Posts tonen met het label Deventer. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Deventer. Alle posts tonen

zondag 30 november 2025

Etty Hillesum, 30 november 2025

 


Etty, je hebt hier gelopen, gewandeld, dat kan niet anders.
Je keek naar de IJssel, je keek naar de overkant,
Je keek naar de verte, je keek naar het plaveisel,
Je keek naar je wandelgezelschap: je wandelde hier.
Misschien keek je wel in een boek of dichtbundel,
terwijl je wandelde, verdiept (Etty, mocht dat zo zijn,
iedereen loopt tegenwoordig zo, het hoofd gebogen).
 

Etty, mocht je nu nog leven, je weet niet wat je meemaakt:
Er komt een film over je, er zijn actrices die je spelen,
Etty, je leeft, ook al maak je dat zelf niet meer mee.
Er wordt een dramaserie over je gemaakt.
(Maar, als ik de huidige woke tijd zo bekijk,
dan rook je niet: je sigaret wordt uit je hand gewist.
Je moest perfect, je  moest een heilige.
Maar Etty, dat maakt mij allemaal niet uit).
Je leeft: je portret staat hier op een muur.
Je boeken staan bij mij in de kast.
Ik had je graag ontmoet, ik woonde om de hoek.
Waar zouden we het over hebben gehad,
Misschien zou je me schrijven,
En ik jou, en dat doe ik nu, vandaag,
Dag Etty, ik denk aan je.

 

donderdag 7 augustus 2025

Reis naar het einde van de Deventer Boekenmarkt (in elf verzen)

 


1

Er was plots een boek aan je verschenen
als in een visioen met een duiding.
Je zocht gejaagd naar titel en auteur
maar mist en licht ontnamen je het zicht. 

Was dit een boodschap, en gericht aan jou?
De mist en het licht waren weg, het boek ook.
Je vroeg je af wat de bedoeling was
moest jij nou op zoek naar de bedoeling, 

dus dat boek, of was dat boek op zoek naar jou?
Je dronk een fles en deed je ogen dicht:
je zag een kast waarin een boek ontbrak
er daalde een urgentie in je neer.

2

Je knipte je computer aan en zocht
online naar het boek uit je visioen
wat je daar wel niet allemaal tegenkwam
was alles, behalve dat wat je zocht.

Wat zou toch de inhoud zijn van dat boek?
En zou je daar dan ook iets mee moeten?
Zou je leven niet compleet zijn zonder?
De kwestie werd op de spits gedreven

Je voelde je benauwd, je moest eruit
je zocht snel je reisspullen bij elkaar:
maar waar in de wereld vond je dat boek?
Je smeerde alvast brood voor onderweg.

3

Er was een plek waar boeken samen kwamen
eens per jaar, aan de kades van een stad
aan een rivier. Je boekte een hotel
waar Komrij, Wigman, Zwagerman en Brands
 
hadden overnacht. De nacht van je leven,
dacht je, dus kon je de slaap niet vatten
de Nachtportier wees je naar de kramen
staketsels, nog niet door zeilen bedekt

De kades leeg, een late kroegloper
probeert een goed gesprek bij zonsopgang
daar zijn de busjes van de antiquairs
en daar de dozen, Dole, Chiquita

4

Waarin de handelswaar, de boekenrij
uitgepakt onafzienbaar, kilometers
Fundgrube, bestimmt,
maar waar te zoeken?
Je kocht een gidsje met een plattegrond 

De kramen hebben nummers en thema’s
er is een alfabet, heel handig maar
jij weet titel noch auteur of uitgever.
Je sluit je maar bij de bezoekers aan

Zij hebben lijsten, zijn op zoek naar reeksen
er wordt gezocht, gekocht en afgestreept
steeds minder te gaan, de tassen raken vol
je schuifelt mee, zet je ellebogen uit.
 

5

Maar was er al over het weer gepraat?
De vijanden van het boek zijn: water,
vuur, censuur en ook het zilvervisje.
Vandaag viel er geen water uit de lucht. 

Er was handelsgeest: alles voor de helft
zeldzaam, uniek, gesigneerd, alleen vandaag,
Alles tien euro, tenzij lager geprijsd.
Men bood, men dong af en men ging akkoord. 

