Van het wit, en niemand had
iets te zeggen.
Niemand had iets anders te
zeggen dan niemand.
Politici stemden ons weg.
uit zijn wiki
Hij was een romanticus, schreef vaak over liefde en over de manier om aan de identiteit te ontsnappen. Zijn vroege werk wordt getypeerd als barok, experimenteel aandoende gedichten. In de loop der jaren trad er een versobering op in zijn werk en kreeg het een meer parlando-achtige toon. Nolens werd beschouwd als een van de belangrijkste dichters uit het Nederlandse taalgebied. Hij werd regelmatig genoemd als kanshebber voor de Nobelprijs voor Literatuur.
Van de achterflap van de bekroonde bundel Bres, noteren we: In Bres in een bovenpersoonlijke dichter aan het woord die onomwonden poogt een tijdgeest te doorgronden. (haha, onomwonden, doorgronden, dat rijmt, MvH)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten