woensdag 14 december 2016

Aanstellers

Hardlopers die groeten, als ze elkaar tegenkomen,
even een kort knikje met het hoofd, even een handgebaar:
het is nog ver, het is warm, het is koud, het is nat, het is guur,
de spieren doen pijn, jullie gaan allebei dezelfde weg: sterkte.
Maar hardlopers die naast een kruispunt, voor een terras,
of op een drukke parkeerplaats druk bezig zijn met hun rek-
en strekoefeningen, behangen met mobieltje en waterflesje –
daar ben ik niet dol op. Nee, die groet ik niet.

dinsdag 13 december 2016

Twittergedichtje

Bezig in net verschenen boek. Speelt in de laatste dagen van december. Hoofdpersoon praat tegen konijn. Goed getroffen sfeer. Het heet The Evenings. Hoe zou je de naam van schrijver uitspreken: Gerard Rieve?

dinsdag 6 december 2016

Voor Jan van Laar

Het gedicht Einde en Begin, kende ik al. In 2000, toen ik bezig was het schrijven van een stadswandeling door Berlijn voor een reisorganisatie, had ik de eerste regels geciteerd, dat vanwege de Trümmerfrauen, leek me toen wel toepasselijk. En omdat de eerste strofe me zo trof, en omdat ik kennelijk druk was met meer prozaïsche zaken, is de rest destijds mij ontgaan. Zo kon het gebeuren dat ik nu pas, 16 jaar later, struikel over de laatste strofe

van het gedicht. Nou kan ik best wat hebben, ik heb een ruim bemeten warm kloppend poëtisch hart. En ik kijk niet gek op als iemand onderzoekt of er aan de achterkant van de taal ook een wereld aanwezig is. En ik ben echt geen Batavus Droogstoppel, maar ik vind wel dat ook binnen de kaders van de poëzie de boel kloppend moet zijn. Want wat schrijft Wislawa Szymborska? Dat er iemand in het gras ligt die lui naar de wolken gaapt terwijl hij

(en nu komt het) een aar tussen zijn tanden heeft. Nou, ik heb het thuis ook geprobeerd, meerdere keren zelfs. Ik wilde het gedicht niet alleen lezen, ik wilde even het gedicht zelf zijn, samenvallen ermee. Dus ik ging ook op mijn rug liggen met, bij gebrek aan aar, een satéprikker tussen mijn kaken geklemd. Maar toen moest ik dus lui gapen. Schiet die  satéprikker in mijn keel. Zo had Wyslawa het vast niet bedoeld. Ik zocht naar een veilige

variatie die wel zou werken, en wurmde de prikker tussen twee tanden. En weer probeerde ik te gapen naar de wolken. Maar bij lui gapen krullen de lippen over de tanden en zit die aar in de weg. Wat ik eigenlijk denk is dat Wyslawa een te mooi beeld heeft proberen neer te zetten. Liggen met grasspriet in de mond alleen was niet genoeg, er moest ook nog ‘ns bij gegaapt worden. En dat beeld wordt dan topzwaar en gaat kopje onder. Jammer dat

nu mijn aandacht op een haast obsessieve wijze naar die slotstrofe gaat, want net die regels ervoor worden er nu door overschaduwd terwijl ze mij zo troffen: Zij die wisten waarom het hier ging, moeten wijken voor hen die weinig weten. En minder dan weinig. En tenslotte zo goed als niets.

woensdag 23 november 2016

Mondialisering in de Underground

Amsterdam, Brussel, Praag,
Berlijn, Parijs, Kopenhagen,
Oslo, Riga, Vilnius, Boedapest,
Luxemburg, Lissabon,
Ankara, Zurich, Warschau.
Maar als je in een metrogang
een straatmuzikant, zijn gitaarkoffer
geopend voor zich, The Smiths hoort spelen,
dan weet je: je bent onmiskenbaar in Londen.

donderdag 10 november 2016

Hier rust mijn toekomst

Hier rust mijn toekomst. Zij lag open,
zij was prachtig. Ze had op mij gewacht.
Samen zouden we mooie dingen doen.
Samen zouden we tot heel wat in staat zijn.
We zouden ze wel ‘ns wat laten zien,
We zouden ze versteld laten staan,
we hadden zoveel plannen met elkaar.

Maar hier rust mijn mooie, grootse toekomst.
Er kwam wat tussen, tussen ons.
Hier ligt bedolven mijn mooie toekomst,
Geen wereldbestorming morgen,
Geen baanbrekende werken. Jammer,
van dat concert vanavond met de vriendenclub.
Er kwam dus wat tussen, en ik zou zo nog hardlopen,
kilometer of tien, maar de finish is al hier.

Poging tot mediteren

Als je mediteert dan denk je niet,
als je denkt dan mediteer je niet.
Waar er wordt gedacht,
wordt er niet gemediteerd.
Maar ik denk, er is nu rust in mijn hoofd:
wat zal ik gaan koken thuis? En, hoe zou
het nu met J** en zijn ziekte zijn? Zit hij
nu ook in zijn hoofd, of verdoet hij zijn avond,
verdwaasd voor zich uitkijkend, rokend?
Mijn rug voel ik, ik denk aan de tijd.
Ik mediteer gehaast: ik denk aan niks, echt,
ik denk aan niks, ik denk aan niks: ik denk.
Ik denk: denken vermindert de kans op mediteren

dinsdag 1 november 2016

Hier rust het blog van het Dichterscafe

Hier rust het blog van het Dichterscafe,
die digitaal, daar had het bestuur niks mee.
Het blog werd achtergelaten, bij de weg gezet,
achter zijn bestaan werd wreed een punt gezet.
Sindsdien zwerft het blog, onaf en koud
stuurloos en eenzaam door de cloud,
Dat arme blog alleen in die zwarte nacht.
Zijn taak op aarde nog niet volbracht,
te vroeg gesneefd, te kort geleefd.
De gedichten gesmoord in de groeve,
echt, met een cursusje had dit niet gehoeve.