Je keek om je heen: je zag lezers links
op de stoep, lezers rechts op het muurtje
verdiept in de aanschaf, verdiept in de vondst
maar in jouw handen was er alleen gemis.

6

Je liep langs de kramen en raakte bedwelmd:
die boeken, strips, hier liep je door je jeugd
en dit boek kreeg je ooit van je ouders
je sloeg het open, je kon de tekst dromen. 

Wakker werd je door de geur van wafel.
Warmgebakken met aardbeien en room
ook was er koffie, ook was er bier
boeken lieten zich goed combineren. 

Je liet je blik over de IJssel dwalen
nadat je het gedicht op het servet las.
Je luisterde naar de rolkoffertjes
met boeken, en je hoorde je gemis.

7

Op het plein bevond zich een labyrint
ga erin, ried men je, daar vindt u vast
uw boek. Het labyrint heeft geen uitgang
je dwaalt oneindig rond in deze ellips. 

Zonder je boek verlaat je ook dit plein
en voeg je je weer in de mensenstroom.
De route ging nu naar een ander plein
waar schrijvers wachtten op hun publiek 

De volgende stop was de kraam met de ramsj
het lot, de zwarte stip aan de horizon.
O god, dan liever nog de Worstenwalm
en de jankende kinderen daarnaast. 

8

Over janken gesproken. Die schrijver
van gisteren, die brak in dat interview?
Man – maar hij herpakte zich wel heel erg goed.
Maar al met al had jij nog niet dat boek. 

Op de markt zigzagde de mensenstroom
en ook ging men heen en weer, men botste.
Je dacht aan Van Beek, van Robert Anker
van Goede manieren (je miste hem) 

Zoals hij door een episodisch gedicht
kon gaan, dat wenste jij ook voor jezelf.
Dat gemak, die souplesse, maar evengoed
had jij je boek uit je visioen nog niet.

9

Je zocht, keek, bladerde, voelde en snoof:
dit boek was echt van een roker geweest
En dit boek had jaren kelder gehad.
En als je afging op de opdracht

voorin, met datum en plaats genoteerd
was hier een vriendschap voorgoed gesneuveld
voor iedereen te kijk, gênant, eerste druk
dat wel, dus toch nog aardig aan de prijs. 

En deze, gesigneerd, maar wat zegt dat?
Je keek ‘ns om je heen en zag wat rare
kwanten. Ver van mode afgedreven.
Rare hoedjes, rare jassen, alles raar. 

10

En je vroeg je af: ben ik een van hen?
Alles licht beschadigd, stond er op een bord.
En je schudde je muizenissen van je af,
focus, dacht je, lokaliseer het boek 

dat daar op je wacht, dat je daar verwacht.
Opgelucht dacht je, nu ik toch hier ben
laat ik dan wat favorieten kopen,
een Henkes een Bindervoet, Lucebert.

Je kocht nog een Fries en een Rus erbij.
Het eind van de Markt was bijna nabij.
wat zag je daar, je tuurde, wat zag je?
De klok sloeg vijf, je had nog amper tijd.

11

Je zag de omslag, je voelde een rilling
dit was ‘m, aan het visioen gelijk.
Het boek waar je naar op zoek was, of was
het omgekeerd? Vandaag kon alles hier.

Je griste het boek van de kraam, betaalde
veel te ruim, ademde zwaar, en sloeg het
boek open: de pagina was wit, alles was 
wit. Het boek was een dummy, onbedrukt. 

Je queeste kwam je ineens belachelijk voor.
Waar had je al die moeite nou voor gedaan?
Dat boek, met al die lege bladzijden,
plots wist je het: je pakte je pen en schreef.

 

zondag 15 juni 2025

ZONDVLOED, 14 juni, Deventer

 

We zijn op een festival geweest waar het beste als eerste gepland stond. Of dat handig is, ik weet dat niet. We zijn op festival ZONDVLOED, muziek en poëzie geweest.

Het festival wordt al voor de derde keer gehouden, maar de eerste twee edities heb ik gemist. Kwam het door vakantie, werk, of triggerde het programma en de toenmalige locatie mij toen niet genoeg? Wat die locatie betreft: de eerste edities speelde Zondvloed zich binnen af. En nu was het een openluchtfestival, op een bijzonder aantrekkelijke plek, namelijk achter de oude Gasfabriek, het oude GEWB terrein, in Deventer. Er zijn platanen, er is een grasveld, er is een rij ruisende en ritselende populieren, en aan de achterkant stroomt en kabbelt de IJssel, kortom, een paradijsje.

