Kampeerders,
We gaan het nog een
keer proberen.
Deze prullenbak is
alleen
voor sanitair afval.
Dus geen blikjes, afgekloven
botjes of kapot servies!
U heeft vakantie dus
maak gerust die
wandeling
naar de containers bij
de
slagboom!
Alvast bedankt.
Kampeerders,
We gaan het nog een
keer proberen.
Deze prullenbak is
alleen
voor sanitair afval.
Dus geen blikjes, afgekloven
botjes of kapot servies!
U heeft vakantie dus
maak gerust die
wandeling
naar de containers bij
de
slagboom!
Alvast bedankt.
Je wilde stilstaan bij de
dood
van je moeder, vandaag twee jaar
geleden. Je voelde de weemoed
zich al samentrekken rond je
hart.
Je keek op de kalender en schrok:
het was gisteren. Je was een dag te laat.
De weemoed trok, nu samen met spijt en verdriet,
gelijk de boel nog strakker
aan.
Vanmiddag was ik bij De Perifeer voor een optreden van de klankdichter Jaap Blonk. Ik zie dat ik gelijk een aantal dingen moet uitleggen.
Wat is De Perifeer? De Perifeer is eigenlijk het atelier van de Deventer kunstenaar Harco Rutgers. En dat bevindt zich aan de M.H.F. de Boerlaan 151, Deventer, begane grond.
En De Perifeer organiseert kleine evenementen: kunst, muziek, theater, performance experiment, en nieuwe talenten. Het podium is klein, en de publieksruimte dus ook. Met wat passen, meten en inschikkelijkheid, kunnen er zo’n 40 bezoekers aanwezig zijn bij een optreden.
Vanmiddag was ik hier vanwege Jaap Blonk dus. Die ken ik eigenlijk vooral van zijn optredens op de VPRO radio, de literaire programma’s, die had je toen nog, beste jonge lezertjes, ’s middags en ’s avonds op de radio, in de jaren tachtig en negentig. Daar las Jaap Blonk dan zijn klankgedichten voor, tussen de voordrachten van Remco Campert, Maarten Biesheuvel en Johnny van Doorn.
En een klankdichter herken je dus niet aan sonnetten. Een klankdichter maakt geluiden waarvan je denkt, wat zou dat kunnen beteken, ik begrijp er niets van.
Jaap blonk spreekt in klanken. Niet in een Scandinavische taal, of Hongaars, Swahili, maar in klanken. Bedenk er maar wat bij, als je wilt.
Jaap Blonk komt natuurlijk niet uit het niets. Bij zijn kraampje kocht ik de cd met zijn versie van de Ursonate van Kurt Schwitters, van Dada, weetuwel, heerlijk onzin. Ik hou daar wel van.
Maar vanmiddag in De Perifeer stond Jaap Blonk als duo op het podium, samen met Terrie Ex, gitarist van de anarcho punkband The Ex. Dus lak aan muziekconventies. Een gitaar kun je gerust bespelen met een koffiekopje, of met een drumstokje, dat soort werk dus. Alles mag. Alles ligt open, alles is vrij.
Leuk, maar ik had toch liever wat gedichten gehoord. Er zitten grenzen aan gekkigheid.
Maar er was niet alleen Jaap Blonk & Terrie Ex in de Perifeer vanmiddag, er trad nog een fascinerend duo op. En dat was erg interessant, want waar zat ik hier naar te kijken en te luisteren, een muziekduo, een kunst performance, een ongeorganiseerde bak herrie? Want wat gingen ze tekeer op die kleine ruimte.
Reona & Grgur Savić. Reona, dat is de dame dus, Japans, had metalen plaatjes onder haar schoenen, en daar tapdanste ze mee: op de betonnen vloer van het atelier, op de aluminium platen die op de vloer lagen, op metalen deksels, op alles wat er voor haar voeten kwam.
En daarnaast sloeg ze ook op alles wat er in haar buurt lag, met rammelaars, op blikjes, en dat alles in een fanatiek tempo.
