Donderdag 25 januari
Als je vroeger ergens uitging
in een vreemde stad, en het was gezelliger geworden dan je dacht, en ook later
geworden dan gepland, dan dacht je, kom, ik neem wel een hotelletje. Dan was er
alleen wel een probleem: je moest eerst aanbellen bij een hotel, dan informeren
of ze een kamer hadden (en of tie betaalbaar was voor jou), en dan moest je ook
nog een beetje een betrouwbare indruk maken op de nachtreceptionist van dienst.
Want als je vervelend dronken was, en luidruchtig, en een verse wietgeur verspreidde,
en onbeschoft (je dacht zelf: gevat, lollig) was, dan slonken je kansen om door
de ballotage te komen, en stond je weer op straat.
Gelukkig is er nu Booking.com.
Als je nu luidruchtig, brutaal, dronken, stoned en vervelend bent, geen
probleem: je boekt vanuit de kroeg, en later wapper je jezelf met je mobiel het
hotel binnen. En kun je daar gewoon doorgaan met, nou ja, eigenlijk alles wat
overlast kan veroorzaken, en jij weet hoe dat moet.
Van de week had ik twee van
dit soort gasten in het hotel. Gasten die je, als ze aan de balie waren
verschenen, afgescheept had met een smoes, sorry, we zijn vol. Afgelopen nacht,
het liep al tegen 03.30 uur, werd die ene gast, hij was kennelijk ‘even’ wat wezen drinken in de stad, tussen
twee politieagenten weer terugbracht naar het hotel. Volkomen van de wereld. En
ondertussen het ene fantastische verhaal na het andere: dat hij een café had,
dat hij zijn paspoort en bankpas kwijt was, dat hij ‘s avonds onwel geworden
was in de trein, dat hij daarom met de ambulance vervoerd moest worden (evengoed
vertelde hij dit met een blikje Red Bull in zijn handen). Maar meneer
had geboekt via Booking.com, dus ja, binnen is binnen. De agenten wensten me
nog sterkte en zeiden: ’Als meneer niet gaat slapen, en gekke dingen gaat doen,
hier de boel kapotmaken, gewoon bellen.'
Die andere gast was de
agressieve, de intimiderende, de kanker, kanker schreeuwer, het opgewonden
vaatje buskruit met het korte lontje dat niet goed tegen drank kon. (zie Door
de week heen 5). Meneer is op zijn gedrag aangesproken door zijn leidinggevende,
en hij, de kankerschreeuwer dus, heeft het hotel met zijn staart tussen de
benen verlaten.
En gisteravond had ik nog een
korte ontmoeting met een vrouw die ik wel vaker zie in Deventer. Is ze dakloos,
is ze zwerfster, is ze ziek, in de war, is ze in behandeling? Ze is in ieder
geval triest. Ze heeft problemen, dat is duidelijk. In de stad klampt ze mensen
aan: ‘mag ik u iets vragen, mag ik wat geld, ik ben misbruikt in de
kinderprostitutie, en anders beland ik op straat.’ Ik ken haar blik, ik ken
haar stem, ik ken haar tekst.
Op straat probeer ik haar beleefd af te wimpelen, maar nu belt ze aan. Dat
vraagt toch weer een andere houding. Toch vanavond even op de straat-app informeren
of ze bij elke voordeur haar verhaal houdt.
Om mezelf een beetje op te
monteren te midden van al deze nare naargeestigheid van deze week, had ik
mezelf getrakteerd op het boek van Dause
von Kippfest, De onbeschrijflijke geschiedenis
van het mysterieuze geval de Depperdreck.
Het boek leek mij zo aantrekkelijk omdat het op Nurksmagazine, werd
omschreven, door de auteur zelf, als ‘Het is echt bar, bar en bar- barslecht’.
Maar, domper, vandaag een berichtje
van boekhandel Donner in de mail:
Het bovengenoemde door u bestelde artikel is niet
op voorraad in onze winkel en helaas niet leverbaar via een van onze
leveranciers. Wij zullen uw bestelling op dit artikel daarom moeten annuleren.
Het aankoopbedrag wordt binnen enkele werkdagen op uw rekening teruggestort.