En onder de platanen is het podium opgezet voor de musici en dichters, en in het gras en onder de slingers van rode, blauwe, groene lampjes, de bankjes voor het publiek. 


Zien we daar Lieke Marsman al niet met haar dwergpoedel, Martin Knaapen, Frits Grimmelikhuizen, Marten Heijs, Wibo Kosters en Chrisjan van Marissing niet – ze zijn er allemaal. We kopen muntjes, en kunnen beginnen.

Jonas Bruyneel opende het programma. Ik kende hem niet. Ik had vooraf wel op youtube een filmpje van hem gezien, maar wat zegt dat helemaal? Jonas kwam niet alleen. Hij maakte zijn entree met een altvioliste en een klarinet/gitaarspeler, ze waren alle drie in het wit gekleed, en blootvoets. Het zag er zomers uit. Jonas leidde het optreden in: hij ging geen losse gedichten doen, maar verzen uit de bundel Mulhacén.

Mulhacén is een verhalend gedicht dat de tocht beschrijft van het lyrisch ik naar de berg Mulhacén in Spanje, samen met de Andalusische dichter Federico García Lorca (1898-1936).

Jonas zei nog dat de hele bundel in de versvorm de ‘copla’ was geschreven. Een versvorm van vier steeds acht lettergrepige regels. (Toen ik later op de avond een drankje ging halen, hoorde ik een bezoekster zeggen dat ze steeds had meegeteld).

Het verhaal van Federico García Lorca is natuurlijk zeer interessant en ook zeer dramatisch, maar, hier op het terrein van de oude gasfabriek, ging toch mijn aandacht uit naar Jonas Bruyneel (en zijn gezelschap). Want. Jonas deed alles uit zijn hoofd. En niet een paar versjes, een paar bladzijden, maar het volledige half uur lang. Wat een geheugen. En dan kronkelden de weemoedige klanken van de klarinet en viool zich ook nog om zijn woorden tussen de verzen. En die copla had je zo bij de kladden, betoverde je en voerde je mee door die geschiedenis, en liet je pas bij het eind weer los, schudde je wakker uit de bedwelming.

Kom hier maar ‘ns overheen, dacht ik toen het applaus was verstomd na zijn optreden. Ik vond het mooi.

A hard act to follow. En dat bleek.

Lieke Marsman, voormalig Dichter des Vaderlands, mocht lezen na het optreden van Jonas Bruyneel. Haar poedeltje keek vanaf de achterste rij nauwlettend toe wat haar baasje daar zei op het podium. Kon zij niet wat doen, ze zagen toch dat ze hulp nog had omdat de wind met haar haar papier aan de haal ging? Ah, daar schoot de organisatie al te hulp. Ik heb thuis drie bundels van Lieke Marsman, maar ik herkende alleen dat gedicht dat ze op reis gaat door Nederland (met haar dwergpoedel) en dat ze o.a. premier Rutte tegenkomt, nu voor de gelegenheid veranderd in Dick Schoof.

Tijd voor een Friese bries en een andere voormalige Dichter des Vaderlands, Tsead Bruinja. Tsead stond niet in zijn eentje op het podium. Naast hem speelde Arnold de Boer op zijn gitaar zijn klanken om de woorden. De woorden waren Fries, dus je verstaat er geen fuck van, maar in het Fries blijk je dus ook te kunnen dichten over de ellende in Gaza, (dat verstond ik nog wel). En je wiegt zo lekker mee op het ritme, wreed genoeg.

Verder op het grasveld scharrelt een clubje van 6 scholeksters, en naast me zit een dame de hele tijd op haar telefoon. En daar vraagt Marten Heijs mijn balpen te leen: hij heeft een dichtbundeltje van Lieke Marsman gekocht, voor zijn dochter (die kon er vanavond niet bij zijn, want ze loopt mee in de Mars voor Vluchtelingen, maar dat doet er nu niet even toe) er moest gesigneerd. ‘En hier is je pen terug, bedankt.’

Het poëziefestival ZONDVLOED heeft veel gezichten.