Grgur Savić blies op een klarinet en een saxofoon, en maltraiteerde die instrumenten ook met alles wat hij gedurende het optreden vond. Ik wist niet hoeveel er van dit concert was ingestudeerd, en hoeveel ervan improvisatie was. Deden ze maar wat, of voerden ze een strakke compositie uit? En hoeveel was er toeval? Trash Trance, heb ik als genrenaam bedacht, want ze gingen maar door.
Enfin, het concert had een hoog amusement waarde, wanneer zie en hoor je nou tapdansen?
Dit jaar ga ik niet naar het Take Root Festival. En dat is niet omdat ik verhinderd ben, vanwege een sterfgeval, ziekte of een verplichting elders, maar omdat ik het affiche, de programmering, de line-up, niks vind.
Waarom moet ik hierom in de auto stappen? Waarom naar de Oosterpoort in Groningen rijden, om wat singer songwriters te zien en te horen, die je van tevoren al had gecheckt op youtube en eerlijk gezegd, je vond het maar matig. Was dit nou festivalwaardig? Of was het hooguit geschikt voor een leuk avondje in een feesttent?
Ik ben een vaste klant van dit Americana festival. Take Root en ik gaan al een hele tijd terug: ik was er al vanaf de eerste editie. En die was in Sportcomplex De Smelt in Assen. Op het programma, stond toen, in 1998, een optreden van een fanfare, of waren het de majorettes uit een belendend dorpje? Kneuterig misschien en beslist geen Americana, maar het had wel wat.
En ik heb er Daniel Johnston gezien. Gottegot, dat was wat. Steve Earle, The Gourds, Vic Chessnutt, en Eels niet te vergeten. (En ook Helga, een erg leuke oud-collega van mij. Ik had haar niet gelijk herkend, te veel bier op, ik dan, en zij droeg inenen een bril).
Ik grasduin nu even door het archief van Take Root, en ik zie weer welke bands er opgetreden hebben. Wat een kwaliteit heeft daar op het podium gestaan. Op zowel het grote hoofdpodium als de kleine akoestische ruimtes.
Wat een bands waren er toen. Dat was kwaliteit, dat was een goed festival, tot volgend jaar, vaste prik.
Maar nu, editie 2026, wat is daar nu van over? Ik ben, zoals gezegd, de lijst met artiesten thuis afgegaan op youtube, even kijken welk geluid er achter welke naam zit. En om te beginnen: er waren veel onbekende namen, en er was ook niet echt een trekker, een headliner. Maar onbekend is niet gelijk onbemind bij mij, dus ik luisterde, ik keek en ik scrollde. En ik noteerde wat ik ervan vond: plusjes, minnetjes, vraagtekens.
En mijn scorelijst vertoonde veel minnetjes, plus wat magere plusjes. Maar nergens, nergens twee plusjes. En zo streng ben ik ook weer niet. Maar dit jaar dus geen Take Root voor mij. En het vervelende is: ik denk niet dat ik veel mis. En dat vind ik ook wel weer jammer, voor Take Root.
Nacht,
straten, apotheek, lantaren,
Een zinloos schijnsel in de mist.
Al leef je nog eens twintig jaren –
Geen uitweg – alles is beslist.
Je
sterft en wordt opnieuw geboren,
Alles herhaalt zich vroeg of laat:
Rimpels in het kanaal bevroren,
Nacht, apotheek, lantaren, straat.
*
Nachtportier
- dit was ooit ziekenhuis,
nu hotel, je vindt geen zuster meer,
al dwaal je van kelder tot toren,
je gaat met pensioen, dat is beslist.
Je
zaklamp schijnt vertrouwd in de nacht.
Je was hier al in tweeduizend acht,
kaal, rimpels, je herhaalt jezelf.
Nachtportier, ziekenhuis, Nieuwstraat.
(Het origineel is natuurlijk van Aleksander Blok)
Was er verschil tussen inkt
en verf?
En zo ja, wat maakt dat dan
uit?
Wie bepaalt hier welke
vloeistof,
wijn, modder,
menstruatiebloed,
het papier en het beeld maakten?
Het Oost-Indisch zwart
vloeide grillig
je kraste, kraste, met
een rietpen
dwars door het papier, daar
en hier.
Je vroeg je af, wat moest er
uit?
Was dit je beruchte ongeduld,
of was dit lekker authentiek?