Ester Naomi Perquin was de volgende act. Leuk. Ik ben niet onbekend met haar werk, ik heb al haar bundels (dat wil zeggen, van elke uitgave 1 exemplaar, ja ook Lange armen, die voor de politie gedicht is.) En ik heb zelfs haar integrale lezing van haar bundel ‘Meervoudig Afwezig’ in het Luxor Theater in Zutphen bijgewoond, dus ja, ik ben een liefhebber van haar poëzie.

Maar. Ik vond haar optreden hier niet geweldig: ze was al 10 minuten bezig, en het was alleen maar inleiding, en ik had nog geen gedicht gehoord. Het was routineus. Jammer.

Ik ging ondertussen even een drankje halen, en liep over de zondoorstoofde houtsnippers, voelde de warmte,  hoorde de eksters, en ik dacht: vakantie, ik ben hier op vakantie.

Ik kocht de bundel, 23 euro, van Jonas Bruyneel, hij ging die avond nog terug naar Gent, zei hij. De dichter is altijd onderweg.

De afsluitende act van ZONDVLOED was Sopa Boba, we besloten naar voren te gaan, en op het voorste bankje te genieten.

Sopa Boba is een trio: cello, viool en een toetsen/computer muzikant. Plus natuurlijk de spoken word declameerder met de stapel papier in zijn hand, die allemaal moeten worden voorgelezen. De flyer van ZONDVLOED zegt: de band bewerkte een tekst van de Moldavische schrijfster Nicoleta Esinencu tot een hedendaags elektronisch modern klassiek oratorium, getiteld That Moment.

Dit ironisch en satirisch verhaal over de neerwaartse kapitalistische maatschappij wordt gebracht door een neoklassiek strijkkwartet, ruwe modulaire synthesizers en spoken word-vocalen.

De dichter van de Sopa Boba liet elke gelezen pagina op de grond vallen, daar gingen ze, pagina na pagina. Dat was wel een attractief iets. Maar wat waren het er nog veel. En zo boeiend was en bleef het ook niet. En er was nul contact met het publiek. Ik kon het verhaal ook niet echt volgen. We stonden op en liepen naar de fietsen, het was mooi geweest. (Zie de beginzin van dit stukje).

Maar graag tot de ZONDVLOED van volgend jaar, op hetzelfde terrein. Tot dan.

Foto's Maria Willems

 

zondag 18 mei 2025

Iets, wat niets betekent

 


Vanmiddag hebben we het EICAS museum aan de Nieuwmarkt in Deventer bezocht. Er was (er is: tot 15 juni) kunst te zien van Armando, herman de vries, Jan Schoonhoven, Henk Peeters, Jan Hendrikse en Emile Cirkens. Historie, geschiedenis. 

Maar er is ook werk van de levende Deventer kunstenaars Roelie Zanting en Erwin Zijlstra te zien.



vrijdag 2 augustus 2024

Vlag halfstok Turks Consulaat Deventer

Aan de gevel van het Turks Consulaat in Deventer, Keizerstraat 8, (Nederland, dat is), wapperde vandaag de Turkse vlag, en dat is hier geen klein exemplaar, halfstok, vanwege het plotselinge overlijden van Hamas leider Ismail Haniye.

zaterdag 27 april 2024

Koningsdag 2024, Welle, Deventer

De Bolwerksmolen staat er niet op, ook niet zelfs maar een klein stukje van de boog van de Wilhelminabrug, de horizon staat scheef, de IJssel loopt leeg naar rechts, maar ze deed het toch maar met haar iPhone, Koningsdag 2024, voor twee euro, en een directe print op papier, als souvenir.
 

zaterdag 30 maart 2024

Cursiefjes in de kroeg, boekenweek, Deventer

Was april niet de kroelste maand? Misschien.
Maar jij denkt aan die dichter die bij dat optreden
uitweidde over dat hij, als de dood aan de man
kwam, of eigenlijk in dit geval: de kat, van een
collega-dichter, dat hij dan wel met de auto
dat lijkje zou rijden naar het, crematorium, het graf.

Jammer vond je, dat die dichter die exact dezelfde
anekdote eerder bracht in een podcast. Met niet alleen
dezelfde woorden, maar ook dezelfde pauzes
voor de lach. Het was werk, het was routine.
Het sloeg dood, het bleek theater, en ook niet kroel.
Je ging nog één keer naar de bar, je bestelde.
Je wilde je poëzie in maart, puur en niet gebruikt.

zondag 12 november 2023

Verzameld Werk Gedichten, Martin Bril

Vandaag, zondagmiddag
Tijd voor de wandeling
Langs de rivier en
Door het park
Het is immers herfst
Op de Lookersdijk bij
Nummer 15 om precies te zijn
Het Verzameld Werk van
Martin Bril uit de minibieb
Meegenomen, Gedichten.
De schemering moet nog vallen
(Net als het blad van de boom)
Maar de bundel heb ik al uit
Enfin.

 

maandag 26 juni 2023

Worpscape

Tijdens de IJsselbiënnale van 2021, installeerde je dat staketsel
Rob Sweere, in het Worpplantsoen in Deventer, kunstenaar dat
je bent. En visionair. Want waar zadelde je het park mee op?
Worpscape, had je je schepping genoemd. Iets met Worp. En
Shape en Escape, als ik zo vrij mag zijn om te interpreteren.
En volgens de catalogus, was dit stalen geraamte, een voertuig
om de natuur te redden van de wereld. Verbinding, wat anders.
Je bedoeling was, beste Rob, dat de buurt, de wijk, de Worp,
de buik van het kunstwerk, want dat was het, zou vullen
met plantjes, met kruiden –  een systeem voor de toekomst.
een soort Ark van Noach, een ruimtevaartuig met een
erfenis, een archief, aan boord. Het voortbestaan
van de Wereld, in ieder geval die van de Worpplantsoen-
omwonenden, was verzekerd. Maar, wat was het geval?
jaren later, 2023, groeit er slechts Weegbree en Fluitenkruid
in die buik van de ruimtesonde, zonde.
De inbreng en de variatie viel een beetje tegen.
Het mocht niets kosten. Maar het gaf niet. Want het was kunst.
Het ging
om het idee. Niet om het eindresultaat. En ik? Ik
vond dat het hele ding het meest weg had van een Tarzan.
Die vibrator met daarop dat extra-dingetje. Voor u weet wel.
 

 

zondag 19 februari 2023

Genesis, door Rien Renema

Je was op een, ja, wat was het eigenlijk, een vernissage, een Salon, of was het een soiree, geweest. Het was off-grid, het was niet officieel, ik bedoel: er kwam geen subsidie aan te pas, er was geen pers, geen microfoon, geen camera. Wel was er een toespraak van de gastheer, een verklarende inleiding door een theoloog met een prachtige diepe bronzen bariton, waarom stond hij niet in het theater, waarom speelde hij niet in een film?

Je moest kloppen op het raam, dan werd er opengedaan. Dan kon je plaats nemen in de buurt van de piano. Je schudde handen met andere genodigden, je kende ze niet, maar ze leken je stuk voor stuk interessant. Was het niet door hoe ze eruit zagen, dan wel wat ze zeiden. Er werd geen entree gevraagd, er waren ook geen officiële uitnodigingen. Het was haast underground, ssssst, mondje dicht, Geheimtipp.

De ruimte was gedurende deze zondagmiddag een afgesloten tijdcabine. De gastheer zong, begeleid door een pianiste, gedichten van Lucebert. De pianiste speelde werk van Simeon ten Holt. En ondertussen boden de doeken aan de wand zicht op de woorden van Genesis. Stuk voor stuk met de hand neergepend, kalligrafie. Het woord Gods, zwart op wit. Tekens aan de wand. Ingelijst en te koop.

Wat je zag bij Bijbelboeken, was niet altijd wat je kreeg. Er was tijdgeest. Er waren machthebbers er was een canon, en die wisselde nog wel ‘ns. Maar in den beginne was het woord. En dat was er nu ook. Monnikenwerk, en toch jaloersmakend. Rien had zijn pen het hele Bijbelboek laten doorlopen. Je kende het nog van vroeger, van de kerk, van school, van catechisatie. Daar gaan we weer, dacht je nog. De Bijbel van voor naar achter, de tien geboden, net zoveel als je vingers had, zei de theoloog.

Je dronk een glas wijn, keek om je heen, en dacht: deze woorden moeten deze ruimte uit, de wereld in.

 

dinsdag 23 maart 2021

Deventer Boekenstad

Jij woont toch in Deventer, die boekenstad?
Ja, daarom ga ik meestentijds bedrukt door de straten.