Je pakte een nieuw vel,
blanco
dat voelde haast als een
uitdaging,
je doopte je penseel in het
zwart.
Ik koop eigenlijk geen fysieke muziekdragers meer, geen elpees, geen cd’s, maar ik maak een uitzondering voor twee artiesten: Will Oldham / Bonnie Prince Billy en Eels, dan ga ik naar de winkel, en voeg de cd toe aan het uitdijende rijtje.
En, ik type dit terwijl ik de cd van Eels voor de eerste keer integraal hoor, ik heb nog geen minder nummer gehoord. Het is een rustige plaat, geen plotselinge ruige rock uitschieters, en dat is wel prettig. Ik hoor Eels zoals ik ze graag hoor, de zang, de gitaar, de melodie, en dat is fijn. Dat was altijd fijn, en dat is het dus nu ook.
Cookie Happened, goeie plaat.
Vijf gezinnen beginnen daar,
allemaal tegelijk,
met hun nieuwe leven
in hun fris gemetselde huis
van vijf kamers, met van binnen
alles gestoffeerd, plus
parkeerplaats, schuurtje,
alles eender, cementgeur,
twee en half duizend huur,
per maand, kant en klaar.
Alles nieuw, alles ligt nog open,
je vroeg je af wanneer
de ellende zou beginnen,
en bij welk huisnummer?
Je stapte in de auto en
voedde de navigatie met
je bestemming, stad, straat, nummer:
een godverlaten kerk, Bredevoort.
Je ging voor foto’s, je ging
voor kunst,
waar een 3D bril van node was.
Je verloor jezelf in dieptes
die er niet waren, optisch bedrog.
In de foto’s meende je een
vriend
te herkennen, je appte hem.
Buiten was er een boekenmarkt
Je sprak een debuterend
schrijfster,
je kocht een boek, je hield
je in,
de schemer zette weer vroeg
in.
Echt, je dacht er wel ‘ns aan
om
de wereld het werk te laten
doen, dat jezelf niet meer
meedeed,
de boel uit handen te geven.
Win win, jij geen last van wereld
en de wereld geen last van jou.
Geen, nul verantwoordelijkheid,
geen agenda en geen planning.
Je zou dan een verslag
krijgen
af en toe, hoe stond je ervoor,
moest er misschien iets
bijgestuurd?
Was de sleur nu een uitdaging?
En had je nou je handen vrij?
Je vroeg, maar antwoord kwam er niet.
Het was 14, veertien oktober in Dirkswoud. Het was nu, bijna overal, 14 oktober op de wereld, maar voor de inwoners van het Noord-Hollandse dorpje Dirkswoud, had deze dag een speciale betekenis: het was de overlijdensdatum van hun stichter, hun bedenker: Ben Hoogeboom,14 oktober 2012.
Zonder Ben Hoogeboom was er geen Dirkswoud geweest. Geen Nellie Daas, Fournituren, Kleinvak & Huishoudelijk Gemak, geen Sint Clara Kerk, geen pastoor Engelbertus de Zeeuw, geen Noordervaart, geen Zuidzijde en ook geen Cafe Amperzat, ook al is dit etablissement op het moment van schrijven, net even gesloten vanwege een schimmig Bibob dingetje. (Ben had daar vast het fijne van geweten, en over geschreven). Maar wel jammer, want de Ben Hoogeboom Pubquiz over oude obscure muziek, met pertinente meningen daarover, gaat dus nu ook niet door. Ook het geplande optreden van Dirkswouds experimentele theatergezelschap Aanhangend Water, dat een selectie stukjes van Ben op de planken, eigenlijk het biljart, wilde brengen, is helaas daardoor komen te vervallen.
Wat zouden we veel gemist hebben. Ik was weg van deze vondst, dat verzonnen dorpje, en vol bewondering voor deze vondst, bedenk maar ‘ns een dorp, een geschiedenis, markante inwoners en wat er verder allemaal aan Bens brein ontsproot.
En toen Nurksmagazine blogger Spencer Brandsen had gevraagd aan Ben Hoogeboom, of het okay was als hij ook ‘ns een keer een Dirkswoudje mocht doen, en dat Ben daarop, heel fijn, met ‘ja’ had geantwoord, toen begon er bij mij ook iets te borrelen: ik zou ook een Dirkswoudje kunnen maken. En dat deed ik, ik schreef er een stuk of tien.
Ik weet niet wat Ben Hoogeboom er van gevonden zou hebben, hij schreef veel beter dan ik, had een wijdere fantasie. Maar Ben was dood, en ik wilde dat Dirkswoud door zou leven. Dus dat probeerde ik.
* * *
Het was 14 oktober 2026, en als je over de Noordzij en de Zuidzijde liep, of de Robert Anker brug passeerde, dan moest het toch wel opvallen: de afbeeldingen van Ben Hoogeboom in de voortuinen, achter de ramen, in de etalages, en dus ook aan de onderkant van de Robert Ankerbrug. Het was de Ben Hoogeboomdag
Ja, dat is best een imposant, uh, gezicht, het portret van Ben Hoogeboom metershoog op de onderkant van de brug. En dus alleen te zien wanneer de brug omhoog gaat. Maar als dat zover is, dan verzamelt zich elke keer een groepje Dirkswouders om dat te kunnen zien.
De schilder kennen we, Gekke Henk, bekend van de collages. Hem werd de opdracht gegund. Er was alleen één maar aan de opdracht verbonden: de schildering, het portret moest op de onderzijde van de brug geschilderd worden terwijl die dicht was. Dat was wel een uitdaging.
Dus lag Henk dagenlang op z’n rug in de platbodem onder de brug, terwijl de verf in zijn gezicht spatte. Maar daar hoorde je Henk niet over, hij veegde en likte de spatters verf van zijn gezicht, ‘ik proef Ben’, had hij gezegd, als er een boot passeerde, ’ik heb hem bijna’. En daarna daalde de brug weer.
Maar vandaag, 14 oktober, staat de Robert Ankerbrug in Dirkswoud de hele dag open, zodat elke Dirkswoudenaar het portret van hun stichter en bedenker Ben Hoogeboom, met zijn baard, bril en zijn milde en melancholieke oogopslag kan zien.
Ben, bedankt.
Ben Hoogeboom schreef voor Sargasso, nurksmagazine en voor zichzelf. Hij had het dorp Dirkswoud bedacht. Hij had de geschiedenis van Dirkswoud bedacht, hij had het dorp een stratenplan gegegeven, een pastoor, markante middenstanders, een voetbalclub – wat je maar kon bedenken. En dat alles in een jaloersmakende, puntgave stijl. En ik hield zo van dat dorp. Van de Noordzijde, de Fourniturenzaak van Nellie Daas. En ik kon er slecht tegen dat met Ben ook Dirkswoud zou verdwijnen. Dus af en toe dwaal ik nog even langs de Noordzijde, de Zuidzijde en breng een bezoek aan de St. Clara Kerk.
Het werkt toch bitter, wrang en
hard ontgoochelend
als je in een grote stad, groter
dan de jouwe,
(er is een universiteit, een luchthaven, een weetikveel)
een antiquariaat binnengaat
en daar jouw collectie,
jouw bibliotheek aantreft: zorgvuldig samengesteld
gedurende enkele decennia,
zeldzame uitgaven,
obscure deeltjes, het stond
hier allemaal, klaar
om in één keer op te halen -
en je bibliotheek
was klaar. Al je moeite en blijdschap
na een vondst,
je weet nog waar en wanneer, je schatten,
je dierbaarheden, de tijd die
het had gekost,
je had een band met die boeken,
maar
hier, je voelde de waarde waar je bij stond dalen,
stelde dat allemaal, pffff, niets meer voor.
Dat voelt toch best wel lullig.
Gisteren waren we op, of eigenlijk onder, historische grond in Nijmegen, we waren in de kelder van Boekhandel Roelants (vijf generaties in boeken). En vroeger heette dit literatuur paradijs Boekhandel De Oude Mol, en tegen de achtergrond van dat fraaie gestileerde logo, een mol met een brilletje die een boek in zijn klauwtjes houdt, werd het nieuwe boek, Bevalt deze persoonlijkheid je, (Uitgeverij Vleugels) van Chrétien Breukers gepresenteerd.
En de kelder was vol, als er nog een geïnteresseerde meer was bijgekomen, had de brandweer vast bezwaar gemaakt.
Ik ben inmiddels op twee derde van het boek, en het boek bevalt me tot nu toe.
Wat me ook beviel, is dat ik van Boekhandel Roelants, gratis, zomaar, het boekje Een nacht in De Oude Mol erbij kreeg.
Het is een cyclus, Chrétrien Breukers werkt aan een cyclus, In de Plooi, getiteld, en Een nacht in De Oude Mol, is de proloog daarvan, vandaar.
Ik zie nu al uit naar de volgende delen, dan ga ik, als oud-Arnhemmer, weer naar Nijmegen, naar de kelder.
De waterstandmeter,
daar bij die molen,
staat droog.
Meet van arremoede,
zand, gras en stenen,
waar eeuwen het water
stroomde.
Je wilde dat als je opgebaard
in je kist, voor ieder te
kijk,
ooit, triest ja, en wie
regelt dat,
dat men je dan geen
bril op zet.
Geen bril, want je bent dood
immers,
er is hier niets te zien
mensen,
niet met eeuwig gesloten ogen
ver en bij zijn niet meer te
zien.
Over je graf kun je niet
kijken,
die steen staat hinderlijk in de weg,
en wat is het donker beneden.
Je hoeft niet je gedichten
bij je voet
(die helpen echt niet als je
opstaan moet)
Dus zorg dat die bril van
mijn neus is.
Je agenda bleek leeg, geen
punt
dus geen afspraak, de dag was
wit.
Je hoofd was bezig, dit en
dat,
met het volgende, dus geen rust.
Je had het gras gemaaid, nagedacht
over je naderend pensioen.
Dagen van krant en bijlagen,
bij de super kocht je een
rolmops.
Je harkte het gras, en deed
de was
Je appte een berichtje of
twee
en repareerde de tuinlamp.
De dag had je geen zin
gebracht
dacht je, geen inzicht, wel verlichting
dit was het, ja dit was
alles.
Ging ik een keer mijn huis
uit, de natuur in,
plette ik gelijk een overstekende rups
onder mijn fietswiel. Het was
een fors
exemplaar, de helft van mijn
voet (zie foto),
maar wel dood dus, door mijn
schuld.
De dag erna knalde er een ree
tegen het rechter spatbord,
portier
hoe heet het, van mijn auto.
Beste deuk, bloed, maar van ree
geen spoor. Ik dacht: die
moet
nu toch wel ergens dood
liggen?
Of minstens erge koppijn
hebben?
Misschien had die ree wel jongen.
Jongen, wat een ellende, en dus geen vlinder ook.
En dan nog die kosten voor het
uitdeuken.
Dus nee, voor mij was het ook
geen feest.
Ik kreeg het horloge in 1978 van mijn vader, maar heb het de afgelopen 30 jaar geloof ik, niet gedragen. Het horloge was niet hip meer, ouderwetse kwarts, het lag in een kastje, vergeten te zijn.
Maar vandaag ging de oude batterij eruit, die had gelukkig niet gelekt, het binnenwerk niet aangetast, nieuwe batterij er in, en de Seiko liep weer alsof tie sinds 1978 niets anders gedaan had.
Lekker mooi retro.
Je zag de grootste gedachten en
dromen in je hoofd
oplossen, pfoeffff,
voordat ze voeten hadden gekregen
Je zag in boeken, gedichten
en performances
van nu en van eeuwen terug, jaloersmakende talenten
Je zag jezelf met
doorgekraste teksten.
Je zag jezelf in gevecht met afmatting,
met drank
met succesjes van korte duur,
met fantasieën.
Je had inmiddels meer
verleden dan toekomst.
In een kapel bedacht je een strakke
tekst voor later.
Je wilde meer nalaten dan
waarmee je begon,
woorden, maar dan wel volgens jouw volgorde.
Soms ging dat je moeiteloos
af, was dat genoeg?
Het was al laat, je pen moest
neer, je zag een vlek.
Was het de nacht, inkt, de
wijn, of was het bloed?